WTA Vrouwelijke tennissers halen voor miljoenen aan sponsordeals binnen en verdienen op grand slams net zo veel prijzengeld als hun mannelijke collega’s. Toch verkeert de internationale bond voor het vrouwentennis in zwaar weer. Hoe komt dat? „Misschien moet je voorzichtiger zijn voordat je met Saoedi-Arabië in zee gaat.”
De Kazakse tennisster Elena Rybakina in november 2025 na de door haar gewonnen finale van de WTA Finals in Riad (Saoedi-Arabië).
Er is geen professionele sport waarin het verschil in populariteit en zichtbaarheid tussen de mannen en de vrouwen zo klein is als in het tennis. Vrouwelijke toptennissers als Aryna Sabalenka, Coco Gauff en Iga Swiatek halen miljoenen aan sponsordeals binnen, op de allergrootste toernooien is het prijzengeld voor mannen en vrouwen gelijk en hoewel de mannen nog altijd meer publiek trekken, wordt het verschil wel kleiner. Eigenlijk gaat het dus heel goed met het vrouwentennis.
En toch kampt de bond voor het professionele vrouwentennis met financiële problemen. De Women’s Tennis Association (WTA) stevent voor 2026 af op een verlies van 23 miljoen dollar (19,8 miljoen euro), met nog maar 15 miljoen in kas. Oftewel: als de WTA de verliezen niet weet te beperken, is ergens in de loop van volgend jaar het geld op. Hoe kan het dat de sport floreert, maar de bond die de sport organiseert niet?
Een belangrijke reden voor de financiële problemen is het wegvallen van een deal met het staatsinvesteringsfonds van Saoedi-Arabië (PIF). Een deal die de WTA, die op dat moment ook al krap bij kas zat, goed kon gebruiken. Van 2024 tot en met 2026 zouden de prestigieuze WTA Finals in de Saoedische hoofdstad Riad worden gehouden. Aan dit toernooi, dat aan het eind van het seizoen gespeeld wordt, doen alleen de acht beste tennissters in het enkelspel en de acht beste dubbelteams mee. Het PIF zou ten minste drie jaar de kosten van de organisatie op zich nemen, en ook de enorme pot prijzengeld betalen, van in totaal 15,2 miljoen dollar. In 2023, voor de deal met Saoedi-Arabië, bedroeg de prijzenpot nog 9 miljoen dollar.
In maart dit jaar werd bekend dat er vroegtijdig een eind komt aan de samenwerking. De WTA moest halsoverkop op zoek naar een nieuwe locatie voor 2026. Dat werd het Amerikaanse Indian Wells, waar elk jaar een van de grootste toernooien buiten de grand slams wordt gespeeld. Maar de WTA moet nu grotendeels zelf betalen voor het evenement, inclusief het prijzengeld. De Vlaamse sporteconoom Thomas Peeters vraagt zich af of dit soort deals met een autoritair land als Saoedi-Arabië financieel wel verstandig zijn. „Het is een koninkrijk waarin één iemand kan beslissen van koers te veranderen”, zegt hij. „Het is dus eigenlijk niet zo’n betrouwbare partner.”
In de nabije toekomst dreigt nog een investeerder weg te vallen. Private-equityfirma CVC investeerde van 2023 tot en met 2027 150 miljoen dollar in de WTA, in ruil voor een aandeel van twintig procent. Met het vertrek van de Saoediërs zal het voor CVC minder aantrekkelijk zijn om de deal te verlengen en voor andere investeerders om in te stappen.
Het is de WTA met het geld van CVC en het PIF niet gelukt financieel gezond te worden. Dat de bond niet weet te profiteren van de grote populariteit van het vrouwentennis, heeft veel te maken met de organisatie van de sport. Die is nogal versnipperd. Naast de WTA is er voor de mannen een aparte bond, de ATP. Alle toernooien in het tennisseizoen vallen onder de twee bonden, behalve de vier grand slams, die zelfstandig opereren. Dit zijn de toernooien die verreweg de meeste belangstelling krijgen, en dus hebben ze de ATP en de WTA helemaal niet nodig, legt sporteconoom Peeters uit. De grand slams zijn zelf eigenaar van hun uitzendrechten en sponsordeals, en de inkomsten daarvan gaan niet naar de bonden.
Van de populariteit van individuele speelsters heeft de WTA ook relatief weinig profijt. Net als hun mannelijke collega’s halen de bekendste speelsters jaarlijks voor miljoenen aan sponsordeals binnen – vaak een veel groter bedrag dan wat ze aan prijzengeld bij elkaar spelen. Dit jaar staan er zelfs voor het eerst meer vrouwen in de top-tien van best verdienende tennissers dan mannen, berekende zakenblad Forbes: zes om vier.
Forbes publiceerde eind 2025 ook een lijst met de tien best verdienende vrouwelijke sporters van dat jaar. Onder hen waren liefst zeven tennissters. Coco Gauff voerde deze lijst aan. Ze verdiende 33 miljoen dollar, waarvan 25 miljoen aan sponsorgeld. Ook voormalig nummer 1 van de wereld Naomi Osaka stond in de top-tien. De laatste jaren wekt ze belangstelling met de opvallende outfits waarmee ze tijdens grandslamtoernooien de baan op komt, gefaciliteerd door sponsor Nike, die altijd een persoonlijke boodschap hebben.
Het zijn echter de speelsters die dit sponsorgeld binnenhalen, en de bond ziet er niets van terug. „De WTA en de ATP zitten in een ongmakkelijke positie”, concludeert Peeters. De grandslamtoernooien en de spelers zelf vormen een aantrekkelijk mediaproduct, „maar de bonden hebben zelf eigenlijk niet zoveel te verkopen.” Toch is de ATP vooralsnog wél financieel gezond. „In dat verschil zie je waarschijnlijk toch de genderkloof terug”, vermoedt Peeters. Waar de WTA op haar site zes investeerders vermeldt, zijn dat er voor de ATP achttien.
En dan is er nog het streven van de WTA om het verschil in prijzengeld te verkleinen, dat buiten de grand slams op veel toernooien nog wel bestaat. Dat streven kost de bond veel geld. Op toernooien waar zowel de mannen als de vrouwen spelen, hebben de ATP en de WTA ieder hun eigen afspraken over uitzendrechten en sponsordeals. Uit de inkomsten die daaruit komen, wordt onder andere het prijzengeld betaald. Om de prijzengeldkloof te verkleinen heeft de WTA dus zelf geld moeten bijleggen. In 2023 stak ze daar zo’n 30 miljoen dollar in, berichtte de Britse krant The Daily Telegraph destijds.
Wat kan de WTA doen tegen de financiële zorgen? Peeters ziet geen duidelijke oplossing. „De structuur van de sport is wat ze is, denk ik.” De bond zou wel kunnen proberen de belangstelling voor evenementen als de WTA Finals te vergroten. Hoewel kwalificeren voor dit toernooi voor de speelsters een van de grootst mogelijke prestaties is, wordt het evenement door het grote publiek vaak over het hoofd gezien. Daar zitten wellicht nog mogelijkheden, denkt Peeters. En: „Misschien moet je voorzichtiger zijn voor je met Saoedi-Arabië in zee gaat.”
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie