Home

Een vergeten vrijdenkster die vastberaden was om nooit een ‘verknoeide mensenziel’ te worden

Biografie Schrijver Geertruida Kapteyn-Muysken, die zich eind negentiende eeuw tot een activistische intellectueel ontwikkelde, is opgeslokt door de geschiedenis. Hoe onterecht dat is, blijkt uit de boeiende biografie die Maite Karssenberg over haar schreef.

Trafalgar Square, London, 1899.

De naam Geertruida Kapteyn-Muysken zal weinig mensen iets zeggen. In tegenstelling tot, zeg, Aletta Jacobs: dan beginnen de ogen van je gesprekspartner vaak wel te glimmen. Schrijver en historicus Maite Karssenberg heeft nu deze vrijdenkster uit het fin de siècle opnieuw tot leven gewekt in een uitvoerige biografie. Dat Kapteyn-Muysken geen gevestigde historisch figuur is, mag je na het lezen gerust een raadsel noemen.

Maite Karssenberg: Dubbelleven. Geertruida Kapteyn-Muysken en haar rebelse levensfilosofie. De Arbeiderspers, 472 blz. €29,99

Karssenberg (1989) werkte maar liefst acht jaar aan Dubbelleven. Ze ontdekte het verhaal van Geertruida Kapteyn-Muysken toen ze 23 was. Toevallig, in een database. Ze was meteen verkocht, schrijft ze in de inleiding van dit boek: „Het voelde als een papieren ontmoeting in de meest wezenlijke, ongepolijste vorm.”

Om maar met de deur in huis te vallen: dit is een uitstekend geschreven boek. Goed, Karssenberg heeft geluk met haar onderwerp: Geertruida leefde een zeer bewogen leven. Maar de stijl van de auteur heeft meer weg van die van een romanschrijver dan van een historicus, in positieve zin. Nergens worden gebeurtenissen opgeklopt, en toch raak je als lezer niet verveeld. Vormtechnisch is het subliem.

Beknotting van de geest

Geertruida Muysken groeit op als de jongste telg van een welgesteld gezin in Hillegom. Na de dood van haar ouders neemt haar zus Marie de opvoeding over. Ze gaat naar de mms, een meisjesschool in Haarlem. In 1868 wordt er nog lacherig gedaan over de ‘school met de zeven juffrouwen’. Maar Muysken heeft het er goed – zeker als ze een vriendschap sluit met Martha van Vloten, een geestverwant. Ze delen dezelfde liefde voor poëzie, wisselen brieven uit over wat het betekent een vrouw te zijn, over George Elliotts Middlemarch en over de natuur. Beiden zien het huwelijk als een beknotting van de geest en zijn vastberaden geen ‘verknoeide mensenziel’ te worden.

Nauwelijks volwassen, en toch heeft Geertruida al een nauwgezet beeld van de beperkingen die de maatschappij een vrouw oplegt. Ze is, volgens Karssenberg, op zoek naar een ‘rol die nog niet bestaat’. Haast alsof de 19de-eeuwse vrouw terugblikt vanuit de moderne tijd, en niet kijkt door de ogen van haar eigen tijd. Gekmakend moet het zijn geweest om gekooid te leven in een periode waarin alles intellectueel broeit en zich vernieuwt, van de opkomst van het Darwinisme en het socialisme, tot de stugge doorvoer van de industrialisatie. En dat is het ook. Op haar twintigste belandt Muysken voor het eerst in een psychiatrische inrichting in Utrecht, waar ze drie maanden verblijft. Na haar herstel staat een ding vast: ze wil zich coûte que coûte ontwikkelen.

Edeler en reiner

Sommige vrouwen kunnen, na veel gesteggel en met de steun van hun vader, naar de universiteit. Voor Geertruida is dat, als wees, geen optie. Wel krijgt ze privéles van Willem Doorenbos; een rashumanist die zich vanuit die overtuiging inzet voor de gelijkwaardigheid van man en vrouw. Ook krijgt ze hulp van de Nederlandse feministe Helene Mercier, waar ze progressieve gedachten mee uitwisselt. „Ikzelf ben er innig van overtuigd dat meer nadenken, meer geestelijke inspanning ieder jong meisje edeler en reiner maakt”, schrijft Geertruida haar.In de winter van 1878 ontmoet ze Albert Kapteyn, een jonge ingenieur uit een strenggelovig gezin. Hij breekt haar argwaan tegen het huwelijk open – ze wordt verliefd. In 1881 verhuizen ze samen naar Londen. Al snel wordt dochter Olga, Olly, geboren. Geertruida kan de eerste jaren niet aarden in deze ‘grote reuzenwereldstad’ (Londen telt op dat moment al 4,5 miljoen inwoners). Dat komt vooral door de opvoeding en het huishouden, die haar volledige aandacht opeisen. Ze mist het ‘denkend begrijpen’. Albert is een carrière-man en reist heel Europa af voor zijn werk. Toch is hij geen klassieke patriarch, toont Karssenberg. Hij staat open voor de progressieve opvattingen van zijn vrouw en stemt zelfs in als zij aan de anticonceptie wil.

Karssenberg baseert zich voor het grootste gedeelte van deze periode op brieven en dagboekfragmenten. Af en toe vult ze iets te veel zelf in. Bijvoorbeeld over de waanideeën tijdens de perioden waarin Kapteyn-Muysken verblijft in een ‘krankzinnigengesticht’. Symboliseert Geertruida’s obsessie met een Nederlandse kroonprins haar zoektocht naar ‘mannelijke vrijheid’? Praat ze over Sneeuwwitje en Doornroosje omdat ze een ingedommelde versie van zichzelf is? Dat zijn speculatieve vragen die je als biograaf niet per se hoeft te stellen. 

In 1892 gaat het roer om. Kapteyn-Muysken speelt met het idee om haar brieven en memoires te verruilen voor echte publicaties. Haar eerste artikel is een ‘pleidooi voor morele educatie’ en verschijnt in het feministische tijdschrift Shafts. Ze pleit daarin onder meer voor vrijere seksuele voorlichting voor kinderen. Karssenberg laat hierbij prachtig de interne worstelingen zien van Geertruida: het praktische versus het theoretische. Ze is een begeesterde idealist, die zint op een betere maatschappij voor vrouwen, terwijl ze (vrij letterlijk) klemzit in haar eigen lichaam – ze is bijvoorbeeld als de dood om zwanger te worden.

Publieke intellectueel

Langzaam begint ze zich te ontpoppen tot publieke intellectueel. Ze wordt lid van de Pioneer Club, , een van de eerste vrouwengezelschappen (waarvan ook Karl Marx’ dochter lid was). Ze krijgt erkenning en begint met het schrijven van literaire kritieken en vertalingen. Ook verfijnt ze haar blik op de wereld, aan de hand van het socialisme, theosofie en humanisme. Het is alsof ze ‘in wolken opgaat’. Haar twee dochters probeert ze op een niet-dogmatische manier op te voeden; May en Olga blijken beiden zeer begaafd en krijgen het beste meisjesonderwijs. 

Het gezin blijft niet voorgoed in Londen. Ze verhuizen naar Zurich, en later terug naar Nederland. In die tijd blijft ze vertalen, publiceren en schrijven. Als de Eerste Wereldoorlog uitbreekt, radicaliseren haar ideeën, ze wordt anarchist, breekt met haar feministische bondgenoot Aletta Jacobs. Jacobs namelijk pleit voor vrouwelijke dienstplicht, iets waar Kapteyn-Muysken van gruwelt. Ook keert ze zich tegen het democratisch beginsel . Haar afkeer van de oorlog doet haar verlangen naar een nieuwe wereldorde, die ze zelf niet mee zal maken. In 1920 wordt ze getroffen door een derde psychische inzinking, die ze niet overleeft.

Wat is de sleutel tot een goede biografie? vraag je je na het lezen af. Bij een niet geslaagd verhaal bestaat de kans dat er informatie wordt opgerakeld die meer kwaad dan goed doet – of waar je als lezer niets mee kan. „Bij het lezen van een biografie verlies je altijd iets”, zei Hermione Lee, de biograaf van Virginia Woolf. Al is het maar de mystiek. 

Maar een goede biograaf weet de waardigheid van zijn onderwerp te behouden, gaat voorbij de mythevorming en laat zijn verhaal niet kleuren door emoties, maar door inlevingsvermogen. Karssenberg speelt dat spel uitmuntend en volgt daarbij de stelregels van Kapteyn-Muysken zelf: „Geestelijk bestaan, dat is geluk.”

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Gender

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next