Als het kabinet genoeg steun krijgt voor de miljoenennota, gaan de meeste huishoudens er iets op achteruit in 2027. Dat komt door onder meer belastingverhogingen voor werkenden. "Maar het blijft schieten op een bewegend doel", zegt Cultureel Planbureau-directeur Pieter Hasekamp.
Huishoudens gaan er op basis van de huidige kabinetsplannen 0,1 procent op achteruit in 2027. Doordat het kabinet geen meerderheid heeft, is het nog de vraag welk beleid echt zal doorgaan. Een andere onzekere factor is de onrust in het Midden-Oosten, die veel invloed heeft op energieprijzen en dus op de koopkracht.
Toch heeft het Centraal Planbureau (CPB) de plannen doorgerekend voor verschillende typen huishoudens. Veel werkenden leveren wat in. Dat komt door de hogere inkomstenbelasting.
Nu betalen werkenden nog 35,75 procent belasting over hun inkomen tot 39.200 euro. Volgend jaar wordt dat 36,23 procent.
Mensen die in de tweede schijf vallen, tussen 39.200 en 78.400 euro, betalen volgend jaar 38,16 procent in plaats van de huidige 37,56 procent. Deze belastingverhoging staat deels in verband met nieuw beleid wat betreft het eigen risico.
Voor mensen met hogere inkomens geldt dat zij ook belasting moeten betalen over hun loonstijging die door inflatie wordt veroorzaakt, terwijl dat normaal gesproken niet gebeurt. Dit is om de defensie-uitgaven te betalen, ook wel de vrijheidsbijdrage genoemd. Lagere inkomens en middeninkomens hoeven hier minder aan bij te dragen.
Hogere inkomensgroepen zonder kinderen gaan er meer op achteruit, terwijl mensen met het minimumloon iets meer lucht krijgen, zoals je ziet in onderstaande grafiek.
Voor ouders van minderjarige kinderen staan er een aantal veranderingen op de planning. Het kindgebonden budget, de kinderopvangtoeslag en de Inkomensafhankelijke Combinatiekorting gaan schuiven, deels afhankelijk van het inkomen. Uiteindelijk moeten hier minder regelingen voor komen, die minder afhankelijk van het inkomen zijn. Goedverdienende alleenstaande ouders leveren volgend jaar het meeste in, zoals is te zien in onderstaande grafiek.
Mensen zonder werk hebben minder last van de hogere belasting op inkomen. De koopkracht van de meeste AOW'ers gaat erop vooruit, zoals te zien in onderstaande grafiek. Veel gepensioneerden profiteren daarbij van een stijgend aanvullend pensioen, gemiddeld van bijna 8 procent.
Het CPB verwacht dat het aandeel arme mensen in de samenleving op 2,7 procent uitkomt volgend jaar. Dat is gelijk aan dit jaar. Het aantal kinderen in armoede kan iets afnemen.
Daarbij zijn wel grote slagen om de arm nodig. Zo is het CPB uitgegaan van een gasprijs op de handelsmarkt van 40 euro per megawattuur, terwijl die nu al op 50 euro ligt voor volgend jaar. Deze prijzen schommelen snel, benadrukt Hasekamp. Voor huishoudens die een groot deel van hun inkomen kwijt zijn aan de energierekening, komt een speciaal energiefonds.
De voorspellingen gaan verder uit van een inflatie van 2,7 procent in 2027. Dit is best een onzekere factor. Behalve energieprijzen spelen bijvoorbeeld ook weersinvloeden mee vanwege de oogst en daardoor de voedselprijzen.
De gemiddelde loonstijging voor cao-wijzigingen wordt op 3,8 geschat. Werkenden gaan er jaarlijks vaak ook op vooruit door andere loongroei, bijvoorbeeld omdat ze jaarlijks een treetje hoger in hun loonschaal komen. Deze inkomensgroei wordt niet meegewogen van tevoren.
Hierdoor valt de koopkracht van werkenden achteraf vaak hoger uit. Zo verwachtte het CPB een koopkrachtgroei van 1,8 procent voor 2024. Achteraf gingen huishoudens er 3,6 procent op vooruit, berekende het CBS. Er wordt hierbij steeds gesproken van medianen. Dat betekent dat de helft van de bevolking er minder dan 3,6 procent op vooruit ging, en de andere helft juist meer.
Prijsschokken zoals die van de energie hebben niet zoveel invloed op de groei van de economie als geheel, volgens Hasekamp. Hij verwacht dat de Nederlandse economie volgend jaar met 1,2 procent groeit, zoals eerder ook voorspeld.
Het overheidstekort groeit naar 2,7 procent. Het kabinet wil 2 miljard euro meer uitgeven dan in het coalitieakkoord stond. Dat zit hem onder meer in uitgaven aan ontwikkelingshulp voor Oekraïne. De uitgaven groeien sneller dan Europese regels toestaan, maar het tekort blijft wel onder de EU-norm van 3 procent.
Source: Nu.nl algemeen