Home

Met AI-agents kun je zien hoe het proces van radicalisering verloopt. ‘Het begint bij de behoefte om ergens bij te horen’

Mijke van den Hurk | radicaliseringsonderzoeker Toen ze tijdens een vakantie werd geconfronteerd met terrorisme, wilde ze één ding: erachter komen hoe mensen tot zulke daden komen. Ze bouwde een model dat lijkt op computerspel The Sims.

Onderzoeker Mijke van den Hurk promoveerde op radicalisering.

Het is paaszondag 2019, de belangrijkste christelijke feestdag van het jaar. De kerken zitten vol in Sri Lanka, als om vijf voor half negen in de ochtend een bom afgaat in de historische St. Anthoniuskerk in een buitenwijk van Colombo, de grootste stad van het land. Een terrorist blaast zichzelf op en neemt 93 anderen met zich mee de dood in. Twintig minuten later is er circa veertig kilometer verderop een explosie in een kerk in de stad Negombo, nog eens 115 doden. Om vijf over negen in een kerk Batticaloa aan de andere kant van het land nog een aanslag, 30 doden. Daarna, tussen kwart over negen en tien voor half tien, gaan er in verschillende hotels aan het strand in Colombo bommen af, tussen de toeristen die bij het ontbijtbuffet staan. Na een laatste explosie in een woonwijk in de hoofdstad staat de teller op 269 doden.

„Het was chaotisch en verschrikkelijk eng”, vertelt Mijke van den Hurk, die in Sri Lanka op vakantie was. Ze was niet erg dicht bij een van de aanslagen, maar het land stond op z’n kop want niemand wist waar en wanneer er nog een bom kon afgaan. Bovendien waren westerse toeristen een doelwit van, wat later bleek, een aan IS gelieerde islamitische terreurorganisatie. „De politie leek in het wilde weg invallen te doen bij iedereen die weleens in een moskee was geweest”, vertelt ze in een café in Utrecht. „Je merkte daar heel goed dat als zoiets gebeurt, mensen in een stresssituatie vanuit vooroordelen gaan denken. Dat meteen in alle moslims gevaar werd gezien, alsof iedere jonge, arme bebaarde man een terrorist zou zijn. Maar de daders bleken uit rijke families te komen, hoogopgeleid, en er waren ook vrouwen bij. Een van de vrouwen had zichzelf toen de politie binnenviel mét haar kinderen opgeblazen.”

Wat ze meemaakte in Sri Lanka inspireerde Van den Hurk. Ze wilde erachter komen hoe iemand tot zulke daden kan komen. Haar werk bij de Nederlandse politie, waar ze onderzoek doet naar criminele netwerken, gaf haar de ruimte om te promoveren op het onderwerp, dankzij de toen net gestarte samenwerking met de Universiteit Utrecht. Daarvoor ontwikkelde ze een model waarmee ze de mechanismes achter radicalisering in kaart brengt. Zo onderzocht ze niet zozeer de factoren die ervoor zorgen dat één persoon radicaliseert – hier geen slechte jeugd of verkeerde vrienden – maar hoe het samenspel tussen meerdere mechanismen en hun omgeving tot extreem gedrag kan leiden.

Ze werkte met agent based modelling. Dat is een simulatie waarin honderden ‘agents’ de virtuele mensen zijn, die door middel van een door Van den Hurk ontworpen en geprogrammeerd AI-systeem op elkaar reageren op individueel, sociaal en ideologisch niveau. „Ken je de Sims? Nee? Fantastisch spel. Die Sims-poppetjes hebben bepaalde behoeftes. Ze moeten eten, drinken, naar de wc, ze willen sociaal zijn. En ze hebben een balkje dat steeds leger wordt en dus moeten ze acties ondernemen om dat balkje weer te vullen met behoeftes. Iets eten, met vrienden afspreken. Je moet telkens kiezen waarin je gaat investeren, ga ik dit doen of dat doen om in die behoeftes te voldoen? Dat principe heb ik met mijn agents ook ontwikkeld.”

De agents in de simulatie van Van den Hurk, en hoe ze uit de grotere groepen (blauw) naar kleinere groepen (rood) gaan.

In plaats van eten, drinken en een schoon toilet, zoeken de agents van Van den Hurk erkenning, willen ze ergens bij horen en kijken ze in welke groep hun behoeftes het best worden bevredigd. Een agent die veel erkenning wil, kan in een groep ontdekken dat meer tijd en moeite in die groep steken steeds meer erkenning oplevert. Ze vormen groepen, beredeneren welke actie op dat moment het beste is en ze laten hun keuzes en gedrag afhangen van de situatie.

Dat levert in sommige gevallen, in combinatie met een aantal andere factoren, geradicaliseerde Simmetjes op. „De regels zijn simpel, maar omdat er zoveel afhankelijkheden zijn en iedere agent met alle andere agents interacteert, is het toch heel moeilijk om te voorspellen wat er nu precies gaat gebeuren in het model. Een beetje zoals in een zwerm vogels, waar elke vogel eigenlijk alleen weet wat er in z’n directe omgeving gebeurt en niet wat de zwerm doet. Maar als alle vogels dat doen krijg je een groter geheel. En zo gaat dat ook in mensengroepen: individuen hebben intrinsieke behoeftes die ze in hun eigen omgeving vervullen, waardoor je op sociaal niveau patronen gaat krijgen waarvan zo’n individu zich misschien niet eens bewust is.”

Haar agents hebben bepaalde behoeften, maar geen specifieke karaktereigenschappen of demografische informatie. „Dat heb ik bewust weggelaten, het zijn gewoon poppetjes: geen mannen of vrouwen, geen afkomst of religie. Er wordt heel makkelijk van uitgegaan dat terroristen vast jonge mannen zijn of een psychische stoornis hebben. Er is misschien een correlatie, maar dat is niet de reden dat ze terroristen zijn geworden. Door zulke kenmerken buiten het model te laten, voorkomen we dat ze onterecht als verklaring worden gebruikt, zoals bij etnisch profileren kan gebeuren.”

Uit haar onderzoek blijkt dat er drie belangrijke factoren zijn die eraan kunnen bijdragen dat iemand radicaliseert: een fusie van zijn of haar identiteit met waar de rest van de groep om draait, dankzij de behoefte om ergens bij te horen. Dan is er normvervaging, als extreme acties steeds normaler lijken binnen die groep en individuen eerst meedoen om er niet buiten te vallen, en daarna om te bewijzen hoeveel ze wel niet over hebben voor die groep. En als laatste zie je dat zo’n groep zich superieur voelt tegenover andere groepen. Die worden als minderwaardig en bedreigend gezien, en zijn dus ook geen alternatief meer. En als er geen alternatief meer lijkt behalve een extremistische groep, is er nog maar één manier om meer erkenning te krijgen binnen de groep en dat is verder radicaliseren.

Om te toetsen of haar model in de praktijk werkt, organiseerde ze een workshop met terrorisme- en extremisme-experts van de Nationale Politie, waarbij verschillende scenario’s met het model werden geanalyseerd, onder meer met ‘soevereinen’, mensen die de overheid zien als onderdrukker. Voor de experts werden de individuele (schulden, lage eigenwaarde), ideologische (de ontsnapping naar een parallelle samenleving) en sociale mechanismen (de morele verhevenheid, andere groepen als inferieur zien) vooraf bekend. Het model maakte expliciet wat de samenhang is tussen die mechanismen en hoe ze elkaar kunnen versterken. „Het model geeft inzicht in hóé de mechanismen actief worden, in welke volgorde ze belangrijk zijn en welk mechanisme dominant is. Dat radicaliseringstrajecten verschillen per individu en uniek zijn per groep was bekend, maar niet hoe die verschillen tot stand komen. Tijdens de workshop werd duidelijk dat deze volgordelijkheid tot nieuwe inzichten kan leiden.”

Er is niet maar één soort terrorist, en radicalisering verloopt zelden lineair. Bovendien, benadrukt Van den Hurk, zijn er eigenschappen van extremistische bewegingen die ook bij niet-gevaarlijke groepen voorkomen. Je kunt zelfs heel onschuldig radicaliseren: denk aan studentenverenigingen, sportclubs of groepen muziekliefhebbers. Ook in dat soort groepen komt het voor dat iemands identiteit fuseert met de groep, waarin ze zich afzetten tegen andere groepen. Mensen willen erbij horen en gaan soms wat verder om zich te bewijzen of erkenning te krijgen. Denk bijvoorbeeld aan de Zuidas, waar men soms wordt aangemoedigd om minstens zestig uur per week te werken, zegt Van den Hurk. „Ik krijg op mijn werk ook een gevoel van erkenning als ze zeggen: wow Mijke, wat heb je een goed onderzoek gedaan. Of als mijn teamgenoten zeggen dat ik zo’n goeie keeper ben en ze me echt nodig hebben. Het mechanisme dat eronder zit is hetzelfde.”

De documentaireserie Wakker in Paraguay komt ter sprake. De serie volgde eerder dit jaar Nederlanders die ‘op de vlucht’ zijn voor de regeldrift van de overheid en een soort kolonie van „wakkere mensen” zijn begonnen in het Zuid-Amerikaanse Paraguay – de kern van die groep zijn de mensen die tijdens de coronacrisis achter Viruswaanzin/Viruswaarheid zaten. Ook daar gelden ongeschreven regels van de groep, met rangen, mensen met ervaring, nieuwe mensen die zich nog een beetje moeten bewijzen. „Dat is echt zo’n fascinerende serie”, ze lacht. „Maar ik kon er pas naar kijken nadat ik klaar was met mijn onderzoek, omdat ik anders meteen bezig was met mijn model: welk scenario is dit, welke agent past hierbij? Erg vermoeiend, haha.”

Mijke van den Hurk in Utrecht.

De coronacrisis bood Van den Hurk veel onderzoeksmateriaal. Wat daar heel goed te zien was, is het mechanisme om de groep superieur te stellen boven de rest. In het geval van de corona-ontkenners waren zij wél wakker, de rest niet. „De tweedeling die ontstond maakte het erger. Mensen die geloofden dat corona of het vaccin ertegen een verzinsel waren, werden ‘wappies’. Daarmee werden ze buitenspel gezet, en dieper uit de grotere meerderheid geduwd, verder de extreme groep in. Dat woord geeft meteen aan: bij díé groep hoor ik in elk geval niet. Terwijl als je gaat inzoomen op iemand in die groep, dan kom je gewoon menselijke behoeftes tegen. We kennen allemaal vrienden of familieleden die dat pad zijn opgegaan, terwijl je daarvoor gewoon vrienden was en iets gemeenschappelijks had. Dat lijkt vreemd, maar het zijn gewone mensen die door de context zo gevormd zijn.”

Helemaal voorspellen wie wanneer in welke situatie radicaal gedrag gaat vertonen, zullen we niet kunnen, zegt ze, maar dat is ook niet de bedoeling van haar model. Het gaat om de interactie tussen meerdere factoren die leiden tot verschillende paden van radicalisering. Het model geeft inzicht in die paden en, mogelijk ook, hoe radicalisering te ontregelen is. „Denk aan onweer voorspellen. We weten hoe onweer werkt, welke factoren ervoor zorgen, maar niet waar en wanneer het precies gaat inslaan. Mensen maken niet altijd voorspelbare keuzes. We zijn complex en sociaal, we zijn geen atomen.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Wetenschap

Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Kunstmatige intelligentie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next