Home

Als de liefde niet bestond

Muziek – voor oude mensen een van de dingen die ook voorbijgaan, maar wel zo lang mogelijk blijven bestaan. Daarom zitten ze op deze zondag in het zaaltje van hun verpleeghuis aandachtig te luisteren naar een oude zanger en zijn jonge pianist.

Hun repertoire bestaat uit mooie, schrijnende liedjes, misschien wel te schrijnend voor dit publiek, bedenk ik op de eerste rij naast mijn vrouw en haar buurvrouw. Hebben ze het zonder deze liedjes al niet moeilijk genoeg? Maar nee, dat kan alleen maar iemand denken die hier niet zelf woont en overal verdriet meent te zien.

De liedjes verrassen mij, de meeste ken ik niet. Het helpt dat de zanger van origine een Groninger is, want daardoor kan hij iets van Ede Staal zingen, de in de rest van Nederland te onbekend gebleven zanger. „Zalstoe aaltied bie mie blieven, bie mie blieven, Lutje wicht. / Lekker waarm in mien aarms, in diens aarms, ogen dicht.” Een aanrader, ook voor wie het Gronings niet machtig is. Ik heb Staal ontdekt toen ik met mijn gezin in Groningen woonde. In die jaren heb ik vaker naar hem geluisterd dan naar Bob Dylan, moet ik bekennen.

Nee, mijn vrouw herkent deze muziek niet meer goed, maar dat deert haar niet, ze neuriet genietend luid mee met de zanger. Hij hoort het, maar het lijkt hem niet te ergeren.

Wat heeft hij nog meer te bieden? Jules de Corte? Diens werk ken ik slecht en daarom is zijn ‘Als je overmorgen oud bent’ een sublieme openbaring voor mij met ijzingwekkende regels als: „En wie zal de stilte breken/ die als ijs rondom je staat/ als je overmorgen oud bent/ wie zal dan je bed opmaken/ en wie doet je kleine zaken/ en wie zorgt er voor je brood/ en wie zal er bij je waken/ op de avond voor je dood?”

Dan is het tijd voor Toon Hermans. Ik ben als kind opgegroeid met zijn humor, de lachsalvo’s hoor ik nog door onze huiskamer daveren. Later, veel later, werd hij me te gezapig, vergeleken met de uitdagende spot van Freek de Jonge, Koot en Bie en Youp van ’t Hek.

De zanger in het verpleeghuis zingt ‘Als de liefde niet bestond’, een indringend lied uit de laatste jaren van Hermans, inmiddels een weduwnaar die de dood van zijn vrouw Rietje nooit helemaal verwerkt heeft. Hij schreef en zong: „Als de liefde niet bestond/ Zullen ze stilstaan, de rivieren/ En de vogels en de dieren/ Als de liefde niet bestond/ (….) Ik zou sterven van de kou/ En m’n adem zou bevriezen/ Als ik je liefde zou verliezen/ Er is geen liefde zonder jou.”

„Toon voelde zich in deze tijd niet altijd even goed”, schreef zijn biograaf Jacques Klöters. „Hij was erg angstig en durfde niet alleen gelaten te worden.”

Toon was geen gemakkelijke man geweest voor Rietje: egocentrisch, wispelturig en veeleisend, maar tegelijk was hij ervan doordrongen dat hij niet zonder haar kon. Net als Jules de Corte leek hij erg bang geworden voor de stilte die „als ijs rondom je staat”.

„Mooi?”, vraag ik mijn vrouw na afloop van het concert. „Heel mooi”, zegt ze.

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next