Nederland is dit jaar opnieuw gedaald in de gendergelijkheidsindex van het World Economic Forum (WEF): van de 43ste naar de 46ste plaats. Vooral op economische participatie en politieke invloed van vrouwen scoort ons land relatief laag.
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.
De jaarlijkse Global Gender Gap Index van het WEF onderzoekt de genderongelijkheid in 145 landen op vier vlakken: economische participatie, toegang tot onderwijs, politieke invloed en gezondheidszorg/levensverwachting. Van de 43ste plek is Nederland naar de 46ste plek gezakt.
‘Ik dacht dat we de bodem al hadden bereikt’, zegt Henk Volberda, directeur van het Amsterdam Centre for Business Innovation. Dat verzamelde de data voor het WEF-onderzoek in Nederland. ‘Vorig jaar was Nederland al vijftien plaatsen gezakt, nu weer drie. Het is beschamend dat een economisch geavanceerd land als Nederland zo achterloopt.’
De ranking is relatief: het feit dat Nederland achterloopt komt doordat andere landen zich sneller ontwikkelen qua gendergelijkheid. IJsland is de koploper, samen met de andere Scandinavische landen. ‘In IJsland en Zweden kunnen vrouwen gemakkelijker het arbeidsproces uit- en instappen. Daar bestaat bijvoorbeeld ruimer zwangerschapsverlof, betaald partnerverlof, gratis kinderopvang. Werkgevers faciliteren dat.’
Maar landen die volgens Volberda beter te vergelijken zijn met Nederland, zoals Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, zitten ook in de top 10 wereldwijd. ‘Toen de index in 2006 begon, was Nederland juist een koploper. Nu is Nederland 24ste in Europa, dat is niet goed.’
Nederland loopt achter op de arbeidsparticipatie van vrouwen, niet op toegang tot onderwijs of gezondheidszorg, aldus Volberda. ‘Sterker nog, vrouwen zijn gemiddeld hoger opgeleid dan mannen. Tot hun 30ste verdienen ze ook beter.’ Wanneer ze hun carrière onderbreken wegens zwangerschap, halen veel mannen hen in.
Loopbaanonderbrekingen, voor ouderschapsverlof of om professionele redenen, hebben een groter negatief effect op hun doorgroei dan bij mannen, zegt Volberda. Vaak kunnen vrouwen niet meteen (weer) fulltime aan het werk na een zwangerschap, ook als ze dat willen. Dat komt volgens hem doordat er niet de juiste voorzieningen voor zijn, zoals toegankelijke kinderopvang.
Ook scoort Nederland laag op politieke invloed. Zo zijn de meeste ministers nog mannen. ‘Bovendien heeft Nederland nog nooit een vrouwelijke premier gehad, en dat is belangrijk voor de beeldvorming. Als je nu in Nederland denkt aan een minister-president, dan denk je aan een man.’
Volgens Volberda is vertegenwoordiging van vrouwen in politiek én bedrijfsleiderschap belangrijk, niet alleen om ethische redenen. ‘Er gaat heel veel talent verloren. Economisch gezien kunnen we ons dit eigenlijk niet permitteren.’ Slechts 30 procent van de vrouwen heeft nu een leidinggevende functie. Daarnaast blijkt ook dat teams veel creatiever en innovatiever zijn, en een betere besluitvorming hebben. ‘Een diverser team leidt minder snel tot eenzijdige besluiten.’
Daarom pleit Volberda voor proactiever emancipatiebeleid met duidelijke doelstellingen, dat ‘de wortel en de stok’ combineert. Ten eerste pleit hij voor strengere wetgeving, zoals het wetsvoorstel voor loontransparantie. Als deze wet wordt aangenomen, moeten bedrijven vanaf 2027 open zijn over lonen, met als doel de loonkloof te dichten. ‘Die regel kwam vanuit de EU, Nederland is tot nu toe reactief in dit soort regelgeving, in plaats van proactief.’
Ook is hij voor harde quota voor overheids- en leidinggevende functies, zoals in raden van bestuur bij bedrijven of bij ambtelijke functies. ‘De vrouwen met de benodigde competenties en ervaring zijn ruimschoots aanwezig. We hebben quota nodig om ze te zien in die posities, niet omdat ze die functies niet kunnen doen.’ Volgens hem zouden quota van 30 à 40 procent haalbaar zijn, met een streven naar een fiftyfiftybalans.
Daarnaast hoopt Volberda op betere voorzieningen waardoor vrouwen hun gezins- en werkleven kunnen combineren. De verantwoordelijkheid voor gendergelijkheid ligt nu bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. ‘Maar onderwijs is het probleem niet’, zegt Volberda. Daarom moet er volgens hem een ministerie van Vrouwenzaken komen dat hier de regie in moet voeren.
Source: Volkskrant