Hans Moors | onderzoeker Duizenden Nederlanders beschouwen de overheid als onrechtmatig en willen geen belasting betalen of een rijbewijs bij zich dragen. Onderzoekers spraken met twaalf van deze soevereinen. „Migratie is helemaal niet aan de orde gekomen. Corona wel: daar zijn deze mensen echt in blijven hangen.”
Soevereinen buiten een rechtbank.
Uren hebben ze geappt en gebeld met mensen die zichzelf ‘soevereinen’ noemen. Het was voor Hans Moors, Merel van Rees-Bekkum en Linda de Veen „geen sinecure” om het vertrouwen te winnen van mensen die de overheid zozeer wantrouwen dat ze zichzelf (gedeeltelijk) buiten het systeem willen plaatsen. Uiteindelijk lukte het de drie van onderzoeksbureau Emma om twaalf zelfverklaarde soevereinen te spreken. De vragen waarop de onderzoekers antwoord wilden: wat zijn het voor mensen en hoe kan de overheid beter met hen omgaan?
Het antwoord op die vragen ligt vervat in het rapport Van mens tot mens, dat maandag werd gepubliceerd in het kader van het project Politie en Wetenschap. Moors licht telefonisch de uitkomsten toe.
„Dat je deze mensen niet over één kam kunt scheren als een groep van enkele duizenden Nederlanders die de democratie in haar geheel bedreigt. De mensen die bereid zijn geweld te bereiken om de overheid van zich af te houden, vormen een heel kleine minderheid binnen deze groep.”
„Niet in de zin dat ze georganiseerd zijn. Het is geen gemeenschap. Het zijn lokale vriendschappen, ruzietjes, nieuwe vriendschappen. Het woord ‘beweging’ klinkt al te geregeld.”
„Wat opviel bij de soevereinen die wij spraken – en dat is een kleine, aselecte groep – is dat ze allemaal zeer betrokken waren bij de maatschappij. Ze helpen hun buren, letten op ouderen in het dorp, vanuit goed nabuurschap. De overheid verzaakt in dat opzicht, vinden zij. Die heeft het sociaal contract verbroken.”
„Overwegend wit, vaker man dan vrouw, ouder. Jongeren kwamen we niet veel tegen. Een van onze geïnterviewden zei: ‘Mijn kinderen vinden dat ik hierin te ver ga.’
„Het is een groep die al lang aankijkt tegen een overheid die hen teleurstelt. Wij zien ze als kanaries in de kolenmijn. Buiten deze groep zijn er in Nederland, in heel Europa mensen die niets meer verwachten van de overheid, die haar steeds minder zien als helpende partij en steeds meer als eisende partij. Ze trekken de legitimiteit van het hele democratische systeem in twijfel. Ik denk dat op die voedingsbodem het aantal mensen dat soeverein of ‘contesterend’ gedachtegoed aanhangt, zal toenemen.”
„In alle gesprekken kwam vroeg of laat een persoonlijke grief aan de orde. Wij konden niet verifiëren of dat ook daadwerkelijk onrecht wás, we moesten dat simpelweg aannemen. Maar ik kon me voorstellen dat die mensen door zulke ervaringen diep waren geraakt.”
„Migratie is – tot mijn verbazing – in de gesprekken helemaal niet aan de orde gekomen. Corona wel. Daar zijn deze mensen echt in blijven hangen. Maar kijk eens naar de verhoren door de parlementaire enquêtecommissie. Sommige ambtenaren zeggen dat afwijkende meningen meer ruimte hadden moeten krijgen. En je hoort bewindspersonen verklaren: er is geen ruimte voor mensen die iets anders willen dan wij zeggen. Dan begrijp je waarom er zo veel verzet is tegen de overheid.
Hans Moors
„Het zou goed zijn als de overheid nadenkt over de vraag hoe ze meer in de nabijheid van burgers kan komen. Ik heb ook familie met een rafelrandje. Als ze een brief van een overheidsinstantie krijgen, gooien ze die weg. Omdat ze niet begrijpen wat erin staat. De overheid communiceert met middelen en woorden die veel mensen niet begrijpen.
„Er heeft nooit iemand naar óns verhaal geluisterd, zeggen de soevereinen. Computer says ‘no’ – dat is hun ervaring. We hebben naast de twaalf soevereinen ook zeventien professionals gesproken, onder wie ambtenaren die zelf vervelende ervaringen met soevereinen hebben gehad. Ik moet zeggen, als ik hen hoorde, kon ik me soms voorstellen dat zij mensen zouden bejegenen vanuit een houding van ‘jammer, maar helaas.’”
„Empathie heb ik niet gevoeld in die interviews. In sommige gemeenten en diensten hebben ze nu meer aandacht voor deze burgers. Maar meer vanuit de gedachte: we moeten iets met hen, anders krijgen we alleen maar meer problemen.”
„In het veiligheidsbestel, bij politie en justitie, bestaat de neiging om, als ze een diffuse, moeilijk te definiëren groep met extreme standpunten niet begrijpen, er dan maar een veiligheidsrisico van te maken. Dat doet geen recht aan de diversiteit binnen de groep.
„De politie ziet zelf deze diversiteit maar al te goed. Ze heeft intern ook duidelijke, doordachte richtlijnen opgesteld om met dit gedachtegoed en deze mensen om te gaan. Voor andere onderdelen van de overheid geldt dat veel minder.
„Sommigen vonden dat wij iets te veel aan de hand van de soevereinen liepen. Ik denk dat de soevereinen daar heel anders naar kijken. Zelf vind ik dat we een knap stukje werk hebben geleverd dat aan uiteenlopende perspectieven recht doet.”
„Daar hebben we veel over nagedacht. Vooropgesteld, we wilden de stem van soevereinen zelf laten klinken. Dan loop je het risico dat je dingen op papier zet die echt flauwekul zijn. Sommige soevereinen stuurden complete manifesten op, die voor mij, laat ik het zo zeggen, moeilijk te doorgronden waren. Terwijl ik toch goed thuis ben geraakt in het soevereine jargon.
„Als je heel precies wilt laten zien wat andersdenkenden zeggen en hoe ze die verhalen vertellen, dan ontkom je niet aan citeren, parafraseren en samenvatten. We hebben geprobeerd de verhalen van soevereine mensen en onze oordelen strikt gescheiden te houden.”
„Ik zie wel iets van bereidheid bij de overheid – met name bij gemeenten en sommige instanties – om wat responsiever te worden. Maar ik overschat de kracht van onderzoek niet als het gaat om beleidsverandering.”
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie