De vriendin van mijn moeder is dood. Ze kenden elkaar al sinds de hbs in Rotterdam, dus daarom kende ik haar ook mijn hele leven. De vriendin was orthopedisch schoenmaker. Het eerste paar laarsjes voor mijn oudste zoontje, kobaltblauw leer, zachte zool, had zij gemaakt.
De vriendin van mijn moeder was klein, had kort grijs haar, een zachte stem, een heldere dictie en wist alles van vogels. Ze kon ook erg goed en gezond koken. Ze had zich bekwaamd in prettig en zuiver leven, zo zou je kunnen zeggen.
Ik weet dat ze vaak op pad was, zoals veel vrouwen na hun pensioen doen. Online zag ik haar steeds weer ergens anders opduiken. Dan was ze weer op een expositie in de Fondation Louis Vuitton in Parijs, op regenlaarzen in herfstgrijs Texel, of dook ze op onder een bogengalerij van een Portugees klooster.
Ik denk dat ze tijdens haar omzwervingen een rugzakje droeg. Ik weet wel dat er vaak smalend wordt gedaan over vrouwen met rugzakjes. Onterecht. Een rugzakje is namelijk geweldig. Je krijgt minder snel last van je gewrichten dan wanneer je een tas aan de zijkant van je lijf hebt hangen. Bovendien heb je je handen vrij, dus kun je indien nodig nog eens een stomp uitdelen.
Haar overlijden maakt mijn moeder ook ouder dan ik dacht dat ze was. Zeventig is veel te jong om dood te gaan, maar als je doodgaat op die leeftijd, is dat niet het eerste wat de mensen zeggen. Ze zeggen het pas in derde instantie met een ‘toch’ ervoor. „Toch te jong.” En daarna: „Tegenwoordig is zeventig natuurlijk helemaal niet oud meer.”
„Boomervrouwen zijn geweldig”, appte een vriendin me. „Als er eentje gaat, voelt het als een maatschappelijk verlies.”
Ze heeft gelijk. Naarmate de boomervrouwen ouder worden, zie ik steeds meer in wat een onverzettelijk en vrolijkmakend volkje het eigenlijk is. Vaak zijn hun mannen al dood, of jaren geleden aan een jonkie blijven hangen. Maar dan nog hebben ze decennialang in het gezelschap van mannelijke boomers moeten leven. Mannen die de ruimte vullen met gelul over Den Uyl, jazz, of Bob Dylan, wijn en waarom de VPRO vroeger beter was. Desondanks zijn boomervrouwen nog steeds bereid het leven met frisse moed te omarmen. Ze houden de hele culturele sector dapper overeind, met hun continue museum- en theaterbezoeken. Ze schoffelen in moestuinen hun kostje bij elkaar. Ze bezetten de Volksuniversiteit.
Sommigen van hen zijn in het openbaar misschien weinig verdraagzaam tegenover anderen die, ik noem maar iets, zich ook op de fiets door het verkeer begeven of proberen aan de beurt te komen bij de bakker, maar aan de andere kant: mogen ze ook eens? Ze hebben genoeg bevochten.
De boomervrouwen waren namelijk vaak de eersten in de familie die de kans kregen om te studeren en carrière te maken. Ze braken daarmee de weg open voor de vrouwen die na hen kwamen. Ze hebben ons geleerd dat een vrouw alles kan: zorgen en werken. Aan de andere kant: ze hebben ons daarmee ook voorgedaan dat dat vaak betekent dat een vrouw ook alles móét doen. En dat alles is nogal veel.
Juist daarom zie ik het wel voor me om over dertig jaar met kort, grijs haar en armen die niets dragen door het leven te marcheren. Vrij en vrolijk als een vogel.
Zoals die lieve vriendin van mijn moeder, linkse boomervrouw, instituut van 1 meter 60, veel te vroeg gestorven.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie