Het laatste dat fotograaf Lisa van den Berg (25) wilde, is dat de kinderen op haar foto’s er zielig uit zouden zien. Ze zijn wel ziek, net zoals zij was als kind. „In het ziekenhuis gaat het veel over jou, bijna niemand praat met jou. Ik deed dat wel, ik kwam voor hen.”
Zou je het zien als je het niet zou weten, wat de kinderen op deze foto’s delen? Dat ze iets hebben waardoor ze veel tijd in het ziekenhuis doorbrengen? Misschien niet, of het zou moeten zijn dat ze kwetsbaar lijken. Niet zwak, niet aan hun lot overgelaten. Meer alsof er iets is wat ze in hun eentje moeten dragen, ondanks alle liefde en zorg.
Ze zien er zeker niet zielig uit. En dat is ook het laatste dat fotograaf Lisa van den Berg (25) wil overbrengen met deze serie, waarop ze eerder dit jaar afstudeerde aan de kunstacademie in Den Haag. „Zieke mensen worden doorgaans afgebeeld als held óf als zielepiet, bleek uit mijn vooronderzoek. Dat komt niet overeen met mijn ervaring – ik ben als kind ook veel ziek geweest. De ene keer voel je je sterk, de andere keer niet. Je hebt een aandoening, die is er, daar moet je mee dealen.”
Haar serie borduurt voort op een project dat ze vier jaar geleden heeft gedaan, een aantal kinderen fotografeerde ze toen én nu. Eerst wilde ze de kinderen dit keer in het ziekenhuis fotograferen; uiteindelijk portretteerde ze hen zonder herkenbare omgeving, soms ook thuis, en maakte daarnaast stillevens in het Wilhelmina Kinderziekenhuis. Het effect is des te sterker: je gaat vanzelf bedenken dat deze kinderen dus elke dag die saaie stoelen zien, dat witte gordijn, die blauwe plastic handschoenen.
Pim, 2022
Pim, 2026
In het begin voelde ze zich soms wat bezwaard, zegt Van den Berg. „De kinderen zijn natuurlijk ziek, voelen zich niet lekker en dan kom je een foto van ze maken. Maar ik merkte dat ze het leuk vonden om even met iets anders bezig te zijn. In het ziekenhuis gaat het veel over jou, er wordt aan je gezeten, er worden testjes gedaan; bijna niemand praat met jou. Ik deed dat wel, ik kwam voor hen.” Haar eigen ervaringen met ziekenhuizen maakten het contact makkelijker, denkt ze. „Je deelt iets, je komt niet als buitenstaander even aapjes kijken. Daar wilde ik ver van blijven.”
De kinderen gingen verschillend met hun situatie om, zegt ze. „Dide was drie toen ik haar voor het eerst fotografeerde, een kindje dat niet beter wist dan dat dit het leven is. Een jongen, Bram, is nu zestien, in de puberteit – dan wil je niet ziek zijn.”
Bram, 2022
Bram, 2026
Van den Berg had als kind eczeem, astma en jeugdreuma. Ze werd daarvoor nooit opgenomen, maar kwam tussen haar tweede en elfde jaar heel vaak in verschillende ziekenhuizen, lange tijd een of twee keer per week. ‘Het ziekenhuis’ werd een soort tweede thuis, al zou ze het, zegt ze, nooit zo hebben genoemd. „Maar ik wist precies: vanaf de ingang linksaf, rechtsaf… nu nog kan ik me de routes precies voor de geest halen. Het hele ziekenhuis zit in je hoofd.”
Sommige van haar interieurfoto’s zijn opzettelijk overbelicht. „Het begon met een testfoto waarbij een lamp te hard stond. Bij het terugkijken kreeg ik daar een herinnering bij, een gevoel van wel aanwezig zijn maar wat afgezonderd, wegdwalend in je koppie. Dat overbelichte, het half wel half niet zien, symboliseert voor mij dat gevoel.”
Dide, 2022
Dide, 2026
Haar realiteit is intussen een andere. „Rond mijn elfde kregen mijn ouders de keus tussen doorbehandelen of even niks doen. Ze kozen voor het laatste. Dat, naast de hormoonveranderingen in de puberteit, heeft ervoor gezorgd dat ik ‘eroverheen gegroeid’ ben. Ik ben nu een gezonde vrouw, geen ziek kind meer.”
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie