De Nederlandse Staat mag bedrijven blijven verbieden om producten uit Israëlische nederzettingen in bezette gebieden te importeren. Dat heeft de rechter in Den Haag woensdag bepaald. Het Israël Producten Centrum uit Nijkerk had een kort geding aangespannen.
Sinds 22 september mogen er geen goederen uit de illegale nederzettingen worden ingevoerd in Nederland. Ook mogen ze niet worden gekocht of verkocht. Bedrijven die de handel mogelijk maken mogen ook niet meer als tussenpersoon optreden.
Het Israël Producten Centrum (IPC), dat onder meer wijn en parfum uit de nederzettingen verkoopt, stelt dat de maatregel de verkopen schaden. Het centrum verkoopt ook tahin uit de gebieden (een pasta van sesamzaad) en de zoetigheid halva. Het bedrijf zou "onevenredig" zijn geraakt door het importverbod.
"Voor zover ik weet zijn wij de enige importeur van producten uit die gebieden", zei de directeur van het IPC eerder. Hij stelt dat rond de 15 procent van het totale assortiment uit die gebieden komt.
De rechter gaat daar niet in mee. Het doel van de sanctie weegt "ruimschoots op tegen de belangen die daarmee volgens IPC worden geschaad", schrijft de rechtbank woensdag. De maatregel geldt bovendien niet voor producten uit heel Israël, maar alleen uit de illegale nederzettingen.
Volgens het kabinet zijn de Israëlische nederzettingen in bezet gebied in strijd met het internationaal recht. Met het handelsverbod wil Nederland voorkomen dat via handel wordt bijgedragen aan het voortbestaan ervan.
Het gaat om een uitzonderlijke, maar noodzakelijke maatregel, zei de advocaat van de Staat eerder. Het verbod geldt minstens drie jaar. Andere, minder verregaande maatregelen zouden niet of onvoldoende effectief.
Source: Nu.nl economisch