Harry van der Kamp had een hypnotiserende basstem, waarmee hij onder anderen Nederlands grootste componist Jan Pieterszoon Sweelinck uit de vergetelheid zong. „Een gedreven kunstenaar met een zachtaardig en poëtisch hart.”
Harry van der Kamp in 2010.
In een hoek van de woonkamer staat het harmonium van zijn grootvader. De studio, een zevental voetstappen en een deur verderop, bevat Harry van der Kamps eigen muzikale nalatenschap, zoals de pakweg 130 albums waarop zijn hypnotiserende basstem te horen is. De oranje kaften van zijn levenswerk vallen meteen op: het Sweelinck Monument van zijn Gesualdo Consort Amsterdam. Acht cd-boekwerken met het volledige oeuvre van „de Orpheus van Amsterdam”, Jan Pieterszoon Sweelinck (1562-1621), volgens Van der Kamp de beste componist die Nederland tot nu toe heeft voortgebracht.
Half augustus stond zijn grafkist hier, op de plek van de ovalen tafel waaraan Van der Kamp zijn Gesualdo Consort „leerde zingen als een spreker”, vertelde zanger Marnix de Cat tijdens de uitvaart. „En altijd zoekend naar de reine intonatie en atmosfeer. Een stem als een klok, een gedreven kunstenaar met een zachtaardig en poëtisch hart.”
Op de lessenaar ligt een partituur opengeslagen: de madrigalen van Carlo Gesualdo, een bewonderde tijdgenoot van Sweelinck, naar wie Van der Kamp zijn eigen koor noemde. Zijn leesbril leunt achtergebleven tegen de bladmuziek aan.
Dat hart waarover De Cat sprak, kenmerkte Van der Kamp, zegt zijn vrouw Marijke van der Harst, zanger in Cappella Amsterdam. „Als Harry’s levensmotto kozen we een citaat uit Psalm 45: ‘Fijnzinnige woorden moeten van mijn hart uitgaan. Want ik wil zó graag een Koningslied zingen.’ Het typeert hem, niet alleen omdat hij alle 150 psalmen – door Sweelinck verklankt – heeft gezongen, maar omdat alles wat hij deed van binnenuit kwam.”
Harry van der Kamp werd vlak na de oorlog geboren in Kampen. „Een stad van kerken”, aldus Arnold Schilder, oud-directeur van De Nederlandsche Bank. Hij en zijn vrouw Eefke Marseille waren sinds de middelbare school bevriend met Van der Kamp. „Harry’s ouders leerden elkaar kennen in het kerkkoor”, zegt Marseille. „Thuis stonden een piano en een harmonium [traporgel]. En Harry zong van jongs af aan. Hij trad zelfs in zijn kindertijd al op voor NCRV-radio. We zaten samen in de leerlingenvereniging, Harry was voorzitter. Ook in de vergaderingen klonk zijn stem als een klok.”
„Zijn bas sprak in die jaren met een mengsel van kracht en laconieke gemoedelijkheid. Dat zou hem blijven karakteriseren”, vult Schilder aan. „Dat hij musicus zou worden, stond in Kampen allerminst vast, want vanuit thuis werd dat niet aangemoedigd.”
Harry van der Kamp (links) zingt als kind voor NCRV-radio
Na de middelbare school ging Van der Kamp studeren in Amsterdam: rechten en daarna psychologie. Marseille deed in dezelfde stad de verpleegstersopleiding. „Ik herinner me een avond in het Concertgebouw. We kochten de goedkoopste staanplaatsen achterin. Harry wees naar het podium. ‘Wanneer je daar staat, heb je het wel gemaakt’, zei hij. Een paar jaar later, zong hij er.”
Het zingen kwam in beeld toen Van der Kamp besloot lid te worden van de studentenvereniging op de Vrije Universiteit. „De ontgroening vond hij de hel”, vertelt echtgenote Van der Harst. „Op een van die dagen liep een ouderejaars binnen en riep: ‘Voor sommigen breng ik de verlossing. Wie zich meldt bij het VU-koor mag vertrekken.’ Dat was Harry’s redding.”
Via het VU-koor ontmoette Van der Kamp de twee mannen die zouden uitgroeien tot zijn muzikale vaders: organist Bernard Winsemius en dirigent Jan Boeke van het Amsterdams Kerkmuziekgezelschap, waaruit later Cappella Amsterdam voortkwam. Zij moedigden hem aan naar het conservatorium te gaan, een opleiding die ook onvoltooid bleef, omdat hij in de laatste jaren al volop als zanger werkte. Intussen had Boeke bij Van der Kamp de passie voor de Renaissance-muziek en historisch onderzoek aangewakkerd. Halverwege de jaren tachtig richtte hij Gesualdo Consort Amsterdam op, genoemd naar de Italiaanse componist die hij, net zoals diens onbekende tijdgenoten, wilde bevrijden uit de schaduwen van de geschiedenis.
„Het Gesualdo Consort stelde hem in staat zijn muzikale dromen te verwezenlijken”, zegt Van der Harst. „Hij had sterke eigen ideeën over hoe hij de oude muziek wilde uitvoeren, én moderne stukken, want daar hield hij ook van. ”
Van der Harst leerde hem beter kennen toen hij haar begin deze eeuw vroeg hem te helpen het Gesualdo Consort verder uit te bouwen. Haar ervaring in de platenindustrie kwam van pas. „Hij wilde Gesualdo, Sweelinck en die andere Renaissance-meesters vereeuwigen. Hij liep toen al rond met het idee voor zijn Sweelinck Monument. Zijn probleem was dat hij niet kon organiseren. Hij was een creatieve chaoot. Dat deel van het werk nam ik voor mijn rekening.”
Intussen kregen ze een relatie, ze trouwden in 2004. „Hij was warm, humorvol, charmant, intelligent. Aan vrouwelijke aandacht had hij geen gebrek. Ik vond hem natuurlijk ook interessant en leuk. Maar ik had al iemand en wilde geen twintig jaar oudere man, met vier kinderen uit verschillende relaties, die altijd hier en in het buitenland onderweg was. Toch was ik niet bestand tegen zijn romantische ziel. Op een tournee door Azië en Australië met Collegium Vocale lag er bij aankomst in elk hotel een fax van Harry voor mij. Dus alle bezwaren van het verstand vielen weg.”
Het Sweelinck Monument had Van der Kamp zonder Van der Harst niet voor elkaar gekregen, benadrukte Gesualdo-zanger Marnix de Cat bij de uitvaart. „Zonder elkaar hadden we het niet gered”, beaamt Van der Harst. „De gloriedagen van de platenindustrie waren voorbij toen we begonnen. Kenners gaven ons weinig kans. Maar Harry was een ongelofelijke doorzetter. In ruim een decennium hebben we het volbracht.”
Harry van der Kamp met het Gesualdo Consort Amsterdam (2010)
Drie jaar geleden kreeg hij de eerste verschijnselen van wat later de ziekte van Waldenström bleek te zijn, een vorm van lymfeklierkanker waarmee je oud kunt worden. „Hij groeide op in een familie van honderdjarigen”, zegt Van der Harst. „Onverwoestbaar leek hij. Zijn ziekte aanvaarden, viel hem dan ook zwaar.”
Ten slotte werden onverwachte complicaties hem fataal. Hij kon er lastig over praten, merkte jeugdvriend Arnold Schilder. „Je kon met hem diepgaande gesprekken voeren, maar over zijn ziekte en de dood niet. Het enige wat hij daar afgelopen zomer over zei, was: ‘Ik begrijp niet waarom mij dit overkomt.’”
In Cappella Amsterdam, het koor dat hem zo lief was, zong Van der Kamp in het voorjaar zijn laatste concerten: Bachs Matthäus-Passion. „Als solist deed Harry vaak de Christus-rol”, zegt Eefke Marseille. „Dat was altijd indrukwekkend, dat leek uit zijn hele lichaam te komen.”
Harry van der Kamp overleed op 17 augustus op 79-jarige leeftijd.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie