Ruimtevaart Het moderne strijdtoneel bevindt zich voor een groot deel in de ruimte. Voor communicatie, spionage en navigatie zijn satellieten onontbeerlijk.
Deze zomer keerde de oorlog om de ruimte terug naar de aarde. Op 15 augustus troffen Oekraïense FP-5 Flamingo-kruisraketten de Progress-fabriek in de Russische stad Samara, de belangrijkste producent van de Sojoez-2-raket.
Als de productie van dit werkpaard van de Russische ruimtevaart stilligt, kan Rusland geen communicatiesatellieten van het type Rassvet lanceren. Rassvet (‘dageraad’) is het Russische antwoord op de meer dan tienduizend internetsatellieten van Starlink van het Amerikaanse SpaceX, die de Oekraïense strijdkrachten voorzien van cruciale informatie op het slagveld.
„Satellietdiensten worden nu gebruikt op alle operationele niveaus van de strijdkrachten in de oorlog in Oekraïne”, zegt Peter Schrijver, een landmachtofficier die aan de Koninklijke Militaire Academie in Breda promoveert op de Oekraïense oorlog. Hij volgt de ontwikkelingen op de voet. „Vooral Starlink heeft zaken enorm in versnelling gebracht.”
Behalve een droneoorlog is de strijd in Oekraïne een ruimtevaartoorlog geworden. Naast communicatiesatellieten als Starlink en Rassvet is een hoofdrol weggelegd voor navigatiesatellieten en van satellieten die beelden van de grond maken: radar-, infrarood- en visuele beelden die de positie van troepen en materieel aan het front verraden.
„De volgende oorlog wordt gewonnen –of verloren- in een baan om de aarde”, voorspelde het vakblad Space News. Voor wie dat grootspraak lijkt: in februari 2025 sloot SpaceX-eigenaar Elon Musk op Oekraïens verzoek Russische terminals af van Starlink, en meteen kwam het Russische leger in problemen. De toch al trage voortgang van het Russische front stokte, en Oekraïne won zelfs hier en daar terrein terug.
In maart kwam het Russische antwoord: een Sojoez-raket lanceerde zestien satellieten van het type Rassvet, en in juli volgden er nog eens zestien. Schrijver: „Rassvet gaat wel een beetje connectiviteit bieden, maar kan voorlopig niet tippen aan Starlink.” De satellieten komen voorlopig maar twee keer per dag over het oorlogsgebied, en bieden dan naar schatting 90 minuten internetverbinding.
Bovendien lijken ze technische problemen te hebben. Een aantal van de satellieten valt terug naar de aarde, zagen waarnemers die satellieten met telescopen volgen. De rest van de Rassvet-satellieten lijkt nog niet in de bedoelde baan aangekomen te zijn.
De Oekraïense FP-5 Flamingo-kruisraket wordt getoond op een beurs in Polen, eerder deze maand.
Toch is Rassvet ook een Oekraïens doelwit. Tussen de droneaanvallen op olieraffinaderijen en distributie-centra valt Oekraïne steeds vaker ruimtevaartinfrastructuur aan. Op 25 juni viel Oekraïne met twaalf drones een satellietcommunicatiecentrum met schotelantennes in Moskou aan, op 22 juni werden communicatiecentra in de stad Doebna en in de regio Vladimir getroffen, en op 1 september raakten Oekraïense drones een fabriek in de stad Perm aan de beurt waar raketmotoren worden geproduceerd. Op 23 augustus kwamen Oekraïense drones zelfs tot Plesetsk, het lanceercentrum in het noorden van Rusland waar de Rassvet-satellieten werden gelanceerd.
Intussen probeert Oekraïne SpaceX zo ver te krijgen dat Starlink niet alleen boven Oekraïens grondgebied data doorgeeft, maar ook boven Rusland. SpaceX-eigenaar en miljardair Elon Musk, die regelmatig begrip toont voor Russische standpunten, kreeg eind augustus de Oekraïense Orde van Vrijheid, een van de hoogste Oekraïense onderscheidingen, voor zijn „buitengewone persoonlijke verdiensten” voor het land.
Schrijver begrijpt het doel goed. „Oekraïne wordt bestookt met ballistische raketten die niet te onderscheppen zijn zonder de Patriot-3 raketten die nu zo schaars zijn.” Het idee is daarom om de lanceerinrichtingen van die raketten aan te vallen, onder het motto: raak de schutter, niet de pijl. „Die staan op zo’n 100 tot 150 kilometer achter de grens. Tot nog toe is het nog niet vaak gelukt om ze te raken. Daar willen de Oekraïners jacht op maken met drones, dan is een livestream via Starlink heel handig.”
Het geeft aan hoe inzet van satellieten verknoopt is met de droneoorlog. Met de opkomst van duizenden, vooral kleine, goedkope drones is het front veranderd in een dodelijke, tientallen kilometers brede ‘grey zone’, waar manschappen, commandocentra, voertuigen en wapens nooit veilig zijn voor aanvallen, vaak met exploderende drones.
Schrijver: „De directe communicatieverbindingen aan het front lopen via radio- of glasvezelverbinding, maar de wijdere communicatie loopt aan de Oekraïense kant via Starlink.” Ook het gebruik van satellietbeelden is explosief toegenomen. „Vroeger werden de beelden verspreid via inlichtingendiensten, nu bestellen legereenheden zelf beelden van hun eigen gebied. Sommige typen satellietbeelden worden wel vijftien keer per dag ververst. Dan kun je de vijand op de voet volgen: als er opeens een bandenspoor verschijnt, weet je dat er ergens een voertuig verstopt moet zijn.”
Oekraïne werkt al sinds 2014 aan het Delta-commandosysteem, waarmee heel snel beelden kunnen worden opgeslagen, doorzocht en vergeleken. De tijd die satellietbeelden erover doen om van de ruimte bij de soldaten in het veld terecht te komen, is inmiddels teruggebracht van dagen naar uren, soms zelfs minuten.
Schrijver: „Het systeem is heel gelaagd geworden: via satellietbeelden krijg je iets in de gaten, dan schakel je over op surveillancedrones die gaan kijken, en uiteindelijk stuur je er drones of raketten op af die weer Starlink gebruiken.”
Lancering van een raket van SpaceX, die 25 Starlink-satellieten in een baan om de aarde brengt, afgelopen april.
De Oekraïense ruimtevaartinzet begon vroeg in de oorlog, met een cadeau. In juni 2022, vier maanden na de Russische invasie, bracht een nationale collecte ongeveer 19 miljoen euro op. Het geld was bedoeld Bayraktar-drones te kopen, de Turkse propellerdrones die in de eerste maanden na de invasie een grote rol aan het front speelden. Maar de fabrikant Baykar doneerde drie drones, en de stichting besloot het geld te besteden aan een contract met het Fins-Poolse ruimtevaartbedrijf Iceye.
Dit bedrijf, in 2014 opgericht als spin-off van de Finse Aalto-Universiteit bij Helsinki, biedt kleine satellieten aan die synthetic aperture radar-beelden (SAR) kunnen maken, een geavanceerd type radar. Tot de komst van Iceye waren SAR-satellieten bakbeesten van meer dan duizend kilo, die honderden miljoenen euro’s en vele jaren kostten om te ontwikkelen en lanceren.
Iceye’s oprichters Rafal Modrzewski en Pekka Laurila zagen kans om dit terug te brengen tot 70 kilogram en 90 centimeter, en lanceerden een vloot van ruim 70 satellieten die samen tientallen keren per dag hetzelfde gebied in kaart brengen. Doordat ze door wolken en mist heen kunnen kijken, ook ’s nachts, is SAR ook zeer geschikt voor militaire toepassingen. In mei maakte het Oekraïense miniserie van Defensie bekend dat de ‘satelliet van het volk’ inmiddels 5.900 beelden heeft verzonden, en heeft bijgedragen aan de vernietiging van een Russisch oorlogsschip en een onderzeeër bij een aanval op de Krim in 2023.
Behalve radaropnamen spelen ‘gewone’ satellietbeelden van de grond, in zichtbaar licht en infrarood, ook een hoofdrol. Al in februari 2022, kort na de Russische invasie, publiceerde het Amerikaanse ruimtevaartbedrijf Maxar, inmiddels Vantor, al beelden van het Russische militaire konvooi dat onderweg was naar Kyiv. Een vloot van tien satellieten, vliegend in een lage baan om de aarde, levert beelden met details kleiner dan een meter, die gewoon online besteld kunnen worden. Concurrent Planet Labs heeft zelfs tweehonderd satellieten, die dezelfde plaats op aarde tot tien keer per dag kunnen afbeelden.
Naast deze commerciële partijen heeft ook de Space Force, de ruimtevaarttak van de Amerikaanse strijdkrachten, een niet openbaar aantal eigen militaire satellieten voor communicatie, beelden, satellietnavigatie (gps) en om raketlanceringen te detecteren.
Afgelopen maandag verklaarde de Amerikaanse onderminister voor de luchtmacht, Troy Meink, dat de VS ruimtewapens in een baan om de aarde hebben gestationeerd „om de gezamenlijke strijdkrachten te kunnen verdedigen”. Over aantal en aard van deze space control weapons deed hij geen mededelingen. Deze maand al worden er satellieten gelanceerd die bewegende doelen als raketten en vliegtuigen kunnen volgen, een eerste onderdeel van het Golden Dome-project dat de VS tegen raketaanvallen moet beschermen.
De Amerikaanse ruimtevaartdominantie, samen met de wispelturige houding van de regering-Trump en SpaceX-eigenaar Elon Musk, hebben inmiddels westerse bondgenoten aan het denken gezet. Duitsland heeft aangekondigd tot en met 2023 35 miljard euro in militaire ruimtevaart te steken, met plannen een eigen militaire ‘Starlink voor de Bundeswehr’ van 1.200 satellieten. Voor de Franse militaire ruimtevaarttak, le Commandement de l’Espace, kondigde president Macron in 2025 een verhoging aan van 4,2 miljard euro voor militaire systemen. En de EU heeft inmiddels de eerste contracten getekend voor IRIS2, een satellietconstellatie van 15,6 miljard euro en 348 satellieten die breedbandinternet en het maken van satellietbeelden combineren, voor civiele maar ook militaire doelen. De eerste satellieten moeten in 2029 gelanceerd worden.
Ook Nederland heeft sinds 2014 een eigen ruimtevaarttak, het Defence Space Security Centre in Breda. In 2025 werd de eerste van vier operationele Iceye-satellieten gelanceerd die eigendom zijn van Defensie. Voor 2028 staat de lancering gepland van PAMI-1, een eigen defensiesatelliet die beelden kan maken, die met lasercommunicatie snel en veilig overgeseind kunnen worden.
Het in kaart brengen van al die satellieten is een aparte taak. Het ministerie van Defensie werkt samen met de TU Delft aan Fotos, een systeem om satellieten aan de nachtelijke hemel in kaart te brengen met camera’s op Curaçao en Vlieland, om zo minder afhankelijk te zijn van informatie uit bijvoorbeeld Amerikaanse databases.
Vergeleken bij al deze plannen blijft ruimtevaartbakermat Rusland wat achter, met een ruimtevaartindustrie die al vóór de invasie problemen had met financiering, corruptie, sancties en mislukte lanceringen door gebrekkige kwaliteitscontrole.
Vandaar dat Russische propagandisten regelmatig oproepen om de vijandelijke satellieten dan maar kapot te schieten. In 2021, enkele maanden voor de invasie, voerde Rusland inderdaad een antisatelliettest uit: de afgedankte Russische satelliet Kosmos-1408 werd met een raket aan gruzelementen geschoten. Die wolk ruimtepuin bleef nog maandenlang in een baan om de aarde (de VS, China en India voerden eerder zulke tests uit).
Toch lijkt het niet doenlijk om de duizenden satellieten van Starlink op deze manier uit te schakelen: de aantallen zijn te groot en de ontstane ruimtepuinwolken zouden het lanceren van satellieten, ook Russische, onmogelijk maken.
Wel dook dit jaar in de Oekraïense bezette gebieden het Koepol-Garant-systeem op: een verrijdbare opstelling met krachtige radiozenders die de radioverbinding tussen de aarde naar Starlink-satellieten storen. Peter Schrijver: „Dit zijn heel grote systemen, die veel elektrisch vermogen vragen en die goed zichtbaar en weinig mobiel zijn. Dus worden ze al vrij snel gespot door de Oekraïners en vernietigd.”
Dat er een nieuwe militaire wedloop in de ruimte is ontstaan, is op zich niet verrassend, zegt Schrijver. „Militaire innovaties ontstaan in oorlogen, en het is een bekend gegeven dat je altijd probeert de tegenstander een stap voor te zijn. Maar het is vooral bijzonder dat deze strijd zich nu op zo’n laag niveau afspeelt. De overgang van gebruik op het niveau van inlichtingendiensten naar gebruik door losse militaire eenheden, dat is echt heel snel gegaan.”
In de Oekraïense regio Donetsk werkt een soldaat met een internetmodem van Starlink, vorig jaar maart.
Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie