Kolenverbruik De wereld zou minder kolen gebruiken, was vijf jaar terug de afspraak. Maar 2026 lijkt een recordjaar te worden voor het gebruik van deze grootste uitstoter van broeikasgassen.
Een opslagplaats voor kolen bij een energiecentrale in de Chinese stad Wuhan.
Wat is het nut van klimaatakkoorden als ze met voeten worden getreden? Vijf jaar nadat een groot deel van de wereld had beloofd minder steenkool te gebruiken, verstookt de wereld meer kolen dan ooit in de geschiedenis. Dat blijkt uit een vorige week gepubliceerd rapport van het Internationaal Energie Agentschap (IEA). De inzet van steenkool stevent af op een recordjaar, en dat kom mede door de oorlog in het Midden-Oost en de blokkade van de Straat van Hormuz.
Het was in 2021, in Glasgow, dat India, China, de Verenigde Staten en nog 194 landen afspraken hun steenkoolverbruik te reduceren. „Langzaam komt het steenkolentijdperk ten einde”, schreef toen ook deze krant optimistisch.
Nu, vijf jaar later, zal de wereld 8,94 miljard ton kolen verstoken, zo berekende het IEA. Dat is 1,2 procent méér dan een jaar eerder. En daarmee wordt het (opnieuw) een recordjaar voor steenkool, de grondstof die verantwoordelijk is voor de grootste CO2-uitstoot.
„En dat in een jaar waarin de gevolgen van klimaatverandering overduidelijk zijn”, zegt Detlef van Vuuren, een van ’s werelds meest invloedrijke klimaatonderzoekers en onder meer hoogleraar aan de Universiteit Utrecht. „Zolang we niet snel van de kolen af gaan, zullen de gevolgen van klimaatverandering alleen maar toenemen.”
Het IEA had in december nog een lichte daling voorspeld van het steenkoolverbruik, maar door de onrust in en rond de Straat van Hormuz is de vraag naar kolen toch gegroeid. Doordat nu minder lng-schepen door de zeestraat varen, is de gasprijs namelijk gestegen, en dat maakt kolen aantrekkelijker voor elektriciteitsopwekking. Twee derde van de mondiale inzet van kolen is voor elektriciteitsproductie.
Naast Europa hebben landen als China, Korea en Japan veel last van hogere prijzen voor aardgas. Om die te omzeilen, kunnen landen twee dingen doen: terugvallen op – nog vervuilender – kolen of inzetten op groene energie uit bijvoorbeeld zon en wind.
Bij de Chinese stad Nantong is de keuze waar landen voor staan goed zichtbaar. Op de achtergrond windmolens, groene energie. Op de voorgrond wordt gewerkt aan een brug naar een kolencentrale in aanbouw.
Veel landen kiezen een combinatie van de twee, maar de balans ertussen is onduidelijk. Projecten voor hernieuwbare energie zijn niet een-twee-drie gerealiseerd, waar kolencentrales alom beschikbaar zijn. En cijfers over de aard van de energie-inzet geven geen compleet beeld. Zo is China niet heel transparant over zijn energiemix.
De jongste cijfers van het IEA tonen dat het voor veel landen aantrekkelijk is terug te grijpen op kolen. Zo kunnen Japan en Korea makkelijk hun kolenverbruik opschroeven. Afgesproken is dat ze hun kolencentrales niet maximaal benutten, maar met het oog op ‘Hormuz’ is die ‘klimaatlimiet’ nu verhoogd.
„Hernieuwbare energie is inmiddels competitief”, zegt Van Vuuren. „Op langere termijn is een keuze voor kolen dan ook niet logisch, want voor nieuwe elektriciteitscentrales is inzet van hernieuwbare grondstoffen of gas meestal goedkoper. Maar voor bestaande centrales geldt dit niet.”
Ook in de Verenigde Staten heeft een grote vraag naar elektriciteit geleid tot hoger steenkoolverbruik. Het IEA noemt ook het regeringsbeleid als oorzaak: Trump geeft in zijn tweede presidentstermijn alle ruimte aan kolencentrales, bijvoorbeeld door het ministerie van Defensie te verplichten elektriciteit af te nemen van Amerikaanse kolencentrales – onder het mom van nationale veiligheid.
Ook zijn honderden miljoenen dollars uitgetrokken om gesloten kolencentrales te moderniseren en weer op te starten. Beperkingen van de uitstoot van broeikasgassen door kolen- en gascentrales, ingesteld onder president Biden, worden geschrapt, zo werd deze week bekend.
China was voor de oorlog in Iran al koploper in groene energie, en tegelijk de grootste verstoker van kolen. Dat laatste lijkt niet snel te veranderen; in het land werd vorig jaar een recordhoeveelheid voorstellen voor nieuwe kolencentrales ingediend. China zet hier bewust op in. Door een mix aan verschillende energiebronnen te gebruiken, kan het land met het oog op energiezelfstandigheid een stootje hebben.
Daarnaast gebruikt China ook meer kolen voor chemische producten, zoals plastic of kunstmest. De hoge olieprijzen hebben kolen ook op dit gebied aantrekkelijker gemaakt.
India breidt zijn kolensector uit om aan de groeiende lokale energievraag te kunnen voldoen. De onzekerheid rondom Hormuz geeft dat een extra zetje, zegt Sandeep Pai, verbonden aan het Nicholas Institute for Energy, Environment & Sustainability in North Carolina. „In een groot land als India zijn zekerheid en betaalbaarheid van energie extra belangrijk, omdat het weinig flexibel is in het wisselen tussen energiebronnen. Beleidsmakers zien kolen als een binnenlandse energiebron die zekerheid en betaalbaarheid biedt. Het land heeft zelf nauwelijks olie of gas, en is daarom veroordeeld tot import. Maar kolen zijn er in overvloed.”
De groeiende energievraag in India biedt ook ruimte voor hernieuwbare en kernenergie, zegt Pai. Net als China kiest het voor een zo breed mogelijk palet. „Vijf jaar geleden, bij het Glasgow-akkoord, ging het over vermindering van het kolengebruik met het oog op het klimaat. Sinds de oorlogen in Iran en Oekraïne gaat het daar nauwelijks meer over.” In tijden van nood en spanning over energiezekerheid verdwijnt het debat over terugdringen van kolen naar de achtergrond. ”India heeft kolen, ze weten hoe ze ermee om moeten gaan, en dat biedt zekerheid.”
Eigenlijk waren juist China en India qua elektriciteitsproductie wel goed op weg. Vorig jaar groeide de elektriciteitsproductie met kolen in die landen niet, voor het eerst in vijftig jaar. Die afname in China komt door „de enorme uitbreiding van hernieuwbare energie”, schrijft het IEA, die de toenemende elektriciteitsvraag „ruimschoots” dekte. In India speelde ook de „een vroege, krachtige en langdurige moesson” mee, die onder meer leidde tot een hogere waterkrachtproductie. Dat neemt niet weg dat beide landen de komende jaren hun kolensector verder willen uitbreiden.
Kolencentrales in het Duitse Peitz.
Naast de oorlog in Iran zal naar verwachting van het IEA ook het weerfenomeen El Niño het kolenverbruik de komende maanden verder opstuwen. Mensen zullen door de verwachte hitte meer behoefte hebben aan koeling en hun airco harder laten draaien, waterkrachtcentrales zullen door watergebrek en warm water minder energie genereren. Ook kerncentrales functioneren bij warmer weer minder efficiënt. Hoe groot de effecten van El Niño op de internationale energiemix zijn, laat zich moeilijk voorspellen.
Wat wel zeker is: het onvermogen van de wereld afscheid te nemen van kolen, is slecht voor het klimaat. „Bij de verbranding van kolen komt meer CO2 vrij per eenheid energie dan bij olie en gas”, zegt Van Vuuren, een kolencentrale werkt „minder efficiënt” dan een gasgestookte centrale, daar gaat kortom meer energie verloren.
Wat doet dat akkoord uit Glasgow er dan nog toe, als de wereld kolen blijft verbranden? Tim Bleeker, als klimaatjurist verbonden aan de Vrije Universiteit, noemt die discrepantie een „heel bekend probleem” bij het bestrijden van klimaatverandering, en bijvoorbeeld ook in het internationaal oorlogsrecht. Dit fenomeen staat bekend als de „zombificatie” van internationale afspraken. „Op papier wordt er iets afgesproken, maar je ziet dat het niet nageleefd wordt.”
De Rampal-kolencentrale in Bangladesh.
Toch zijn zulke akkoorden belangrijk, zegt hij. Ze bieden in ieder geval een aanknopingspunt om vast te stellen wanneer landen tekortschieten. En het zijn weliswaar akkoorden, géén verdragen – juridisch zijn ze niet bindend – maar ze kunnen wel dienen als ijkpunt. Rechters kunnen er bijvoorbeeld naar verwijzen.
Van Vuuren ziet dat ook. „Bij rechtszaken zoals die van Milieudefensie tegen Shell, of die over Bonaire [waarin de Haagse rechtbank oordeelde dat de Nederlandse staat de eilandbewoners onvoldoende beschermt tegen de gevolgen van klimaatverandering], verwijzen rechters wel degelijk naar de afspraken in het Parijsakkoord uit 2015.”
Of het kolenverbruik volgend jaar blijft stijgen, is nog onduidelijk, dat hangt af van de ontwikkelingen in de Straat van Hormuz, aldus het energie-agentschap. Als het weer rustig wordt in het Midden-Oosten „en de aardgasprijzen zich stabiliseren onder het niveau van 2026, zal de wereldwijde vraag naar kolen naar verwachting met 0,4 procent dalen tot 8,91 miljard ton.” Maar als de lng nog steeds niet vrij kan stromen, „zou de wereldwijde vraag naar kolen verder kunnen toenemen”.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie