Regiovervoer De chauffeurs in het zorgvervoer, waar ruim een miljoen Nederlanders gebruik van maken, worden daar speciaal voor opgeleid. Door grote personeelstekorten worden nu ook gewone taxichauffeurs ingezet. „Je kan dit alleen doen als het dicht bij je hart ligt.”
Wmo-chauffeur Esther Dik klapt de rollator van een passagier in.
‘Dit is echt een oud-oudje!” De 56-jarige Esther Dik sjort aan de rollator van haar eerste passagier van de dag. Het ding wil niet inklappen en ze moet de rollator in de kofferbak van haar wit-gele BMW zien te krijgen. De vrouw die al eventjes stond te wachten, vraagt voorzichtig waarom de chauffeur zo laat was. „Het is erg druk”, zegt ze. En dan, na een korte pauze en een lach: „Maar ik ben óók verkeerd gereden.” Ze helpt de passagier rustig de auto in. Na ongeveer vijftien minuten wordt ze afgezet bij de Voedselbank, waar de rollator weer wordt uitgeklapt.
Ruim een miljoen mensen in Nederland maken gebruik van eenzelfde soort dienst als Esther Dik verleent. Ze brengt passagiers die een indicatie hebben op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in de regio Amersfoort naar hun bestemming. Mensen met zo’n indicatie kunnen niet zelfstandig met het openbaar vervoer. Dat kan door zowel lichamelijke als mentale klachten komen.
Ze kunnen een pas aanvragen en daarmee tegen een gereduceerd tarief gebruikmaken van de regiotaxi die hen van deur tot deur brengt. Hoe hoog dat bedrag is, verschilt per gemeente. In Amersfoort is het instaptarief 1 euro en 10 cent, en dan per kilometer 21 cent. Die kosten moeten ze zelf betalen. De maximale afstand van een rit is 25 kilometer vanaf het thuisadres. Daarbuiten kunnen passagiers gebruikmaken van het vervoersysteem Valys, waarvoor andere tarieven gelden. Dat vervoer valt, net als bijvoorbeeld het vervoer van leerlingen die niet zelfstandig naar school kunnen reizen, onder de sector zorgvervoer.
Die sector kampt met een groot tekort aan chauffeurs. Esther Dik is naast chauffeur ook mentor van nieuwe chauffeurs. „Ik vraag altijd naar hun motivatie”, zegt ze. „Als ze dan zeggen: ‘Ja leuk, rondjes rijden’, dan corrigeer ik meteen.” Want er komt meer bij kijken. „Je bent chauffeur, psycholoog en maatje in één. Sommigen denken: ach, die oudjes kunnen zelf wel hun rollator inklappen. Dat kan echt niet.”
Het Sociaal Fonds Mobiliteit (SFM) begon in 2021 de website ‘Werken in de taxibranche’ om nieuwe chauffeurs te werven. Wie zoekt op ‘wmo-chauffeur’ krijgt 1.179 vacatures te zien. Vergrijzing is de grootste oorzaak van dat tekort, vertelt een woordvoerder van werkgeversorganisatie KNV Zorgvervoer en Taxi. Chauffeurs gaan met pensioen en daar komen niet genoeg nieuwe voor terug, want jonge mensen veranderen snel van baan en de zorg die van de chauffeurs verwacht wordt, neemt toe.
Als door tekorten de planning niet rondkomt, schakelt TransDev, het bedrijf dat in de regio verantwoordelijk is voor het aanvullend zorgvervoer, zogenoemde ‘onderaannemers’ in. Dat zijn bijvoorbeeld zzp’ers die normaal gesproken reguliere taxiritten rijden. Volgens TransDev komt dat alleen in „noodzakelijke” gevallen voor. Hoe vaak dat precies is, kon de vervoerder niet zeggen.
„Soms komt er een dikke Mercedes voorrijden, en vanmorgen zat ik in een Tesla!” roept de 33-jarige Jeroen van Giersbergen vrolijk. De goedlachse Van Giersbergen is net klaar met zijn werk bij de plantsoenendienst („Schoffelen enzo”) als hij door Dik naar huis wordt gebracht. Drie keer per week gaat hij naar zijn werk, bijna altijd met het zorgvervoer. Naar eigen zeggen omdat hij „een beetje sensitief” is en prikkels moeilijk verwerkt.
Elke dag met het openbaar vervoer zou betekenen dat hij altijd „kapot” zou zijn na een dag werken, zegt hij. Hij praat enthousiast over de chauffeurs, onder wie Esther Dik, die hij vaker heeft gezien. „Mensen zeggen wel eens dat alles zo slecht geregeld is in Nederland, maar dit is geweldig.”
Over de inhuur van gewone taxichauffeurs is niet iedereen zo enthousiast. Volgens Esther Dik klagen passagiers soms als ritten overgenomen worden door deze onderaannemers. Ze vertelt dat de klachten vooral te maken hebben met de omgang met de passagiers („Minder beleefd, wat minder de passagier helpen”), rijgedrag („Taxichauffeurs zijn gewend wat sneller te rijden”). „Het is echt ander werk. We vervoeren een hele diverse en bijzondere groep mensen”, zegt Dik terwijl ze over een rotonde naar de volgende passagier rijdt.
TransDev zegt de klachten over de ingehuurde taxichauffeurs niet te herkennen. Alle chauffeurs werken volgens de vervoerder volgende dezelfde richtlijnen.
Zelf doet Esther Dik het werk van Wmo-chauffeur twee jaar. Daarvoor werkte ze in de geestelijke gezondheidszorg. Iets teruggeven, zegt ze met haar blik strak op de weg, is belangrijk voor haar. „Veel mensen weten niet eens dat wij bestaan. Maar er zijn passagiers die zonder ons nergens komen.”
Veel van de passagiers willen hun verhaal kwijt bij de chauffeur. Vooral rond Kerst, zegt Dik, zitten er veel eenzame mensen in haar auto. Mensen die een ritje boeken om maar ‘ergens’ te zijn, al is dat in de auto van de regiotaxi. Op de vraag of ze wel eens haar eigen verhaal kwijt kan bij haar passagiers antwoordt de chauffeur resoluut: „Ik ben er voor hen. Zij niet voor mij.”
Dat is in lijn met de officiële richtlijn. Chauffeurs wordt verteld niet veel van zichzelf prijs te geven. Dat zou verkeerd opgevat kunnen worden door de passagiers: die zouden zich kunnen gaan vastklampen aan de chauffeurs en dingen zien die er niet zijn, zoals een innige vriendschapsband of verliefdheid. Daarom is Esther Dik vooral een spiegel van degene die naast haar zit. „Is iemand heel formeel, dan ben ik formeel. Is iemand heel stil, dan ik ook. Muziek aan, muziek uit: ik pas me totaal aan.”
Nieneke van den Dolder maakt al ruim twintig jaar gebruik van het aanvullend openbaar vervoer; Esther Dik helpt een passagier met instappen.
Dat is ook weer te zien wanneer Nieneke van den Dolder (73) in de auto stapt. Esther Dik opent vrolijk het gesprek en ze zijn al snel lachend aan het kletsen. Van den Dolder was op bezoek bij haar dochter. Als rugpatiënt is gewoon openbaar vervoer te belastend. Ze maakt al ruim twintig jaar gebruik van het vervoer, wat ze „echt een luxe” noemt. Na het uitstappen ontstaat een discussie. Den Dolder wil een fooi geven, maar Dik wil dat absoluut niet aannemen en zegt: „Gaan we nou op straat ruzie staan maken hierover?” Ze lachen.
Het is niet altijd zo gezellig in haar auto, vertelt ze later. Sommige passagiers zijn narrig of boos. Vooral als ze later opgehaald worden dan gewild. Als eerste aanspreekpunt vangt de chauffeur dan de verbale klappen op. Ze begrijpt het wel, maar het moet niet te gortig worden. De chauffeur moet zich soms gedragen als een moeder, vertelt ze wachtend voor een rood stoplicht. „Dan zeg ik: als je nu niet ophoudt, dan zet ik de auto stop en mag je eruit.”
Vanwege de risico’s staat de auto van Dik constant in contact met de centrale, die de ritten inplant en de chauffeurs op afstand in de gaten houdt. Doet een chauffeur te lang over een rit, dan belt er iemand van de centrale om te kijken of alles in orde is. Zo zijn er meer veiligheidsvoorschriften. De autosleutel legt ze nooit in de auto neer, maar houdt ze altijd in haar broekzak. „We hebben te maken met allerlei soorten mensen, die soms helaas ook de neiging hebben zo’n sleutel mee te nemen.”
Jeroen van Giersbergen stapt na zijn werk in de regiotaxi.
Dik vertelt over de diversiteit aan passagiers die ze in haar taxi vervoert: van de patiënt die ze ophaalt na een chemobehandeling en zo snel mogelijk thuis wil brengen tot mensen met dementie („Die moet je echt overdragen aan de verpleging, anders gaan ze misschien dwalen”) of incontinentie („Er is een speciale reinigingsvoorziening bij de opstapplaats van chauffeurs”).
Die verscheidenheid maakt haar werk zo bijzonder, mooi, maar ook zwaar. „Je hoort zowel mooie als hele verdrietige verhalen.” Nadat de chauffeur Van Giersbergen thuis heeft afgezet is hij snel naar boven gelopen naar het balkon van zijn woongroep. Hij zwaait enthousiast. „Dááág, fijne middag nog hé!” Ze zwaait terug en glimlacht. „Je kan dit echt alleen doen als het dichtbij je hart ligt”, zegt ze voor ze weer in haar auto stapt.
Tussen ritten door of aan het einde van de dag, wanneer ze alleen in de auto zit en ze er niemand mee stoort, gooit ze de muziek keihard aan. „Even ontladen.”
Tussen de ritten in: even ontladen.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie