Soms zie je een zogeheten nabeeld als je je ogen sluit. Hoe kan fel licht blijven nawerken?
Het is een investering die ik iedereen kan aanraden: een ouderwetse klokradio. Daardoor kan de mobiele telefoon, bron van verstoringen, de slaapkamer worden uitgebannen.
Toen ik ’s nachts niet kon slapen, ontdekte ik wel één klein nadeel. Dat ik het confronterende tijdstip van 03:42 uur op de wekkerradio zag, was tot daaraan toe. Maar toen ik vervolgens mijn ogen sloot, bleef ik de in het donker oplichtende cijfers zien, alsof ze op mijn netvlies gebrand stonden. Hoe kan dat?
Het fenomeen heeft een treffende naam, nabeeld, die overeenkomt met een beeld dat ik blijf zien ná het oorspronkelijke beeld. Nog even de basics: onze ogen nemen licht waar door miljoenen zogeheten ‘receptorcellen’, die zich op het netvlies bevinden. Die cellen bestaan uit twee soorten: kegeltjes, die functioneren bij fel licht en die kleuren kunnen zien, en staafjes, die beter gedijen bij matig licht. De signalen die deze cellen waarnemen worden doorgegeven aan de hersenen, waarmee we ons zicht ervaren.
Een nabeeldsensatie kan optreden na bijvoorbeeld een cameraflits, vanuit een donkere kamer kijken naar een heel zonnige buitenwereld, zonlicht waarnemen door lamellen of dus bij klokradiolicht bij nacht. Dat heeft te maken met de hersteltijd die kegeltjes nodig hebben na het zien van een fel beeld, legt hoogleraar oogheelkunde aan het Radboud Universitair Medisch Centrum Jeroen Klevering (60) uit. „In de kegeltjes zit pigment, waarmee kleuren worden waargenomen. Dit verbleekt bij fel licht en moet dan geregenereerd worden. Dat kost even tijd en gebeurt in een laagje onder het netvlies.”
In die tijd dat het pigment aan het regenereren is, maar daar nog niet klaar mee is, kan nabeeld optreden. Het felle beeld dat je dan ziet, zoals de cameraflits of de tijd op de wekkerradio, blijft in die tussentijd ‘hangen’ op je netvlies. Wanneer de zintuigcellen in het netvlies weer voldoende pigment hebben, keert het ‘gewone’ beeld weer terug.
Dat hoeft niet alleen bij licht en donker te gebeuren, maar kan ook met specifieke kleuren. Mensen nemen kleuren weer in tegengestelde paren: rood-groen, blauw-geel en (eigenlijk geen kleuren) zwart-wit. De tegenhanger binnen het paar wordt wel complementaire kleur genoemd. ,,We hebben drie soorten kegeltjes: voor de kleuren rood, groen en blauw”, legt Klevering uit. „Wanneer je heel lang naar een rood achterlicht kijkt, raken de rode kegeltjes een beetje uitgeput. Als je je blik vervolgens op een wit vlak richt, dan zie je een nabeeld in groen. Wit bevat namelijk alle kleuren en omdat de roodgevoelige kegeltjes nog niet hersteld zijn, gaat de complementaire kleur, groen, in de waarneming overheersen op de plek van het netvlies waar je het achterlichtje zag.”
Veel optische illusies werken met nabeeld. Je staart bijvoorbeeld dertig seconden naar de Nederlandse vlag in complementaire kleuren (groen, zwart en geel). Als je vervolgens naar een wit vlak kijkt, zie je de originele Nederlandse vlag in rood, wit en blauw.
Nabeeld is een onschuldige ervaring, maar kan ook kwalijke vormen aannemen. „Normaal is een nabeeld na ongeveer vijftien seconden verdwenen, maar mensen die een netvliesaandoening zoals maculadegeneratie hebben, kunnen daar zes keer zo lang last van hebben”, aldus Klevering.
Recent zag je dat ook bij de eclips. „Wanneer je daar zonder bescherming recht in kijkt, wat je dus absoluut niet moet doen, dan kun je heel lang last van nabeeld hebben”, zegt de hoogleraar. „Wie te lang in de zon kijkt, kan zelfs een permanente beschadiging van de staafjes en kegeltjes in het netvlies krijgen. Deze mensen zien dan blijvend nabeeld in de vorm van een vlek in het midden van hun zicht. Maar dat is wel een heel extreme vorm.”
Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie