Huisvrouwen Met haar essay Project Rust opent Suzanna Jansen een onderzoek naar rusthuizen voor „overspannen” huisvrouwen in de jaren vijftig en zestig. Ook haar moeder bracht er een paar weken door. „Ik kan nu laten zien: het was géén individuele kwestie.”
Schrijver Suzanna Jansen.
De vraag was hoe ze het vindt om weer een beetje sober te wonen. Suzanna Jansen zegt: „Sober!?”
Haar tweekamerwoning op twee hoog in de Amsterdamse Baarsjes doet wat denken aan een studentenhuis. In de gang zijn na haar verjaardag van die goudkleurige opblaascijfers blijven hangen – ze is nu 61 jaar. Binnen staat vooral wat noodzakelijk is. Veel boeken in rekken van ongeverfd hout. Een fijne bank en wat tweedehandsmeubilair.
Ze kijkt een beetje teleurgesteld.
Van haar debuut Het pauperparadijs werden 325.000 exemplaren verkocht, al voor de ontlezing een enorm aantal. „Dat boek is achttien jaar oud”, zegt Jansen. „Van het geld dat ik daarmee verdiende heb ik een paar andere boeken geschreven, die bijna niet verkochten. De royalty’s zijn nu wel op.” Toch doet ze nog steeds vooral wat ze wíl doen. Dat is het belangrijkste, vindt ze, en dat is luxe.
Het pauperparadijs is een familiegeschiedenis van diepe armoede en een heropvoedingsexperiment in Drentse armengestichten. Haar boek De omwenteling of de eeuw van de vrouw uit 2022, ruim 70.000 exemplaren verkocht, reconstrueert honderd jaar vrouwenstrijd aan de hand van de ondergeschikte positie van haar eigen moeder, „Betsy” in het boek.
Volgende week verschijnt haar essay Project Rust, ter gelegenheid van de Maand van de Geschiedenis. Dat is in zekere zin een vervolg.
Decennialang woonde Suzanna Jansen aan een gracht in de Jordaan. Ze ging daar weg toen vier jaar geleden haar huwelijk eindigde met Frank Westerman, eveneens bestsellerschrijver. Ze waren 32 jaar samen en hebben een dochter.
„God ja, daar heb ik eigenlijk niet zo bij stilgestaan. De samenwerking is tot het laatste moment heel goed geweest. We gingen eigenlijk al scheiden toen De omwenteling bijna klaar was. En ik heb hem toen nog laten meelezen.
„Hou het maar op het volgende cliché: als je 32 jaar bij elkaar bent, dan ontstaan vaste patronen en die kunnen op een gegeven moment minder prettig worden. Er is niet iets specifieks gebeurd. En ik voel me vier jaar na de scheiding beter dan ik me drie jaar later voelde, of na twee jaar.”
„Veel te privé. Niet fijn voor onze dochter. En ook los daarvan vind ik dat het niemand wat aangaat.”
Ze bewaakt de scheidslijn tussen persoonlijke en privéverhalen ook in haar werk zorgvuldig. Voor publicatie van Het pauperparadijs zocht Jansen 25 neven en nichten op. En ze wist, ondanks het pijnlijke verleden dat ze in het boek oprakelde, niemand voor het hoofd te stoten. Voor De omwenteling sprak ze uitgebreid met haar oudere zussen over hun inmiddels overleden moeder, die voor de geboorte van Suzanna, een nakomertje, ongelukkig was. „Na de opluchting over de mooie ontvangst van Het pauperparadijs was dat een stuk makkelijker: mijn zussen vertrouwden intussen mijn werkwijze.”
Ze had ook nooit het doel haar familie al te persoonlijk te portretteren. Zij reconstrueert periodes uit de Nederlandse geschiedenis, haar personages zijn het product van een maatschappelijk systeem. Al gaat Jansen gevoelens daarbij niet uit de weg.
„Iedereen mag alles vinden: ik weet dat wat ik doe verantwoord is. Ik leg niemand iets in de mond: ik beschrijf mijn gevoelens over een situatie in het verhaal. Ik ben geen historica. En als schrijfster mag ik doen wat ik wil.”
Voor de Maand van de Geschiedenis schreef Suzanna Jansen het essay Project Rust.
Project Rust gaat over fascinerend, nog vrijwel braakliggend terrein: de herstellingsoorden waar huisvrouwen in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw naartoe werden gestuurd wanneer ze „overspannen” waren. Net als haar moeder, die in 1963, een jaar voor Suzanna’s geboorte, zes weken doorbracht in een rusthuis voor vrouwen van de Katholieke Arbeidersbond in Zeist. Er waren ook protestantse en socialistische huizen: iedere zuil had zijn eigen herstellingsoord.
„Mijn moeder vond het er verschrikkelijk”, schreef Jansen al in De omwenteling. In Project Rust opent ze een onderzoek naar zulke rusthuizen.
„De huisvrouw deed alles thuis. En de echtgenoot, de man, werkte zes dagen, 48 uur per week en vaak ook nog met bijbaantjes. Dus die was er echt niet. De huisvrouw stond er alleen voor. Dat wil zeggen kinderen dragen en baren, in het begin vaak jaarlijks. Verzorgen en opvoeden. Alles wassen op de hand. Denk aan de luiers voor elk kind.”
„De maandag-wasdag duurde de hele week. Behalve zondag. Poetsen. Schrobben. Denk aan een huis met een kolenkachel. Dan wordt alles sneller vies. Het is de periode na de oorlog, er is schaarste aan alles. Dus voor elk kind moeten kleren worden gemaakt, in de meeste gezinnen. Naaien, breien, koken. Er zijn geen voorgesneden groenten. Er is geen wasmachine. Er is geen afwasmachine. Er is helemaal niks. Het is fysiek heel zwaar werk. En het houdt nooit op. Plus: je bent dus bijna altijd zwanger. Of je hebt net een kind gekregen.”
„Ja, de eerste drie kinderen kwamen echt elk jaar. Dat was niet de bedoeling, maar ja. Toen nog een vierde. We waren een katholiek gezin. Geboortebeperking was een zonde.”
„Ik wist dat het erg belangrijk was voor mijn moeder dat ze later geëmancipeerd en gelukkiger werd. Daarbij hoorde dat ze daarvoor ongelukkig was. Ze zei het zelf: ‘Ik was ongelukkig.’ Dat ging over die hele periode. Dat rusthuis bood een paar weken respijt om bij te komen, maar er veranderde niets en er ging heel veel aan vooraf.”
„Nee, want die vrouwen werden helemaal niet behandeld. Ze moest veel melk drinken, terwijl mijn moeder gruwde van melk. En slapen. Die opluchting ging over thuis, de spanning die daar wegviel. Er kwam een gezinsverzorgster om haar afwezigheid op te vangen. En die was wél vrolijk.”
„Ik heb dat mijn zus Petra gevraagd. Was het maanden? Was het jaren? Dan zegt ze: nou, ik zou zeggen: jaren. Mijn moeder had veel last van migraine en volgens mijn zussen was ze depressief.”
Foto’s van herstellingsoorden voor vrouwen uit het archief van Suzanna Jansen.
„Nee. Maar bij lezingen krijg ik nog steeds emotionele reacties op De omwenteling. Echt altijd begint iemand over het rusthuis. Er stond een keer een huilende man van een jaar of zeventig bij mijn signeertafel: ‘Mijn moeder is af en aan in allerlei instellingen geweest. Ik moest naar het kindertehuis en pas toen ze na 25 jaar is gescheiden werd ze een normaal mens.’ En een andere man schreef: ‘Mijn moeder is drie keer in zo’n rusthuis geweest. Steeds nadat er een baby was geboren, mijn vermoeden is dat ze dan een postnatale depressie had. Maar we kunnen het niet meer vragen, want ze heeft gekozen voor zelfdoding.’
„Ik kreeg lange mails van mensen die vertelden hoe het in hun gezin was. En één familie schreef: „We hebben de correspondentie van ons gezin uit de tijd dat onze moeder Sientje drie keer in rusthuis Sonnehaert zat. Wil je die hebben?” Die mensen heb ik toen laten weten: ik vind dit heel interessant. Ik wist alleen nog niet wat ik ermee kon. Tot de Maand van de Geschiedenis me vroeg.”
„Nu kon ik iets met die brieven. Ik ben bij twee dochters uit dat gezin van Sientje op bezoek geweest, An en Wilma, in de zeventig en tachtig inmiddels. Het raakte ze nog steeds erg, wat er was gebeurd. Het verhaal over de rusthuizen voor vrouwen en waarom ze daar waren, dat is een verhaal dat nooit is erkend. Die vrouwen zijn nooit serieus genomen.”
„Dat weet ik dus nog steeds niet, want dat is nog nooit grondig onderzocht.”
„Ik heb inmiddels dertig namen van rusthuizen en herstellingsoorden door heel Nederland, maar ik heb ze nog niet allemaal kunnen verifiëren. Dit voorjaar was ik bij Tijd voor Max op tv. Binnen twee dagen had ik negentig mails in mijn inbox en daar zaten ook veel namen van huizen bij.”
Inmiddels is Project Rust daarom ook de naam van een bijbehorend verzamelproject, dat Jansen opzette met de Maand van de Geschiedenis en Atria, het kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis. „Er staat een website klaar voor mensen die er ook iets over kunnen vertellen. Dat is allemaal zeer welkome informatie. Atria zal alles anonimiseren als mensen dat willen, en toegankelijk maken voor verder onderzoek.”
„Ja, dat schreef ze aan mijn vader over de eerste dag.”
„Ik denk dat die vrouwen sowieso dachten dat het aan hen lag. Want wanneer ze naar het rusthuis moesten, schoten ze tekort in het huishouden. Niemand begreep wat er met ze aan de hand was, zij zelf ook niet. Ze waren moe. En ze konden niet voor hun kinderen zorgen. Dat was het ergste, want Nederland beleefde destijds een moedercultus. Moeder worden was je bestemming, daarvoor werd je opgevoed. Dus het gevoel dat het aan hen lag, hebben ze de hele tijd gehad.”
„Wanneer moeder plotseling erg ziek wordt en een langdurige rustkuur moet houden”, staat achterop dit kinderboek uit 1971, zorgt Trix van der Zand voor haar broertjes en zusjes.
„En de tweede en derde keer was haar man ook overleden en moesten de kinderen het thuis maar zien te rooien, zonder gezinsverzorgster. Wat ik zo pijnlijk vond in de gesprekken met haar dochters: dat zij nog steeds dachten dat hun moeder psychisch zwak was. Pas doordat ik het voor hen in de context kon plaatsen, daagde bij hen het besef dat het waarschijnlijk niet allemaal aan hun moeder lag.”
„Omdat hun kinderen er zo over spraken. Tot ik ging opsommen wat er allemaal aan de hand kan zijn geweest: suikerziekte, overgangsklachten, uitputting, bloedarmoede. Ik heb zelf een keer ernstige bloedarmoede gehad. Je kunt dan echt niet meer helder denken, niet goed functioneren. En met al die zwangerschappen ligt dat toch voor de hand?”
„Klopt. Iemand anders in mijn familie van de generatie van mijn ouders is ook lang aan de valium geweest. En mijn moeder kreeg slaapmiddelen, waaraan ze verslaafd raakte.”
„De jongste dochter van Sientje die ik sprak, Wilma, vertelde dat ze om die reden zelf geen moeder wilde worden. Ik weet niet of ze bang was ook labiel te worden. Maar ze was wel bang voor zo’n leven.
„Ik kan aan kinderen van deze moeders nu laten zien: het was géén individuele kwestie. En dat vinden zij een enorme eyeopener. Daarom vind ik het zo belangrijk om het over de rusthuizen te hebben. Als je kijkt naar de positie van vrouwen in die tijd: dat kun je niet los van elkaar zien. En dat geldt trouwens nog steeds wel.”
„Waarom hebben vrouwen vaker een burnout dan mannen? Ik heb het niet onderzocht, maar ik kan me niet voorstellen dat het alleen aan al die individuele vrouwen zal liggen. Dat moet ook te maken hebben met maatschappelijke verwachtingen die tegenstrijdig zijn.”
„Het fifty-fifty verdelen van de zorg was een harde voorwaarde. En Frank vond dat net zo vanzelfsprekend.”
„En mijn zus Petra dacht: dat is helemaal geen goed idee. Want die depressie was nog niet over.”
„Misschien waren het de hormonen? Mijn moeder heeft altijd gezegd dat ik haar redding was: omdat er weer een baby was, had ze een reden om uit bed te komen.”
„Ik heb altijd een grote verantwoordelijkheid gevoeld voor het geluk van mijn moeder. Mijn zussen ook hoor, ik wil dat niet claimen.”
„Ja, dat vinden ze ongemakkelijk. ‘We hebben het jou al verteld, zeg jij het maar’, zeiden ze. Mijn zus die destijds twaalf was, zei (ze pakt haar notitieboekje): ‘Het raakt me zo en het blijft me raken. Omdat mama die periode voordat ze naar het rusthuis ging emotioneel eigenlijk niet beschikbaar was.’ Mijn zus heeft daar erg mee geworsteld. Zij is psycholoog geworden.”
„Dat maakt me boos. Er zijn nog steeds zoveel maatschappelijke belemmeringen voor vrouwen met kinderen om zich professioneel volledig te ontplooien. Kinderopvang is duur. Gemiddeld krijgen vrouwen minder loon voor het werk wat ze doen dan mannen. Vrouwen werken vaker in beroepen die minder betaald worden. Dus natuurlijk gaan mensen rekenen als er een kind komt. Basisscholen kunnen niet functioneren zonder ouders die meehelpen. Wat vaak moeders zijn. Ons hele maatschappelijke systeem is nog steeds ingesteld op iemand die een deel van de tijd thuis is en beschikbaar. En dat is heel vaak een vrouw. Dit zijn helemaal geen individuele kwesties voor vrouwen. Maar door dit soort uitspraken leg je die verantwoordelijkheid opnieuw uitsluitend bij vrouwen neer.”
„Juist nu het conservatisme weer oplaait, moet je alert zijn op dit soort uitspraken. De periodes van serieuze verbetering van de maatschappelijke positie van vrouwen duren namelijk altijd maar grofweg zo’n vijftien jaar. Daarna gaat weer de rem erop.”
Voor meer informatie over het onderzoek: https://www.maandvandegeschiedenis.nl/projectrust
Suzanna Jansen (Amsterdam, 1964) begon een balletopleiding, werd na een blessure secretaresse en deed in de avonduren heao-communicatie. In de jaren negentig werkte ze bij Independent Media in Moskou. Daarna koos ze voor de journalistiek.
In 2008 debuteerde ze als schrijver met Het pauperparadijs. Daarna rondde ze een opleiding in theatermaken af. Als dramaturg was ze nauw verbonden aan een theatervoorstelling van Tom de Ket op basis van Het pauperparadijs. De voorstelling werd zes zomers opgevoerd.
Andere boeken van Suzanna Jansen zijn: De pronkspiegel (2010), De hemel is goud (2011), Ondanks de zwaartekracht (2017), Wael, het verhaal van een jongen uit Syrië (2019) en De omwenteling of de eeuw van de vrouw (2022).
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie