Sloop-nieuwbouw in Rotterdam De Pompenburgflat in hartje Rotterdam wordt gesloopt om de hoogste woontoren van Europa te bouwen. Hoort sloop-nieuwbouw bij de wederopbouwstad? „Het is een industrie die nog niet weet dat het over is.”
De Pompenburgflat aan het Hofplein in Rotterdam, die gesloopt moet worden voor nieuwbouwproject RISE.
„Sloop ons niet” staat er in verbleekte gele letters op de zwarte spandoeken van enkele balkons. Aan het Hofplein in hartje Rotterdam, pal achter het stadhuis, staat de Pompenburgflat: een sociaal woongebouw van de Curaçaos-Nederlandse architect Carel Weeber. De veertien verdiepingen tellende gebogen galerijflat uit 1981 moet, samen met de naastgelegen kantoorpanden, gesloopt worden voor drie woontorens, waarvan eentje met 286 meter de hoogste van Europa wordt.
Begin 2025 werd het bestemmingsplan voor dit bouwproject, genaamd RISE, door de gemeenteraad bezegeld met een ruime meerderheid. Rotterdam bouwt daarmee verder aan de ambitie om dé hoogbouwstad van Nederland te zijn. Met 1.477 woningen moet het daarnaast bijdragen aan de woningbouwopgave. Tegelijkertijd wordt het Hofplein, een druk verkeersknooppunt, vergroend en autoluw gemaakt. Met RISE, waarin ook horeca, winkels en kantoren komen, moet het Hofplein zo een aantrekkelijke hotspot en entree naar de binnenstad worden.
Het slopen om plaats te maken voor nieuwbouw kan echter op steeds meer kritiek rekenen onder architecten. Het wordt als weinig klimaatvriendelijk gezien. „Alles wat je sloopt en opnieuw bouwt is verspilling van grondstoffen”, aldus Ronald Schleurholts, hoogleraar erfgoed en ontwerp aan de TU Delft. Als we de doelen van het Klimaatakkoord van Parijs willen naleven, moet renovatie en transformatie – het ingrijpend aanpassen van een gebouw – volgens hem meer de standaard worden.
Daarin is hij niet de enige. „Een bestaand gebouw zou een sokkel voor de toekomst moeten zijn”, zei oud-Rijksbouwmeester Floris Alkemade in juni tijdens de Rotterdamse architectuurmaand. Er worden nieuwe prijzen voor hergebruik uitgeschreven en architecten spreken zich uit tegen sloop. Zo werd deze zomer actie gevoerd tegen de sloop van het voormalige kantorencomplex van het ministerie van Sociale Zaken in Den Haag, waar ook nieuwe woontorens staan gepland. En het Architects Climate Action Network lanceerde onlangs een open source sloopkaart. De jaarlijkse sloop „van ongeveer 16.000 gebouwen” in Nederland is volgens de actiegroep namelijk lastig bij te houden.
De drie torens die moeten verrijzen aan het Hofplein (bouwproject RISE).
Nanne de Ru, die als architect van Powerhouse Company en mede-eigenaar van RED Company het bouwproject zowel ontwerpt als ontwikkelt, wil „een nieuw type gebouw vieren: sociale hoogbouw”. Waar woontorens in Rotterdam vooral in het hogere segment vallen, bestaat een van de drie torens van RISE, de Coolsingeltoren, volledig uit sociale huurwoningen. Het bouwproject moet minstens 70 procent circulair worden door bestaande materialen te vergruizen en te hergebruiken. Het beton wordt met 20 procent minder CO2-uitstoot gemaakt. Volgens de Ru zullen de woningen zo energiezuinig zijn, dat na acht jaar hun uitstoot is „terugverdiend”.
RISE wil daarmee een duurzaamheidskeurmerk voor nieuwbouw ontvangen, het zogeheten BREAAM excellent-certificaat. Opvallend genoeg wordt de sloop van de Pompenburgflat – of welk bestaand gebouw dan ook – in dat certificaat niet meegewogen. Alleen het nieuwe gebouw telt mee. „Slopen voor hoogbouw is in essentie niet duurzaam te noemen”, aldus Schleurholts. Hoogbouw vereist veelal staal en beton, wat relatief veel energie en uitstoot kost. Ook vergruizen voor hergebruik noemt hij „downcyclen”, want ook dat kost energie en dus emissies. Het aanpassen en uitbreiden van bestaande gebouwen vereist volgens de hoogleraar veel meer creativiteit en vindingrijkheid. „De architectuur wordt er rijker van, maar het vereist wel een andere manier van denken.”
De Ru, die met Powerhouse Company ook transformaties doet zoals de Centrale Bibliotheek in Rotterdam, vindt de discussie over duurzaam bouwen te „zwart-wit” als het alleen over CO2 gaat. Door de nabijheid van ov-verbindingen wordt bijvoorbeeld de mobiliteitswinst groot, is het idee. „Er zit moralisme in de anti-sloophouding. Ik geloof in hybride en integraal werken”, vertelt De Ru. Voor circulair bouwen is er volgens hem óók sloop-nieuwbouw nodig. „Anders is er niets om te recyclen.”
Het nieuws van de sloop, in 2019, „sloeg in als een bom” onder bewoners, vertelt Xenia Gottenkieny, een jonge kunstenaar, in haar appartement. Sindsdien zijn bewoners verdeeld. Apart van de bestaande bewonersvereniging richtte Xenia met een groep tegenstanders van de sloop de bewonerscommissie Behoud Pompenburg op, met als argument ook de negatieve klimaatimpact. Wat de sloop volgens hen extra beladen maakt, is dat er in 2020 nog groot onderhoud is gedaan, waarmee de woningen energiezuiniger zijn geworden. Samen met de actiegroep Recht op de stad ondertekende Behoud Pompenburg een brandbrief. Ze spanden ook een zaak aan tegen de bouwprocedure, die nog loopt bij de Raad van State.
Woning van een flatbewoner die strijdt tegen de sloop van de Pompenburgflat.
Voor Havensteder, de corporatie die de Pompenburgflat bezit, ligt de prioriteit bij het uitbreiden van de woningbouw. De corporatie laat weten dat haar „voornaamste taak” het „bieden van betaalbare huisvesting” is. Met RISE kan ze sociale huurwoningen toevoegen in de binnenstad: van de huidige 226 naar 299. Daarmee dient het bouwproject „een grootstedelijk belang”.
Corporaties staan onder druk. Ze bezitten meestal weinig onbebouwde grond en hun investeringsruimte is beperkt. Om de woningbouwpotentie van hun grond beter te benutten, worden sloop-nieuwbouwprojecten daardoor verleidelijk. Zo ook bij Havensteder. Sinds 2017 werd alle nieuwbouw neergezet op grond waar al woningen stonden, schreef De Architect; echter wel met een ongunstige sloop-nieuwbouwverhouding: hun totale woningvoorraad slonk met bijna vijfhonderd woningen.
In tegenstelling tot Behoud Pompenburg, die de participatiebijeenkomsten niet wilde bijwonen, ging bewonersvereniging Delftse Poort na de aanvankelijke schrik en weigering alsnog het gesprek aan. „Als je niet aan tafel gaat, heb je niks”, volgens voorzitter Cor Lecker. Zijn vereniging is „neutraal” over de sloop. „Als het gebouw blijft staan: ook prima.” Tegelijkertijd ziet hij dat er behoefte is aan meer woningen in een groeiend Rotterdam.
Lecker is tevreden met het resultaat van de „stevige” onderhandelingen: bevriezing van de huren, een terugkeergarantie, een tijdelijke woning in de buurt, en een verhuisvergoeding. Hun woonoppervlak blijft nagenoeg hetzelfde. Voor de binnentuin komt een daktuin terug. De Ru: „We hebben écht alles op alles gezet om deze gemeenschap bij elkaar te houden.”
De U-vormige flat van de Pompenburgflat heeft een „gesloten buitenkant”, als tegenwicht voor het drukke verkeer van het Hofplein, en een „zachte binnenkant”. Daar omarmen de gebogen galerijen een besloten binnentuin.
Met deze concessies vindt Lecker de architect en de corporatie welwillend. Voor Xenia voelt het als „afkoop”. Ze tekende de huuropzegging niet. Wat maakt wonen in de Pompenburgflat zo de moeite waard? Ze somt op: „De woningen zijn groot, licht en net verduurzaamd. Er woont een mix aan culturele achtergronden. En mensen kijken naar elkaar om. In de binnentuin geven we soms een feestje of workshop.” Lecker, die wel naar RISE verhuist, woont er nog „altijd naar zijn zin”. Wel denkt hij dat er forse investeringen nodig zijn om het gebouw een toekomst te geven.
Carel Weeber ontwierp rationeel en efficiënt, aldus zijn biograaf Wouter Vanstiphout. Tegenover de kleinschaligheid van de jarenzeventigarchitectuur – door polemist Weeber ‘de nieuwe truttigheid’ genoemd – zette hij imposante massawoningbouw. De U-vormige flat heeft een „gesloten buitenkant”, als tegenwicht voor het drukke verkeer van het Hofplein, en een „zachte binnenkant”. Daar omarmen de gebogen galerijen een besloten binnentuin. „Zijn doel was te voorzien in zoveel mogelijk woningen, met goede plattegronden waarmee zo min mogelijk ruimte verloren ging. De plattegronden zijn uniek, van diverse appartementen tot grotere maisonnettes.”
Het maakt de Pompenburgflat volgens Vanstiphout een „heel belangrijk gebouw binnen de Post 65-periode”, de architectuur gebouwd tussen 1965 en 1990, die afgelopen jaren meer aandacht krijgt. „De Pompenburgflat was een politiek statement dat de binnenstad van Rotterdam niet alleen voor rijken, maar ook voor arbeiders was.” Ook Stefanie Korrel, conservator bij het Nieuwe Instituut dat het archief van Weeber beheert, betreurt om die reden de sloop. „Het is een laag stadsgeschiedenis uitwissen.” De Ru ziet de sociale Coolsingeltoren juist als voortzetting van Weebers ideaal.
Architect Carel Weeber.
Komt de Pompenburgflat eigenlijk in aanmerking voor een monumentenstatus? Een woordvoerder van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed laat telefonisch weten dat het gebouw op een longlist stond. „Maar we kijken ook of iets kans heeft. Het democratische besluit tot sloop was al genomen. Het was een gelopen race.” En het Bureau Monumenten en Cultuurhistorie van de stad? Die adviseerde in de uitgangspunten voor RISE voor „hergebruik van het bouwvolume” en noemt Weeber „een van de belangrijkste architecten” uit het tijdvak. Dit bureau valt alleen onder de afdeling Stadsontwikkeling, verantwoordelijk voor gemeentelijk vastgoed en stedenbouw, merkt Vanstiphout op. „De slager keurt hier zijn eigen vlees.”
Zo lijkt met RISE het ‘Manhattan aan de Maas’ verder de hoogte in te gaan. „Hoogbouw zit in het DNA van Rotterdam”, schrijft Emiel Arends, stedenbouwkundige bij de gemeente, in zijn boek Stad zonder hoogtevrees. Hij citeert daarmee instemmend het Rotterdamse citymarketingbureau. Precies dat is voor Nanne de Ru de reden om met RISE verder de hoogte in te gaan: „Waar in Nederland kan je nou een toren van 286 meter bouwen? Je bent aan hoogbouw begonnen. Dan moet je door.”
De sociale Coolsingeltoren verrijst straks uit een horizontaal kantoorgebouw uit de wederopbouwperiode, waarop de daktuin komt te liggen. De twee andere torens, de Weenatoren en de hoogste Hofpleintoren, komen waar nu de Pompenburgflat staat. Vooral de Hofpleintoren schittert op de weergave van Powerhouse Company. Gouden lijnen lopen uit in ritmisch verspringende stroken glas. Daarmee lijkt de top op een vorstelijke kroon, maar je kan er evengoed een cluster wolkenkrabbers in zien, als een eigen kleine torenstad in de hemel.
Maar werkt hoogbouw ook? Volgens hoogleraar Schleurholts zijn woontorens lang niet zo ruimtebesparend als wordt gedacht. Plek voor liftschachten, constructies, brandroutes en installaties gaat ten koste van woonoppervlak. Ook voormalig Rijksadviseur Daan Zandbelt stelde eerder al dat hoogbouw vooral op „emotionele argumenten” berust, geen rationele. Middelhoogbouw tot zo’n dertig meter is volgens hem effectiever in verdichten, en kan met minder geld een levendigere, groene en klimaatbestendige stad opleveren.
Vanstiphout is om nog een andere reden kritisch. Volgens hem kampt de gemeente met het idee dat er te veel arme mensen in de stad zouden wonen, een erfenis uit de tijd van Ivo Opstelten, burgemeester tussen 1999 en 2008. „Architectuur is steeds weer een instrument om inwoners te verplaatsen. Zo zijn veel communities verwoest. En ook al doen Powerhouse Company en Havensteder hun uiterste best voor de bewoners, ook hier wordt een gemeenschap verstoord om het potentieel van een toplocatie te benutten.”
RISE raakt daarmee de aard van de stad. „Nog altijd leeft Rotterdam met de mythe van de wederopbouw”, aldus Vanstiphout. „Vernieuwing wordt gemystificeerd.” Sloop-nieuwbouw kent in Rotterdam een langere geschiedenis. Zowel voor als ná het nazi-bombardement van 1940 is er in Rotterdam grootschalig gesloopt om de stad te moderniseren. Ook De Ru, die al 25 jaar in Rotterdam woont, kent dat verleden, maar omarmt het juist. „Mensen gaan vast heel boos worden dat ik dit zeg, maar misschien hóórt slopen wel bij de identiteit van Rotterdam. Het is een stad die zich constant vernieuwt. Soms – niet altijd natuurlijk – hoort slopen daarbij.”
Wederopbouw van de Rotterdamse haven, 16 augustus 1946.
En de Pompenburgflat uitbreiden? In Rotterdam zijn er projecten waar voortbouwen lukt, vertelt Schleurholts. Zoals even verderop op de Lijnbaan, waar een bankgebouw door OMA is omgebouwd tot een woningcomplex met winkels. Volgens conservator Korrel hoort Post 65-architectuur dan ook niet altijd „onder een glazen stolp”. „Veel architecten uit die periode moedigen transformatie juist aan.” Vanstiphout noemt het prijswinnende Franse bureau Lacaton & Vassal, dat verschillende naoorlogse flats uitbreidde. Maar volgens De Ru was dat onmogelijk bij de Pompenburgflat. „Daarmee haalden we niet hetzelfde schaalniveau.”
Uiteindelijk is de angst voor meer financieel risico bij ontwikkelaars de grootste hindernis, denkt Schleurholts. „Er is een incentive nodig om deze omvangrijke generatie Post 65-gebouwen nieuw leven in te blazen.” Hij noemt Frankrijk, waar moet worden aangetoond dat hergebruik onmogelijk is en de milieu-impact van alle materialen moet worden geïnventariseerd voor hergebruik, voordat gesloopt mag worden. In een publicatie pleitte ook het College van Rijksbouwmeesters daarvoor, naast het beprijzen van CO2-uitstoot. Transformatie en creatief hergebruik is waar de architectuur volgens Schleurholts naartoe gaat. Vanstiphout beaamt dat. „Sloop-nieuwbouw is een industrie die nog niet weet dat het over is.”
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie