Stress Werknemers vallen vaker en langer uit – vooral vrouwen tussen de 31 en 40 jaar. De oorzaken zijn divers: thuiswerken, meer prikkels, de combinatie van zorg en werk. Werkgevers kunnen niet overal wat aan doen. „Jongeren vergelijken zich meer met anderen.”
De klachten zijn breed, van concentratieproblemen en slapeloosheid tot een gejaagd, onrustig gevoel. Bijna iedereen heeft dat weleens, maar het wordt een probleem wanneer verschillende klachten aanhouden, je je steeds vermoeider gaat voelen en herstel uitblijft, zegt bedrijfsarts Redmer van Wijngaarden. Iedereen is toch weleens moe? „Zeker. Maar een burn-out gaat verder dan vermoeidheid. De klachten hebben zo’n impact dat je niet meer goed kunt functioneren op het werk of daarbuiten en je ook niet meer herstelt.”
Mensen zien allerlei signalen die op hun naderende burn-out wijzen soms zelf helemaal niet, zegt Van Wijngaarden. Hij is tevens medisch directeur bij ArboNed, dat 63.000 werkgevers in het midden- en kleinbedrijf bedient. „Je bent thuis geïrriteerd, valt vaker uit tegen de kinderen of je partner. Of je bent af en toe heel emotioneel. Je moet die verschijnselen herkennen en bespreken. Met de leidinggevende als je er zelf last van hebt of, als leidinggevende, met de werknemer die er volgens jou last van heeft.”
Bijna een kwart (23,5 procent) van de vrouwelijke werknemers heeft gemiddeld ten minste enkele keren per maand werkgerelateerde ‘burn-outklachten’, net als 18 procent van de mannelijke werknemers. Dat blijkt uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden van statistiekbureau CBS en onderzoeksinstelling TNO over 2025.
Zulke klachten leiden tot groeiend verzuim. Weliswaar lag het aantal ziekmeldingen afgelopen juli lager dan een jaar eerder, maar het gemiddelde verzuim lag met 4,9 procent iets hoger dan in voorgaande jaren. Dat komt, zeggen deskundigen, doordat medewerkers steeds langer uitvallen. En een kwart van de langdurige uitval komt volgens hen door stress.
Medewerkers tussen de 25 en 45 jaar melden zich vaker ziek wegens stressgerelateerde klachten dan anderen, zei Iris Homeijer deze zomer. Zij is medisch directeur bij HumanCapitalCare, een zusterbedrijf van ArboNed dat zich richt op de grootzakelijke markt. „Deze leeftijdsgroep moeten we in de gaten houden”, zei ze. Bij hen komen zorgtaken thuis en andere verantwoordelijkheden vaak samen. Die stapeling van factoren kan bijdragen aan stress.
In maart had Bianca Tetteroo, bestuursvoorzitter van verzekeraar Achmea, ook al aan de bel getrokken: de samenleving, zegt zij, moet „echt meer aandacht hebben” voor het feit dat vrouwen tussen de 31 en 40 jaar tweeënhalf keer meer kans op langdurig verzuim hebben dan mannen op die leeftijd.
Wat is er aan de hand?
Omdat mensen tegenwoordig zo veel thuiswerken, zou je kunnen denken dat ze mínder lijden onder werkdruk. Je bespaart op reistijd, hebt meer vrijheid en autonomie. Het tegendeel lijkt waar. Met de toename van thuiswerken – na de coronapandemie is dat in alle westerse economieën normaler geworden – stijgen de burn-outcijfers juist.
Twee Amerikaanse arbeidseconomen, Natalia Emanuel en Emma Harrington, publiceerden in juni een studie over thuiswerkers in het wetenschappelijke tijdschrift Science. Daaruit bleek dat deze werknemers vereenzamen, en zich veel sterker isoleren dan personeel dat door de aard van het werk niet thuis kán werken.
Mensen die thuiswerken, bijvoorbeeld in financiële functies of de techsector, deden dat in 2024 drie keer zo vaak als in 2019. Het isolement nam het sterkst toe onder alleenwonende thuiswerkers, schreven de onderzoekers. Meer dan de helft voelde zich minder verbonden met collega’s. Het gemis aan contact compenseerden ze niet door búíten het werk meer tijd met anderen door te brengen.
Zo hoeft het niet te zijn, schreven Emanuel en Harrington daarna in een artikel in The New York Times. „Onze hersenen zijn gemaakt om elkaar face to face te ontmoeten, en zelfs de meest geavanceerde digitale hulpmiddelen zijn daar een armzalige vervanging voor.”
Ook ‘geluksexpert’ Jacco Vingerling, adviseur van werkgevers en werknemers, zegt: „Thuiswerken heeft voordelen voor de werknemer. Maar je mist sociale contacten. Als die op het werk goed zijn, kun je er veel aan hebben; in principe zou de werkomgeving meer inspiratie moeten bieden dan thuis: op het werk zijn mensen van wie je kunt leren, met wie je kunt sparren.”
Elkaar ontmoeten op het werk is goed, zegt ook bedrijfsarts Van Wijngaarden. „Intermenselijk contact is goed. Als een werknemer op kantoor komt, zie je als chef beter waar die mee kampt en hoe die in zijn vel zit.”
Thuiswerken kan prettig zijn, zeggen zij, maar je moet wel van focus kunnen veranderen. Je kan worden afgeleid door iemand die aanbelt of door kinderen die buitenspelen, maar daarna moet je je weer kunnen concentreren.
Daarnaast is ‘afschakelen’ thuis moeilijker, zegt Vingerling. „Werk en privé lopen daar erg door elkaar. Het gaat maar door. Op kantoor zie je dat mensen naar huis gaan; dan is die dag dus voorbij.”
Rituelen om de werkdag te beëindigen, zijn volgens bedrijfsarts Redmer van Wijngaarden nuttig voor thuiswerkers: „Even gaan wandelen of fietsen, of zelfs van kleding wisselen. Naar huis fietsen of rijden na je werk is een ritueel dat de dag afmaakt. Als je thuiswerkt, gebeurt dat niet. Daarvoor heb je dus een ritueel nodig.”
Toch kan op kantoor werken ook zwaar zijn. Onderschat niet hoeveel prikkels op mensen afkomen, zegt Van Wijngaarden: „Van het scherm, van mensen die bellen of je aanspreken. Je moet vaak veel informatie verwerken, telkens schakelen. Wij adviseren leidinggevenden hoe ze het gesprek over belastbaarheid en stress kunnen voeren. Hoe ze vragen stellen aan collega’s. Wanneer, hoe en waar doe je dat? Je moet daar echt momenten voor kiezen.”
Ook buiten kantoor zijn steeds meer prikkels, zegt Jacco Vingerling. „De trein die te laat is. Een app die niet functioneert. Ons zenuwstelsel is hetzelfde als vroeger – dus we kunnen niet al die prikkels aan.
Volgens Vingerling heeft de stress van één persoon op de werkvloer ook weer gevolgen voor de rest. „Soms kan een collega gefrustreerd of gestresst doen. Dat hangt dan om die persoon heen, ook als hij of zij niks zegt. Als iemand op de afdeling dicht bij een burn-out is, beïnvloedt dat de hele groep. Dat werkt als een rem op de afdeling. Als iemand vrolijk is en enthousiast, beïnvloedt dat de hele afdeling in positieve zin.”
Dan is er de nog de balans tussen werk en privé, vooral voor jonge ouders van belang. Volgens Bianca Tetteroo van Achmea vergroot de werkverdeling thuis de stress bij jonge werkende vrouwen. „Dit zijn vrouwen in de spits van hun leven”, zei ze eerder in NRC. „Vrouwen die meer zijn gaan werken de afgelopen jaren, die zorgtaken hebben voor kinderen én soms ook al mantelzorg voor ouders op zich nemen.” Volgens haar verdelen vrouwen en hun partners de zorgtaken niet goed. Ze wees op de Emancipatiemonitor van het CBS: „De helft van de stellen zegt dat ze de zorg voor de kinderen gelijk willen verdelen. Dat lukt maar bij 9 procent.”
Het is ook aan de werknemer zelf om keuzes te maken, zegt Van Wijngaarden. „Het heet werk-privébalans, maar ik noem het werk-privékeuzes.” Veel stress, bedoelt Van Wijngaarden, komt ook dóór de keuzes die je maakt. „Een werkgever heeft daar meestal geen invloed op. Werkgever en werknemer kunnen er samen wel over praten. Juist als thuis omstandigheden veranderen, is het belangrijk om te kijken wat iemand nodig heeft om gezond aan het werk te blijven.”
Als je bijvoorbeeld een geweldig huis wilt kopen, en je moet allebei fulltime werken om de hypotheek te betalen, en dan komt er een kindje en je wilt minder uren werken om meer thuis te zijn – dan kun je financiële stress krijgen. „Daar kan de werkgever niets aan doen, en dat is voor hem of haar weleens frustrerend als dat tot overmatige stress bij de werknemer leidt. De gevolgen komen immers vaak ook bij de werkgever terecht, terwijl de oorzaak niet altijd in het werk ligt.”
Bij kleine organisaties ligt het verzuim gemiddeld lager dan in grote bedrijven. Er zijn volgens Van Wijngaarden werkgevers – vaak jongere, in kleinere organisaties – waar wekelijks tijd met elkaar wordt ingepland. „Daar ontstaat openheid en ruimte om te praten.”
Dat jonge generaties meer stress hebben dan oudere, komt volgens Jacco Vingerling ook doordat jongeren zich onderling meer met elkaar vergelijken. „Als je bent geboren in het digitale tijdperk, is vergelijken extreem relevant. Je wéét dat je op sociale media alleen hoogtepunten te zien krijgt, en geen reëel beeld. En tóch vergelijk je jezelf er vaak mee. ‘O, die is al een paar stappen verder dan ik.’ Vroeger was je referentiekader de klas, je collegezaal, je dorp of wijk. Nu is dat de hele wereld en dan ook de top-één procent ervan.”
Mensen hebben nu eenmaal de neiging zich met elkaar te vergelijken, zegt Vingerling: het schoolniveau van de kinderen, het grotere huis, wie er nog fit is. „Als je altijd onderaan de vergelijking bungelt, krijg je het gevoel dat je niet goed genoeg bent. Dat geeft stress en dus ga je nog harder je best doen. Maar naarmate je ouder wordt, kun je zelf iets meer bepalen met wie je omgaat en aan wie je je meet. Je moet met mensen omgaan, al is het maar één uur per week, bij wie je je prettig voelt.”
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie