Home

Na een kwart eeuw werd deze Malinese wielrenner alsnog slachtoffer van 9/11

25 jaar 9/11 Na 9/11 dachten Westerse landen vijandige dictaturen met geweld te kunnen veranderen in vriendelijke democratieën. Die overtuiging kost nog elke dag levens, zoals dat van de Malinese wielerkampioen Oumar Sangaré, schrijft Maarten van Heems.

Op 11 september was het 25 jaar geleden dat de twee vliegtuigen de torens van het World Trade Center in New York invlogen. Nog elke dag maakt die aanslag nieuwe slachtoffers. Eén daarvan was Oumar Sangaré, meervoudig wielerkampioen van Mali. Op 9 of 11 augustus kwam hij om door een jihadistische aanval op het legerkamp in San, waar hij werkte als instructeur van nieuwe rekruten. Hij werd 39 jaar oud en hij laat een vrouw en drie kinderen achter.

Er zijn geen berichten over verschenen in Nederlandse media. Ik hoorde het van wederzijdse vrienden. Alleen op Arab News kan ik er iets over vinden. Jama’at Nusrat al-Islam wal-Muslimin, ook wel de Sahel-afdeling van Al-Qaeda genoemd, slaagde erin kortstondig de basis over te nemen. Bij gebrek aan verdere berichtgeving kan ik niet eens de precieze datum van Oumars overlijden achterhalen en van de andere negen militairen niet eens de naam.

Maarten van Heems is partner bij campagnebureau BKB en schrijver.

De lijn tussen de aanslag in New York waarvan we alles weten en de aanslag in San waar we niets van weten, loopt via Nederland. 9/11 bracht niet alleen angst voor de ander, maar ook de brede overtuiging dat we vijandige dictaturen gewapenderhand zouden kunnen veranderen in vriendelijke democratieën. Ingrijpen in zulke landen zou onze wereld veiliger maken, en als dat niet voldoende reden was, zouden de mensen in die landen er bovendien gelukkiger door worden.

Knisperend krantenpapier

Nederland steunde in 2001 de inval in Afghanistan en nam deel aan de oorlog die volgde. Vanaf 2003 deden we dat ook met Irak. Ondanks een vele jaren durende confrontatie met een weerbarstige werkelijkheid, namen we in 2011 ook deel aan de inval in Libië. Ik kan Nederland en ‘we’ afwisselen in deze passage, omdat ik persoonlijk ook drie keer dacht dat het alles bij elkaar een goed idee was. Natuurlijk volgde ik trouw het nieuws en schrok ik van de enorme aantallen slachtoffers die met name vielen in de lange oorlogen die volgden nádat we de overwinning hadden uitgeroepen. Maar er zat altijd knisperend krantenpapier tussen mij en die realiteit. Hetzelfde papier of scherm dat nu de scherpe kantjes van uw confrontatie met de dood van Oumar en zijn collega’s haalt.

Vanaf 2014 woonde ik enkele jaren in Mali, midden in de gevolgen van onze interventies. Na de val van de Libische dictator Moammar Gaddafi waren de Toeareg die in zijn leger dienden, teruggekeerd naar Noord-Mali. In hun bagage de inhoud van zijn wapendepots. In een monsterverbond met jihadisten liepen ze in 2012 bijna heel Mali onder de voet. Lang verhaal kort: er kwam een VN-missie genaamd Minusma, opnieuw werden er Nederlandse militairen uitgezonden. Het was logisch om weer bij te dragen gezien de voorgeschiedenis. En omdat hier een nieuwe kans lag om de democratie te beschermen, dit keer tegen een jihadistisch schrikbewind.

Ik mocht ondertussen aansluiten bij het Malinese wielerpeloton dat elk weekend trainde op de heuvel Koulouba, die boven de hoofdstad Bamako uittorent. Oumar was vaak te laat, maar hij haalde ons dan breed lachend in op de klim. In die tijd zat hij een dopingschorsing uit wegens een foute plas in de Ronde van Ivoorkust, maar hij was nog steeds de sterkste. Doordeweeks trainde hij vlak bij de kazerne met het wielerteam van het leger waar hij in zat. Ze waren vooral militaire mascottes, toen nog niet nodig in het veld.

De S in Minusma stond voor stabilisatie. Maar er kwam geen stabiliteit. Integendeel. In de jaren die volgden, raakte Mali volledig uit het lood. De democratie werd omvergeworpen door een militaire junta en de blauwhelmen vervangen door Russische huurlingen. Samen hebben deze machthebbers een grote mond, maar de facto hebben ze buiten de hoofdstad nog maar weinig te vertellen. In die situatie zou je zeggen dat je liever niet in actieve dienst bent, maar de andere economische sectoren zijn intussen op sterven na dood, dus is het leger nog een van de weinige opties als je een gezin te onderhouden hebt. Zo ging ook Oumar naar het front.

Hoge grenshekken

Die realiteit hebben wij inmiddels allang weer achter ons gelaten. De focus is verlegd. We proberen niet langer verre landen op ons te laten lijken. We proberen ze nu vooral ver te houden. Met steeds hogere grenshekken tegen mensen die uit of via Afghanistan, Irak, Libië of Mali naar Europa willen komen, omdat het toch niet zo lekker leven is tussen de brokstukken van ons maakbaarheidsdenken.  

Want de wars on terror die we vol zelfvertrouwen voerden, hebben nauwelijks tot meer democratie geleid. De dominostenen vielen eerder de andere kant op. We zouden wel even de democratie brengen in Libië maar hadden nauwelijks in de gaten dat we ondertussen die in Mali om zeep hielpen. Voor ons geen probleem, want het fijne aan een oorlog die je ver van huis voert, is dat je er simpelweg mee kunt ophouden en vertrekken. Maar voor Oumar en zijn collega’s is die optie er niet. De oorlogen die we na 9/11 zo makkelijk begonnen, zijn voor hen en vele anderen nooit meer gestopt.

We worden deze dagen overspoeld door terugblikken op 9/11. Maar laten we ook stilstaan bij wat die aanslagen vandaag nog betekenen, ver van ons veilige bed. Voor mensen als Oumar Sangaré. Hij was 14 toen de vliegtuigen in de torens vlogen, hij was 39 toen de aanslag hem alsnog zijn leven kostte.

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Afrika

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next