Een zomer als die van 2026 zal over veertig jaar als een koude uitschieter gelden. Waarom praat het kabinet zo weinig over het klimaat?
Half juni stond ik in mijn achtertuin een weerberichtje op te nemen voor de socials van de Climate Classic, een fietstocht langs de toekomstige kustlijn van Nederland. Wat ik toen al dacht: die tocht gaat niet door met de verwachte 33 graden. Maar toen moest de rest van de zomer nog komen. We struikelden van de ene afgelasting naar het andere sproeiverbod. Duf van de warme nachten puften we door de warmste zomer ooit gemeten, met afstand. De officiële metingen gaan terug tot 1901 maar ik durf er een kuub drinkwater om te verwedden (of iets anders dat in de toekomst veel waard wordt) dat de zomer in Nederland niet zo warm is geweest sinds Homo sapiens rondloopt op de plek waar nu Nederland ligt.
Het was de warmste zomer ooit en dat is geen toeval. Het opstoken van fossiele brandstoffen is onweerlegbaar de drijvende motor achter het breken van hitte- en droogterecords in de huidige tijd. In het nieuws werd de oorzaak van de hitte opvallend weinig expliciet genoemd. We hebben in het Nederlands ook niet zo’n lekker bijvoeglijk naamwoord als human-caused. Je kon het idee krijgen dat het ons dit jaar allemaal gewoon overkwam.
De zomer hakte er in Europa nogal in. De economische schade van de hitte en droogte wordt geschat op tientallen miljarden euro’s. Er zijn 35.000 mensen extra overleden tijdens de hitte, tientallen miljoenen mensen sliepen slecht, waren moe en weinig productief.
Toch hebben we weinig tijd om over 2026 na te praten. Het zal geen zomer zijn die we ons nog heel lang gaan herinneren. Want inmiddels laten wij mensen het klimaat zo snel opwarmen, dat zo’n hete zomer in het huidige klimaat eens in de vijf jaar zal gaan plaatsvinden. Als het tegenzit, zou een zomer zoals 2026 over veertig jaar een koude uitschieter zijn tussen de zomers van dat moment. Zomers waar we ons nu nog totaal geen voorstelling van kunnen maken in Nederland.
Kortom, dit is de klimaatcrisis in de praktijk, en de kosten van nietsdoen lopen snel uit de hand. Logisch dus ook dat het kabinet en de Kamer meteen bij terugkomst van het zomerreces de handen ineensloegen om nu, na deze zomer die de druppel was voor heel veel mensen, eindelijk werk te gaan maken van doortastend en breed gedragen klimaatbeleid. Aangemoedigd door een grote klimaatmars in Amsterdam en de groeiende stapel urgente rapporten van het KNMI, PBL, de WRR en SCP kwamen premier Jetten en zijn ministersploeg – ook die van de VVD – al snel met de eerste stappen naar een rechtvaardig, realistisch en effectief klimaatbeleid. Want deze zomer liet zien: klimaatverandering raakt ons allemaal.
Of wacht. Dat gebeurde helemaal niet.
Misschien heeft u meer gehoord dan ik. Maar ik vond het de afgelopen weken oorverdovend stil uit Den Haag. Je zult maar binnenvaartschipper zijn, of akkerbouwer, sociale huurder, familie van een van de duizenden te vroeg overleden kwetsbare mensen. Of gewoon iemand die zich zorgen maakt. Dan zit je al weken tevergeefs te wachten op erkenning dat je zorgen gezien worden.
Het is heel goed mogelijk dat het kabinet er bewust voor kiest om niet te veel over klimaat te praten. Daar is ook wel reden toe, het onderwerp is sterk politiek gepolariseerd geraakt. Zo lang het niet duidelijk is van welke politieke partijen het minderheidskabinet steun kan verwachten, is het riskant om zich al te sterk uit te spreken. Daar komt bij dat het klimaat over een paar maanden hoe dan ook op de agenda komt. Het kabinet is namelijk bij lange na niet op koers voor de klimaatdoelen die het zichzelf gesteld heeft, zo bleek deze week. Het kabinet heeft daarom met zichzelf afgesproken dit voorjaar met extra maatregelen te komen.
Met een beetje pech krijgen we dan een technocratisch verhaal over beleidsdoelen en verplichtingen. Zo praat het kabinet er nu ook over: een paar miljard voor de netcongestie en nog wat meer voor het stikstofprobleem. Maar zoals journalist Jelmer Mommers onlangs weer overtuigend schreef: beleidsmaatregelen zonder een dragend verhaal zijn een recept voor nog meer onvrede, bij voor- én tegenstanders van klimaatbeleid. Zonder een visie ontstaat er geen gedeelde wil om bij te dragen aan een beter klimaat.
Daarom moet het kabinet een consistent verhaal gaan vertellen over het klimaatbeleid. Een verhaal dat aansluit bij breed gedeelde zorgen in de samenleving. Een overgrote meerderheid van de Nederlanders vindt bijvoorbeeld dat de baten van het huidige klimaatbeleid niet rechtvaardig verdeeld zijn: hoge inkomens profiteren onevenredig veel. Ook wordt breed gevoeld dat vervuilers te weinig betalen. Zo’n verhaal kan bovendien aansluiten bij de gebeurtenissen van de afgelopen zomer. Schone lucht, meer groen, een pauze in de toename van extreem weer, niet nog meer economische schade. Over dit soort doelen is allang breed draagvlak.
Het is de hoogste tijd om de stilte te doorbreken, en te komen met hoopvol en realistisch klimaatbeleid. Want als deze extreme zomer niet de perfecte aanleiding is, wat dan wel?
Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie