Klimaat Al drie jaar op rij schiet het Nederlandse klimaatbeleid weinig op. Als de regering niet met extra maatregelen komt, ziet het Planbureau voor de Leefomgeving de plannen voor een groene samenleving somber in en blijft Nederland nog lang afhankelijk van import van fossiele energie.
In het coalitieakkoord trok het kabinet-Jetten extra geld uit voor windparken op zee. Die maatregel heeft pas ná 2030 effect.
Het zit niet mee met verduurzamen, maar dat Nederland zijn eigen klimaatdoelen niet haalt komt grotendeels door politieke keuzes. Dat was niet onvermijdelijk, benadrukt het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in de jaarlijkse doorrekening van het Nederlandse klimaatbeleid.
Wie kijkt naar het klimaatdoel van 2030 (55 procent minder uitstoot van broeikasgassen dan in 1990) ziet dat Nederland er niet beter voor staat dan drie jaar geleden.
Opeenvolgende kabinetten hebben daar steken laten vallen, blijkt uit de doorrekening van het PBL. Zo zijn na de val van het kabinet-Rutte IV plannen controversieel verklaard en presenteerde het kabinet-Schoof maatregelen die klimaatdoelen verder weg brachten. Ook het coalitieakkoord van de regering-Jetten doet weinig om Nederland op koers te brengen voor 2030. „Politieke impasses hebben het tempo uit de verduurzaming gehaald”, aldus de rekenmeesters van het planbureau.
Over eventuele extra klimaatplannen wil dit kabinet in het voorjaar van 2027 beslissen. Er is dan een „heel groot” pakket aan maatregelen nodig om de verduurzaming weer op gang te krijgen, zegt PBL-directeur Marko Hekkert. „Anders zien wij de transitie naar een klimaatneutrale samenleving niet gebeuren.” Dat het verduurzamen is stilgevallen noemt Hekkert „heel erg zorgelijk”.
De internationale afspraak uit het Klimaatakkoord van Parijs om de opwarming van de aarde tot onder 1,5 graden Celsius te houden, dreigt „buiten bereik” te raken, schrijft het PBL. Het zou nog mogelijk zijn om de temperatuurstijging te beperken tot 2 graden (een cruciale grens om ernstige klimaatverandering te beperken), maar dan moet de wereld véél minder broeikasgassen uitstoten.
Op het ministerie van Economische Zaken en Klimaat zei minister Stientje van Veldhoven (Klimaat en Groene Groei, D66) maandag dat ze het ‘2030’-doel niet heeft „opgegeven”, maar dat „de kans dat we het halen heel erg klein is”. Volgens de minister was deze zomer vol hitte- en droogterecords „een voorproefje” van de ernstige gevolgen van klimaatverandering en is het nodig dat Nederland „klimaatverandering samen met andere landen probeert te beperken”.
Het kabinet sprak in het coalitieakkoord af „vol in” te zetten op plannen voor de langere termijn. De focus verschuift daarmee steeds meer naar 2040. Europese lidstaten hebben afgesproken in dat jaar 90 procent minder broeikasgassen uit te stoten dan in 1990. Met deze deadline in gedachten sprak de regering in het coalitieakkoord af miljarden uit te trekken voor een belangrijke verduurzamingssubsidie en voor windparken op zee.
Die maatregelen hebben effect, stelt het PBL, maar wel pas ná 2030. Als alle plannen van het kabinet goed uitpakken, zou Nederland in 2040 ergens tussen de 61 en 72 procent uitkomen. Het is bijvoorbeeld onzeker of de industrie wel voldoende zal verduurzamen. Ook verbruikt Nederland in 2040 naar verwachting nog altijd veel (fossiele) energie. Zo zal stroom nog deels in gascentrales worden geproduceerd.
Daardoor is Nederland ook in 2040 nog erg afhankelijk van energie uit het buitenland. Ondanks de grootschalige investeringen in windparken op zee importeert Nederland dan nog zeker de helft van zijn energie. Het PBL ziet nog te weinig investeringen in grootschalige batterijen of groene waterstof om dan minder aardgas nodig te hebben.
Het meeste werk, benadrukt het PBL, moet dus nog komen. Nederland heeft 35 jaar gedaan over het verminderen van een derde aan broeikasgassen; in de volgende 25 jaar (tot 2050) moet de overige twee derde volgen. Ook stelt het planbureau vast dat met enkel Europese plannen, iets waar dit kabinet veel op inzet, het verduurzamen van de industrie bijvoorbeeld niet gaat lukken. Daar moet ook de Nederlandse regering zelf extra maatregelen nemen.
Als het kabinet écht nog veel wil versnellen voor 2030, dan hebben vooral „ingrijpende” maatregelen die economisch pijn doen snel effect, schetst het PBL. De minister liep daar nog niet voor warm, zo bleek maandag. „De vraag is vooral of de Kamer bereid is dat soort maatregelen te nemen”, zei Van Veldhoven. „Uiteindelijk bepaalt de Kamer wat er in Nederland gebeurt. Het kabinet zet alles op alles om te kijken of er nog zinvolle maatregelen zijn voor 2030.”
Verduurzamen draait om een verdeling van schaarste, blijkt uit de doorrekening. Het bestaande stroomnet zit op piekmomenten tegen zijn grenzen aan en dat remt de overstap naar bijvoorbeeld elektrische vrachtwagens. Maar die krapte kan door een tekort aan personeel en materiaal de komende jaren niet zomaar verholpen worden.
Wie de ruimte krijgt binnen die krappe ruimte is dus een politieke keuze. Neem datacenters. Wat Nederlandse burgers de komende jaren aan (fossiele) energie besparen door hun huis te isoleren of hun cv-ketel te vervangen, wordt „tenietgedaan” door het extra stroomverbruik van datacenters, berekende het PBL.
De komst van datacenters noemt de minister „een extra uitdaging voor onze stroomopwekking”. Tegelijkertijd, zegt Van Veldhoven, is het ook belangrijk „in deze nieuwe technologie niet volledig afhankelijk te worden van andere continenten”.
Op het ministerie benadrukte de klimaatminister dan ook dat economische overwegingen zwaar wegen bij toekomstige, groene plannen. „China gaat keihard door op de weg naar elektrificatie. Als we daar niet in meegaan, gaan we achterlopen. Het is dus ook voor de concurrentiekracht van onze bedrijven van belang dat we hen helpen die overstap te maken.”
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie