Home

Rampscenario voltrekt zich voor Saoedi-Arabië: de olie-export stokt en de Amerikaanse beschermheer geeft niet thuis

Saoedi-Arabië Waar moet de Saoedische olie nog naartoe? Twee zeestraten en een pijpleiding zijn dicht. Washington om hulp vragen heeft geen zin: Trump kan het Saoedische probleem er niet bij hebben in zijn strijd tegen Iran.

De Oost-West-pijpleiding in Saoedie-Arabië is gesloten na aanvallen door pro-Iraanse milities in Irak.

Zo ben je een machtig land in het Midden-Oosten dat onder bescherming van de Amerikanen staat en miljarden dollars investeert in sporttoernooien en infrastructuur. En zo kun je amper nog je olie exporteren, is je belangrijkste pijpleiding dicht en geven de Amerikanen niet thuis als je om hulp vraagt. Het overkomt Saoedi-Arabië, in wat gerust een rampscenario genoemd mag worden.

De belangrijkste route voor de Saoedische olie-export is de Straat van Hormuz, die al een half jaar niet meer (volledig) open is. Eind vorige week veroverden de vijandige Houthi’s in Jemen de kuststrook langs die andere cruciale zeestraat, Bab al-Mandeb, waardoor ook die alternatieve route komt te vervallen. Een derde olieroute, de Oost-West-pijpleiding, is gesloten na aanvallen door pro-Iraanse milities in Irak.

Nog maximaal een week kunnen de Saoediërs hun olievoorraden verschepen via Yanbu, een haven aan de Rode Zee. Die transporten gaan noordwaarts, door via het Suezkanaal en de Straat van Gibraltar om Afrika heen te varen naar de belangrijkste afzetmarkt, Azië. Zolang de Oost-West-pijpleiding niet gerepareerd is, wordt er geen nieuwe olie aangevoerd. De wereldwijde olieprijzen zijn deze week niet meer onder de 100 dollar (87 euro) per vat gekomen.

Opmars in verbijsterend tempo

De opmars van de Houthi’s, een rebellenbeweging die de facto het noordwesten van Jemen bestuurt, verliep eind vorige week in een verbijsterend tempo. Tien jaar lang hadden Jemenitische overheidstroepen de cruciale kuststrook aan de Rode Zee verdedigd, met Saoedisch geld en commandanten uit de Verenigde Arabische Emiraten. Na een ruzie tussen Saoedi-Arabië en de Emiraten trokken die commandanten zich afgelopen januari terug.

Zonder Emiratische leiding bleken de overheidstroepen grotendeels een façade. Saoedi-Arabië betaalt deze troepen jaarlijks ruim 850 miljoen euro aan salaris, maar vier op de vijf cheques werden uitgereikt aan zogenoemde ‘spooksoldaten’, die helemaal niet in het gebied aanwezig zijn. De Houthi’s kwamen vier- tot vijfduizend militairen tegen, in plaats van de officiële veertig- tot vijftigduizend. De meeste militairen verlieten de checkpoints zelfs zonder te vechten. De Houthi’s hebben voor miljoenen euro’s aan Amerikaans militair materieel buitgemaakt.

Jemen verzocht Saoedi-Arabië om luchtsteun. Tussen 2015 en 2022 hadden de Saoediërs het ook al tegen de Houthi’s opgenomen. Honderdduizenden mensen vonden hierbij de dood, maar de Houthi’s werden niet verslagen. Nu aarzelt de Saoedische kroonprins Mohammed bin-Salman (MBS) om opnieuw tegen de Houthi’s te vechten.

MBS belde Donald Trump, met het verzoek om de Houthi’s te bombarderen. De Amerikaanse president weigerde, omdat hij zijn leger nodig heeft in Hormuz in zijn oorlog tegen Iran. Een tweede reden voor de weigering, zegt de Canadees-Iraanse analist Maryam Ishani Thompson, is dat de Amerikanen zich teruggetrokken hebben van de meeste van hun militaire bases in het Midden-Oosten, omdat die door Iran worden aangevallen. Hierdoor hebben de Verenigde Staten amper een plek over waarvandaan ze op de Houthi’s kunnen vuren.

Doordat ze nu direct aan Bab al-Mandeb zitten, hoeven de Houthi’s geen geavanceerde wapens meer in te zetten om de zeestraat af te sluiten. „Ze kunnen gewoon een kanon achter op een auto laden”, zegt Amr al-Bidh, een hoge Jemenitische regeringsfunctionaris, tegen CNN.

Saoedi-Arabië reageert gelaten

In een reconstructie van de Amerikaanse nieuwszender over de Houthi-opmars valt op hoe gelaten Saoedi-Arabië op dit alles reageert. Bronnen melden dat het Saoedische leger (dat zo’n 250.000 militairen telt) al weken geleden in staat van verhoogde paraatheid was gebracht, maar dat verzuimd werd om cruciaal personeel van de luchtmachtleiding naar de juiste plekken te verplaatsen. Hierdoor ontbrak het aan de juiste mensen om gevechtsvliegtuigen aan te sturen.

Op papier heeft Saoedi-Arabië een machtig leger. Zo beschikt het koninkrijk onder meer over tweehondend F-15-gevechtsvliegtuigen en liefst duizend gevechtstanks. Maar deze krijgsmacht is zwakker dan ze lijkt, betoogt Phillips O’Brien, hoogleraar strategische studies aan de Universiteit van St Andrews in Schotland, op zijn Substack.

Dit komt volgens O’Brien vooral doordat het Saoedische leger zwaar leunt op van de Amerikanen gekocht materieel. „Dit kan leiden tot een krijgsmacht die slechts op papier bestaat en niet in staat is een langdurige oorlog te voeren, die onvoldoende vertrouwd is met de eigen krachtigste wapensystemen, en die de betreffende staat buitensporig afhankelijk maakt van anderen. Al deze problemen zijn op dramatische wijze aan het licht gekomen in het geval van Saoedi-Arabië.”

Systeem van de petrodollar

Al vijf decennia bestaat er een deal tussen Saoedi-Arabië en de VS, die beide landen ten goede komt. De Amerikanen boden altijd militaire bescherming. In ruil daarvoor spraken de Saoediërs af dat ze al hun olie in dollars afrekenen. Door deze zogenoemde ‘petrodollar’ zijn de Amerikanen ervan verzekerd dat de wereldwijde vraag naar hun munteenheid altijd hoog blijft.

Analist Ishani Thompson stelt dat Iran er in zes maanden tijd in geslaagd is om met aanvallen op de Golfstaten aan te tonen dat de Amerikanen „hun kant van de deal”, de veiligheidsgarantie, niet waar kunnen maken. „Vijftig jaar Amerikaanse veiligheidsarchitectuur blijkt hol”, concludeert zij.

Saoedi-Arabië probeert inmiddels ook elders bescherming te vinden. Zo sloot het land vorige maand met Pakistan en Turkije het zogenoemde ‘Mekka-pact’, waarmee ze zich zouden verplichten om elkaar bij te staan als ze aangevallen worden. Een beetje zoals artikel 5 van de NAVO.

Toch staan er nu ook niet direct Turkse en Pakistaanse troepen klaar om terug te slaan tegen de Houthi’s of Iran. Nu de olie-export zo afgeknepen wordt, zit er volgens Ishani Thomspon niks anders op voor de Saoediërs dan om met Teheran te gaan praten. Dat kan vernederend worden: misschien moet Saoedi-Arabië flinke bedragen gaan betalen om zijn olietankers weer door de Straat van Hormuz te laten varen. Met dank aan de Amerikaans-Israëlische oorlog tegen dat land.

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Midden-Oosten

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next