Home

‘Ik geloof in rechtvaardigheid voor Israël en Palestina. Dat is wel naïef hè?’

Benjamin Moser De Amerikaans-Joodse schrijver Benjamin Moser groeide op met vanzelfsprekende steun voor Israël. Dat is inmiddels omgeslagen. Moser voelt zich daarbij gesterkt door de lange geschiedenis van joods antizionisme, die hij beschrijft in een nieuw boek. ,,Wat Israël doet wordt mij toegeschreven, ik word als Jood medeplichtig gemaakt.”

Benjamin Moser.

De Amerikaans-Joodse schrijver Benjamin Moser (50) legt in zijn achtertuin in Utrecht het zware boek voorzichtig op tafel. De kaft is vaal donkerblauw, met daarop in sierlijk zilver reliëf een portret van de grondlegger van het zionisme, Theodor Herzl. Het is de bundeling van de Zionistische Schriften die Moser’s grootvader Franz Egon Moses (die later zijn naam veranderde naar het minder Joods klinkende Moser) ooit in Breslau kocht. Later zou het boek de hele wereld over reizen.

Benjamin Moser: Antizionisme. Een Joodse geschiedenis. (Anti-Zionism. A Jewish History) Vert. Toon Dohmen, Paul Van der Lecq. De Arbeiderspers, 448 blz. €29,99

Lange tijd sleepte Moser het boek ongelezen met zich mee, „als een talisman” van een grootvader die hij nooit heeft gekend. In zijn nieuwe boek Antizionisme. Een Joodse geschiedenis, dat onder de snuit van zijn hond Basso op tafel ligt, maakt Moser korte metten met de woorden van het zionistische manifest van Herzl.

Herzl was volgens Moser „een onbeduidende dwaas” die – beïnvloed door de nationalistische en koloniale denkbeelden uit zijn tijd – volhield dat Joden moesten worden samengebracht in een natiestaat. Lange tijd was dat, aldus Moser, niet meer dan een sprookje, bedacht door streng-gelovige protestanten die hoopten dat de terugkeer van de Joden naar Palestina tot de eindtijd zou leiden.

Het is niet voor het eerst dat Moser zich buigt over Joodse denkers. Al eerder verwierf hij bekendheid met zijn biografieën van de Joods-Braziliaanse schrijver Clarice Lispector en de Amerikaans-Joodse schrijver Susan Sontag, waarvoor hij werd bekroond met een Pulitzerprijs. Moser spreekt dan ook niet als buitenstaander over het zionisme, zijn kritiek komt voort uit een Joodse opvoeding waarin de herinnering aan vervolging en genocide juist verbonden was met verzet tegen racisme, uitsluiting en machtsmisbruik. In zijn nieuwe boek vermengt hij zijn persoonlijke geschiedenis met zijn talent als biograaf.

Via twaalf portretten brengt hij in Antizionisme. Een Joodse geschiedenis stemmen van Joden uit verschillende tijdperken en verschillende werelddelen tot leven, die allen op hun eigen manier kritisch zijn geweest op het zionisme. Zo schrijft hij over de Duits-Israëlische Felicia Langer, die zich jarenlang als advocaat inzette om Palestijnse gevangenen te verdedigen tegen het Israëlische militaire rechtssysteem. Of de Braziliaans-Joodse Helena Salem, die als journalist verslag deed van Palestijns verzet. „Mensen denken dat zionisme deel uitmaakt van een Joodse geschiedenis”, zegt Moser. „Eigenlijk is antizionisme een Joodse geschiedenis.”

Wat is het zionisme volgens u?

„Het stichten en het voortbestaan van een Joodse staat in Palestina. Israël werd in 1948 uitgeroepen in een tijd waarin het heel normaal was niet-witte delen van de wereld te koloniseren. Het was destijds een verschrikkelijk slecht idee om in een land waar in de negentiende eeuw tussen de 95 en 97 procent niet-Joden leefden een Joodse kolonie te stichten en daar een Joodse staat van te maken. Palestijnen begrepen goed wat dit inhield, want ze hadden gezien hoe dit in de rest van de gekoloniseerde wereld was gegaan.”

Welke aanpak hadden zionisten voor ogen?

„Daarin zitten veel verschillen, maar in mijn boek citeer ik de zionistische leider Ze’ev Jabotinsky. Volgens hem zou elk inheems volk zich verzetten tegen buitenlandse kolonisten en dus was zijn oplossing om zo veel mogelijk bommen te gooien zodat mensen zouden weggaan of zich volledig zouden overgeven. Wat ik met het boek wil laten zien, is dat Joden in de negentiende eeuw al zagen aankomen wat nu dus daadwerkelijk gebeurt.”

Geloofde u dit altijd al?

„De tijd waarin ik opgroeide was hoopvol. In Zuid-Afrika eindigde de apartheid en in het Midden-Oosten werden handen geschud door voormalige vijanden. Ik hoefde geen kant te kiezen, maar kon én zionistisch zijn én voor Palestina. Ik zag het als een conflict tussen twee strijdende partijen, waarin ik destijds Palestijnen vooral zag als slachtoffers of terroristen.

„Daarom duurde het zo lang voordat ik tot de conclusie kwam dat het niet is wat Israël doet wat niet deugt, maar wat Israël ís. Zionisme was de consensus. Daar geloofde ik ook in. Pas toen ik studeerde ontmoette ik een vriendin die het zionisme afwees, dat vond ik toen moeilijk om te horen. Maar na mijn eerste reis naar Palestina was ik volledig gedraaid. Ik was daar voor een Palestijns literatuurfestival en zag de realiteit van de bezetting. Dat was ontwrichtend. Nadat mijn overtuiging veranderde, voelde ik me ontrouw, afvallig, alsof ik de eerste was die dit ooit heeft gedacht.”

Hoe heeft u dat verwerkt?

„Dat is een heel proces geweest. In mijn boek maakt iedereen zo’n reis mee. Nan Goldin was achttien toen ze het zionisme afwees. Maar veel anderen hebben eerst een lange weg moeten afleggen, zoals de Zuid-Afrikaanse Ronnie Kasrils. Als kind haalde hij geld op voor het Joods Nationaal Fonds om zonder dat te beseffen bomen te planten in Israël op de grond van een voormalige Palestijns dorp.” 

Israël is tegelijkertijd een toevluchtsoord geweest voor veel Joden, voor Holocaustoverlevenden en Joden die de Sovjet-Unie ontvluchtten.

„Dat is grotendeels waar. Hannah Arendt zegt daarop dat de Joodse kwestie is verholpen door van honderdduizenden andere mensen vluchtelingen te maken. Vergelijk het met mensen die de oorlog in Somalië hebben meegemaakt en naar Utrecht mogen komen, dat betekent nog niet dat mensen uit Utrecht daarvoor moeten worden verdreven.

„De Joodse geschiedenis maakt de situatie ingewikkeld, want we zijn ons zo bewust van de wreedheden die Joden hebben ondergaan. Maar Joden hebben geen exclusiviteit voor lijden, de wereld is voor veel mensen wreed. De oplossing is om iedereen gelijke rechten toe te kennen, niet dat mensen apart moeten leven”.

In uw boek stelt u ook dat nazi’s sympathie hadden voor het zionisme, al schrijft Hitler zelf dat hij de zionisten niet vertrouwt.

„Adolf Eichmann had sympathie voor het idee dat Joden naar Palestina moesten emigreren. Hij werd in 1937 door zionisten uitgenodigd om naar Haifa te komen en is later naar Caïro gegaan om met het hoofd van de zionistische inlichtingendienst te vergaderen. En dat deed hij openlijk, in Café Groppi, midden in de stad.”

Waren het alleen de nazi’s die voordelen in het zionisme zagen?

„Nee. De Britten waren belangrijke medestanders van de beweging. In 1917 kwam de Balfour-verklaring, met de Britse steun om een ‘nationaal tehuis voor het Joodse volk’ te stichten in Palestina. Volgens sommige Britse politici hoorden Joden eigenlijk niet thuis in Europa. Anderen zagen in een Joodse staat een strategisch voordeel voor het imperialistische Britse Rijk, bijvoorbeeld vanwege het Suezkanaal.”

„De Zionistische Federatie was klein, in 1916 droegen alle Britse Joden samen amper vijfhonderd pond bij aan de zionistische kas. Het hele archief van de beweging paste onder het bed van Nahum Sokolov, de secretaris-generaal. Ze wisten in te spelen op antisemitische Britse ideeën over Joodse macht en internationale invloed. Hoe verklaar je anders dat ze een land kregen toegezegd door de grootste imperialistische macht ter wereld?”

U schrijft ook dat zionisten zich ‘voordeden’ als socialisten of als humanisten, terwijl ze ‘eigenlijk’ iets anders waren. Suggereert u een complot?

„Het wás een complot. Het was de maffia met de beste marketing van de geschiedenis.”

Volgens Moser liet de zionistische beweging verschillende gezichten aan verschillende doelgroepen zien. Voor socialisten werd het beeld van de kibboets met Joodse pioniers geschetst, die een rechtvaardige samenleving in Palestina zouden opbouwen. Voor Britse en Amerikaanse machthebbers presenteerde de beweging een Joodse staat als een strategische bondgenoot in het Midden-Oosten. ,,Tegenwoordig bieden ze gratis queer-gerichte tours aan voor jongeren. Tegelijkertijd is het homohuwelijk in Israël verboden.”

Maar veel zionisten geloofden toch oprecht in die idealen?

„Natuurlijk. Heel veel mensen die in Israël zijn terechtgekomen, wisten niet wat de gevolgen van het zionisme zouden zijn. De Franse historicus Maxime Rodinson schrijft dit ook. Hij zag hoe linkse Joden door het socialistische ideaal van de kibboets naar Palestina werden getrokken. Pas daar ontdekten ze volgens hem dat de praktijk van „Hebreeuwse arbeid” ook betekende dat Arabische arbeiders werden uitgesloten. Dat maakt het zo pijnlijk. De zionistische leiders zoals Ze’ev Zabotinsky, Chaim Weizman en David Ben-Gurion wisten volgens mij namelijk wél wat ze deden.”

Voelt u zich verantwoordelijk om u op deze manier uit te spreken over Israël?

„Ja.”

Waarom? Want wat is uw band met Israël, behalve dat er vanuit wordt gegaan dat u zo’n band heeft?

„Nou, dat! Vanaf mijn geboorte al. Mijn grootvader is in 1938 uit nazi-Duitsland gevlucht. Mij werd daardoor altijd verteld: never again for anyone. Mijn ouders zijn in het zuiden van Amerika onder de segregatiewetten opgegroeid. Als Joden waren ze daar fel tegen. Daar groeide ik mee op, dat wij vanuit een Joods perspectief tegen racisme, uitsluiting, seksisme, homofobie moesten zijn.

„Wat Israël doet wordt mij toegeschreven, ik word als Jood medeplichtig gemaakt. Een Knesset-lid zei: ‘Ik ben trots op de ruïnes van Gaza, en dat elke baby over tachtig jaar zijn kleinkinderen zal vertellen wat de Joden hen aangedaan hebben.” De Joden! Als wij dit goedpraten, waar is het Joodse lijden dan voor geweest?”

Wie het nieuwe boek van Moser openslaat, stuit al voor de inleiding op twaalf profetische aanklachten tegen zaken als hoogmoed, bloedvergieten en onderdrukking. Het zijn verzen uit de Thora, zoals Leviticus 20:22: ,,Houd je aan al mijn bepalingen en regels en leef ze na, anders zal het land waarheen Ik jullie breng om er te gaan wonen, jullie uitbraken.”

Vindt u de Thora belangrijk? Wat is Joods zijn voor u?

„Ik vind de waarden die via de Thora worden uitgedragen belangrijk. Als je de profeten leest, worden we keer op keer bestraft door God. Als het te veel naar je kop stijgt, slaat God toch terug. En dat is wat ik, in geseculariseerde vorm, geloof. Ik denk niet dat misdaad en zonde onbestraft blijven. Dat is wel naïef hè?”

Er is steeds meer verzet tegen Israël. Ik kan me voorstellen dat Israël internationaal gezien op een gegeven moment wordt bestraft.

„De zwarte Amerikaanse schrijver Ta-Nehisi Coates zei dat politiek voortvloeit uit cultuur. Dat vind ik ook. Mijn ouders groeiden op in een gesegregeerd Amerika. Dat veranderde omdat mensen zich begonnen uit te spreken, boeken gingen schrijven en films maakten. Ook in de Verenigde Staten is op dat vlak nu het tij aan het keren ten opzichte van Israël.”

Gaan we die verandering nog meemaken?

,,Apartheid is onhoudbaar. Ik zeg b’yameinu v’karov [een Joodse uitdrukking voor ‘moge het in onze dagen en spoedig gebeuren’ red]. Dat is wat ik hoop. Dat is mijn gebed.”

Moser pakt zijn telefoon en laat een bericht zien dat hij op Instagram heeft geplaatst. Het is een foto uit Gaza. Kinderen zitten op de grond of op plastic stoeltjes naar The Lion King te kijken. Achter hen staan resten van wat eerst huizen waren, aan de horizon strekt zich een landschap van puin uit. „Dat wij het meemaken, oké. Maar dat die kinderen het meemaken… Ik doe wat ik kan. Ik spreek me ook uit als Jood omdat ik niet wil dat Israël uit mijn naam spreekt. Daarin word ik gesterkt door de mensen die ik in mijn boek opvoer.”

Hoe ziet uw familie Israël nu?

„Mijn tachtigjarige moeder was hier verleden week. Ter promotie van mijn vorige boek over Nederlandse schilders De wereld op zijn kop was ik, vlak na 7 oktober 2023, in de Verenigde Staten. We vierden het met een etentje in een Mexicaans restaurant. Mijn moeder weet wat ik van Israël vind en is geen subtiele dame. Ze begon te gillen: ‘Jij steunt Hamas! Jij steunt terroristen!’ We stopten dat gesprek maar nadat ze mijn boek las, belde ze me op om zich te verontschuldigen. Ze schaamde zich dat ze zichzelf ooit een zionist heeft genoemd.”

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next