Groene subsidie Binnenkort bespreekt de Tweede Kamer een subsidievan twee miljard euro aan Tata Steel. Maar eerst moeten het kabinet en Tata aantonen dat de investering tot doorbraaktechnologie leidt, vindt DonaldPols.
Studenten Chemical Engineering uit Groningen krijgen een rondleiding bij Tata Steel.
Jarenlang gaf ik leiding aan Milieudefensie en stond ik tegenover de grootste vervuilers van Nederland. Ik begrijp dus precies waarom mijn oude beweging tegen de twee miljard euro subsidie voor Tata Steel is. Meer dan honderd economen legden het overtuigend uit: het behoud van Tata dient het publieke belang onvoldoende, en publiek geld hoort niet in een bodemloze put.
En toch maakt de milieubeweging een fout. Met een simpel ‘tegen’ plaatst zij zich buiten het debat over de voorwaarden waaronder Tata die subsidie krijgt. Want een ruime Kamermeerderheid, van PVV tot PRO, heeft het kabinet al groen licht gegeven om door te onderhandelen. De subsidie komt er dus, in de een of andere vorm. De enige vraag die nog openstaat: wat krijgt Nederland ervoor terug?
Donald Pols is voormalig directeur van Milieudefensie en was één dag directeur Duurzaamheid bij Tata Steel.
Die vraag verdient de volle aandacht van de Kamer. Dit wordt de grootste directe, eenmalige subsidie aan één bedrijf sinds de Tweede Wereldoorlog: de miljarden voor KLM en ABN AMRO waren leningen en garanties, dit is een gift. Het geld gaat naar de grootste CO2-uitstoter van het land, die er in vijftien jaar niet in slaagde zijn uitstoot structureel te verlagen. En het legt beslag op een beperkt klimaatbudget dat daarmee niet beschikbaar is voor andere groene projecten.
Toch gaat het debat nauwelijks over de inhoud van de afspraken. Het gaat, begrijpelijk, over gezondheid. Omwonenden vragen terecht aandacht voor de ziekmakende uitstoot; je zal maar opgroeiende kinderen hebben naast die fabriek. Maar het naleven van wettelijk verankerde gezondheidsnormen is een harde randvoorwaarde voor élk besluit, geen subsidiedoel. Hetzelfde geldt voor het terugdringen van de CO2-uitstoot: ook daarvoor bestaan bindende Europese afspraken.
Wie twee miljard betaalt om een bedrijf te helpen aan bestaande wettelijke normen te voldoen, schept een kostbaar precedent. Ieder bedrijf kan voortaan met dit besluit in de hand subsidie eisen voor de kosten van het naleven van de wet.
Wat moet een klimaatsubsidie van deze omvang dan wél bereiken? Zij moet in ieder geval bijdragen aan het voorkomen van gevaarlijke klimaatverandering. Dat kan een land als Nederland maar op één manier doen: door doorbraaktechnologie te ontwikkelen die internationaal toepasbaar is. Tata’s twaalf megaton CO2 is 0,03 procent van de mondiale uitstoot. Twee miljard uitgeven om die 0,03 procent nog niet eens te halveren, is weggegooid geld. Twee miljard investeren in technologie die de wereldwijde staalindustrie, goed voor zo’n acht procent van de mondiale uitstoot, kan vergroenen, is een van de beste klimaatinvesteringen denkbaar.
De huidige afspraken regelen naleving van de wet, geen doorbraaktechnologie. In de intentieverklaring tussen overheid en Tata staat niets over technologieontwikkeling, kennisopbouw en internationale uitrol. De gekozen route – elektrische ovens, ondergrondse CO2-opslag en meer schroothergebruik – bestendigt bovendien de afhankelijkheid van fossiele energie: de installatie draait eerst op aardgas en pas na 2030 mogelijk op waterstof, dat op zijn beurt uit aardgas kan worden gemaakt.
Dit is geen doorbraak- maar volgtechnologie; exact dezelfde route loopt al in Frankrijk, België en Duitsland. Clausules over kennisdeling, octrooiposities, demonstratiewaarde of exportfinanciering ontbreken, terwijl het intellectuele eigendom en de engineering grotendeels bij buitenlandse technologieleveranciers liggen. Nederland koopt dure kennis in, in plaats van zelf nieuwe kennis te ontwikkelen.
Voorstanders wijzen op de ruim tienduizend banen in IJmuiden en het strategische belang van eigen staalproductie. Dat argument neem ik serieus. Juist daarom is het huidige plan zo riskant. Wie investeert in technologie die iedereen al heeft, veroordeelt Tata tot een kostenconcurrentie die het in Nederland, met zijn relatief dure energie, niet kan winnen. Precies daarvoor waarschuwen de economen. Banen bescherm je niet met technologie van gisteren, maar met een voorsprong die anderen niet hebben. Het oorspronkelijke Groen Staal Plan van vakbond FNV wees in die richting: technologische vernieuwing die Nederland tot ontwikkelaar maakt en niet tot koper.
Mijn oproep aan de Kamer is daarom: houd het besluit aan totdat kabinet en Tata hebben aangetoond dat deze investering leidt tot doorbraaktechnologie met internationale uitrol, in de geest van het FNV Groen Staal Plan. Geen aangetoonde doorbraak, geen twee miljard. Datis de minimale zorgvuldigheid die de grootste bedrijfssubsidie in tachtig jaar verdient.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie