Home

Amsterdammers prikken zwerfvuil, de gemeente wil meer afvalboten. De stad lijkt steeds viezer, maar is ze dat ook?

Vuilnis Al jaren voert Amsterdam een slepende strijd tegen het zwerfafval. Overal gaan buurtinitiatieven zelf met prikkers aan de slag, maar het is volgens de wethouder: „Vegen met de kraan open.”

Vrijwilligers prikken zwerfvuil.

Achter elk stuk afval schuilt een verhaal. En soms, zegt Miled de Man (27) terwijl ze met een plastic grijper een rondzwervende snoepwikkel in een vuilniszak stopt, zelfs een „mysterie”.

Neem bijvoorbeeld de pakweg twintig halfopgerookte sigaretten naast haar, die gestructureerd naast elkaar op de parkeerplaats lijken te liggen. Of het rode uitje iets verderop, dat is opgeraapt door haar buurtgenoot Kadriye Acar (66). Of de „volle fles sinas” die Martine Zwijnenberg (56) laatst vond tijdens een afvalrondje door de buurt. „Het was alleen geen sinas”, zegt ze met een vies gezicht.

Door zwerfafval te rapen, hopen de acht buurtgenoten uit de Mercatorbuurt in Amsterdam-West hun buurt „schoner” te houden en een beetje „verantwoordelijkheidsgevoel en saamhorigheid” te kweken. Dat zeggen teamcaptain Alexander Kazakov (36) en Zwijnenberg, die initiator is van De Schoonste Straat. Elke maand, soms vaker, komen buurtgenoten samen met plastic grijpers en vuilniszakken.

Dat vinden ze gezellig, maar vooral hard nodig. Het tegengaan van zwerfafval is namelijk „dweilen met de kraan open”, zegt buurtbewoonster Claire Meeussen (49), die deze ochtend op jacht is naar „vervuilende sigaretten” maar vooral veel verpakkingen van eten tegenkomt. Zij en haar buurtgenoten vinden hun wijk en stad de afgelopen jaren „steeds viezer” geworden. Ze geven als voorbeelden zwerfafval uit vuilniszakken die door meeuwen en ratten uit vuilniszakken worden gerukt en afvalbakken die door statiegeldzoekers worden opengetrokken.

Viezer?

Uit de afvalmonitors die de gemeente Amsterdam sinds 2024 jaarlijks laat uitvoeren, blijkt dat ook andere Amsterdammers niet geheel tevreden zijn met de netheid van de stad. 31 procent van de Amsterdammers vindt de eigen buurt (zeer) schoon, een percentage dat jaarlijks iets daalt. Het aandeel dat de eigen buurt (zeer) vies vindt, is toegenomen naar 29 procent, met 41 procent in Amsterdam-Centrum.

De hoofdstad wordt dus steeds minder schoon gevonden. Maar is Amsterdam ook daadwerkelijk viezer geworden?

In de zeventiende eeuw stond de hoofdstad al bekend als ‘een schone maagd met stinkende adem‘, onder andere door het afval dat in de grachten werd gedumpt. De stad sloot zich in de jaren zestig van de vorige eeuw aan bij de landelijke campagne ‘Opgeruimd staat netjes’, maar decennia later lukt het Amsterdam nog steeds niet om het afvalprobleem op te lossen.

Het laat zien dat zwerfvuil in de grote stad nooit ver weg is, stelt Dirk Groot, zwerfafvalonderzoeker en bekend als de ‘Zwerfinator‘. Hij heeft de afgelopen twaalf jaar meer dan een miljoen stuks zwerfafval geraapt, gedocumenteerd en geanalyseerd, vrijwillig en in opdracht van overheden.

‘Een optelsom’

Met ruim 940.000 inwoners en meer dan 14 miljoen dagbezoekers en 10 miljoen verblijfsbezoekers per jaar, waarbij „continu in de openbare ruimte gegeten en gedronken” wordt, is de afvalstroom in de hoofdstad volgens Groot altijd al groot geweest. Maar in de afgelopen jaren is daar volgens hem iets wezenlijks bij gekomen: in 2021 werd landelijk het statiegeld op plastic flesjes ingevoerd en in 2023 ook op blikjes.

Daardoor is zwerfafval volgens Groot „door een optelsom” steeds zichtbaarder geworden. Toeristen en andere bezoekers weten niet altijd van de statiegeldregeling af, of kunnen blikjes en flesjes „bijna nergens kwijt”. „Dus die belanden in de vuilnisbakken, die in het centrum vaak tot de nok vol zitten.” De afvalbakken zijn door de jaren heen steeds groter geworden, maar zijn niet opgewassen tegen de grote afvalstroom in de stad. De blikjes en flesjes in die afvalbakken zijn geld waard, waardoor het loont ze te openen, met rondzwervend afval als gevolg.

Tel daarbij op dat Amsterdam met 11,065 geregistreerde dak- en thuislozen het hoogste aantal van Nederland kent en huishoudelijk afval in delen van de binnenstad nog in zakken op straat moet worden gezet, en rondslingerend afval is onvermijdelijk. Groot noemt het afvalprobleem in Amsterdam daarom een altijd aanwezige „puist”, die sinds de invoering van het statiegeld is „opengespat”.

In andere grote Nederlandse steden ziet Groot hetzelfde probleem, maar door het verschil in drukte en het aantal daklozen is dat niet zo groot als in Amsterdam. In het buitenland zijn er in grote steden zoals Parijs, Barcelona en Londen ook grote problemen met afval, maar die komen niet door opengebroken vuilnisbakken omdat daar het statiegeld (nog) niet is ingevoerd. Daar „ligt de hele stad nog vol plastic flesjes en blikjes”, ziet Groot.

Vrijwilligers ruimen vuilnis in de Baarsjes.

Zwerfvuil op het Damrak.

Rotzooi in de Warmoesstraat.

Inwoners nemen heft in eigen hand

Tegelijkertijd heeft de statiegeldregeling ook voordelen, ziet Groot. Hij constateert uit eigen onderzoek van de afgelopen tien jaar dat een aantal stadsdelen „buiten de echte probleemgebieden” niet viezer, maar juist schoner is geworden. „Daar registreer ik echt veel minder blikjes en flesjes, wat voorheen echt het grootste deel van het zwerfafval was.” En, ziet Groot in zijn onderzoek, buiten de grote steden is het sindsdien „echt veel schoner” geworden.

Desondanks vinden veel mensen afval hinderlijk. Daarom zijn de afgelopen jaren tal van nieuwe initiatieven ontstaan die een beroep doen op buurtbewoners. Zo zijn door de hele stad buurtinitiatieven en schoonmaakwedstrijden ontstaan waarbij in de eigen buurt afval wordt geraapt. Zo zijn bij het initiatief De Schoonste Straat zo’n 170 teams betrokken.

Daarnaast begon in 2021 de jaarlijkse Amsterdam Cleanup Day (dit jaar op 18 september), waarbij bijna tienduizend mensen de stad schoner proberen te maken. Vorig jaar werd het vergelijkbare Amsterdam Cleansday georganiseerd. En dan is er ook nog de World Cleanup Day, waarbij nogmaals schoonmaakacties worden georganiseerd in de stad. Alle (buurt)initiatieven worden gestimuleerd door het gemeentebestuur: het maakte in 2025 en 2026 rond de 800.000 euro per jaar vrij voor buurt- en ondernemersinitiatieven in de stad.

Ook de afvalgrijpers uit de Mercatorbuurt zijn „samengebracht” door afval, met financiële steun van de gemeente. Enerzijds hebben ze elkaar en hun buurt er beter door leren kennen. Maar, zeggen ze allemaal, ze kunnen zich soms ook wel „wat leukers” voorstellen om met elkaar te doen. Ze zouden wel eens hun voortuintjes willen opfleuren, of een buurtfeest organiseren. Alles beter dan steeds met een grijper door de buurt struinen, op jacht naar afval.

Amsterdams wethouder Lian Heinhuis (Pro), verantwoordelijk voor afval en reiniging in de stad, snapt de frustraties van de Amsterdammers. „Amsterdam heeft echt een heel serieus afvalprobleem”, beaamt ze. Vooral door de invoering van statiegeld kent de stad „grote uitdagingen” in met name de binnenstad. Ook in andere stadsdelen, zoals Nieuw-West en Zuidoost zijn afvalproblemen, maar die komen volgens de wethouder vooral door ‘bijplaatsingen’ van bewonersafval en grofvuildumpingen door ondernemers of mensen buiten de stad.

Een janboel naast de ondergrondse vuilnisbakken in de Baarsjes.

‘Gezamenlijke verantwoordelijkheid’

Maar er speelt meer. Uit onderzoek van AT5 bleek vorig jaar bijvoorbeeld dat de Amsterdamse reinigingsdienst door een reorganisatie te maken heeft met hoge werkdruk, stijgend ziekteverzuim en uitval van personeel, waardoor de afvalreiniging onder druk staat. Daarnaast is er een tekort van 23 miljoen euro bij de stadswerven, waar afval wordt opgeslagen voordat het wordt verwerkt. Bovendien is het college van plan te bezuinigen op de hoogste schalen binnen het ambtenarenapparaat en daardoor ook binnen de afvalverwerking, zo meldde Het Parool vorige week.

De bezuinigingen staan echter niet in de weg van het tegengaan van zwerfafval, meent Heinhuis. Zo wil ze meer afvalboten om „de losse afvalzakken op straat uit de binnenstad te krijgen”, dat de reinigingsdienst teruggaat naar de situatie van voor de reorganisatie en weer in vaste buurten rondrijdt. Daarnaast worden prullenbakken op sommige plekken weggehaald om troep te voorkomen, of aangepast, met een zelfsluiting en een aparte ruimte voor statiegeldartikelen. Ook wil ze „gesprekken voeren met het Rijk”, over hoe de statiegeldregeling voor Amsterdam uitpakt.

Tegelijkertijd vindt Heinhuis dat er „wel een grens is in wat de gemeente kan doen”. Ze noemt het „vegen met de kraan open” en „soms om moedeloos van te worden”. „Er zijn plekken in de stad, zoals achter het Centraal Station, waar we met onze afvalmedewerkers twaalf keer per dag komen; elke keer als we terugkomen, ligt de vuilnisbak weer open.” Ze vindt het ontstane afvalprobleem „dusdanig groot” dat het als gemeente „soms echt heel ingewikkeld is om alleen als gemeente op te lossen”.

Daarom is Heinhuis „heel blij” met de opkomst van buurtinitiatieven zoals die uit de Mercatorbuurt. „Het past bij een stad als Amsterdam om gezamenlijke verantwoordelijkheid te voelen voor de problemen die er zijn.” Desgevraagd vindt ze het schoonhouden van de stad namelijk niet alleen een taak voor de gemeente, maar ook voor inwoners, omdat „de stad en straten van ons allemaal zijn”. „Je bent een inwoner van de stad: dat betekent niet alleen dat de gemeente iets voor jou doet, dat betekent ook dat je iets terug kan doen voor de stad.”

Straatvegers in Amsterdam.

Zooi in de Warmoesstraat.

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Amsterdam

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next