Home

Na een reeks moorden op vrouwen klinkt in Kameroen de roep om een strengere wet nog harder. ‘De mentaliteit is om vrouwen en meisjes de schuld te geven’

Viviane Tathi | vrouwenrechtenactivist Na acht moorden in een week laait in Kameroen de discussie op over strengere straffen voor femicide. Sinds 2023 ligt een wetsvoorstel klaar, maar tot een stemming komt het niet. „Vrouwen durven hier niet te praten over het geweld waarmee zij te maken krijgen”, zegt activist Viviane Tathi.

Een stel kijkt uit over de Kameroense hoofdstad Yaoundé.

Ze heetten Modestine en Diane. De één was 34, moeder van twee, de ander negentien en net zwanger. En dan was er Merline, 44, een lerares volgens Kameroense media. Alle drie werden vorige maand in verschillende Kameroense steden vermoord. Door hun echtgenoot, hun vriendje. En in het geval van Merline door de man die ze via internet had ontmoet en met wie ze in een hotel in de hoofdstad Yaoundé had afgesproken. Het personeel trof later haar levenloze lichaam in de kamer aan. Ze was doodgestoken.

Tussen 17 en 23 augustus werden in één week tijd zeker acht vrouwen in Kameroen vermoord, het merendeel, net als Modestine, Diane en Merline, door een bekende. Op sociale media, radio en televisie is sindsdien de discussie losgebarsten over het in Kameroen nog altijd wijdverspreide geweld tegen meisjes en vrouwen – en vooral over het gebrek aan maatregelen van de regering hiertegen.

Begin juni sloeg de minister ter Bevordering van de Vrouw en Familie zelf alarm toen ze deelde dat tussen januari en april van dit jaar vijftig vrouwen waren gedood. In heel 2025 waren dat er volgens officiële cijfers 77. Minister Marie-Thérèse Abena Ondoa noemde de statistieken „slechts het topje van de ijsberg”.

„Vrouwen durven hier niet te praten over het geweld waarmee zij te maken krijgen, zeker niet als het gaat om huiselijk geweld”, zegt vrouwenrechtenactivist Viviane Tathi van het collectief Stop Féminicides 237 – naar de landcode van Kameroen. „Families zetten hen onder druk om vooral geen klacht in te dienen en het onderling te regelen. En zelfs al zouden ze dat niet willen, wie niet in een stad als Douala of Yaoundé woont, kan vrijwel nergens terecht.”

Vrouwenrechtenactivist Viviane Tathi van het collectief Stop Féminicides 237

In een reactie op de recente moorden zei minister Abena Ondoa dat in Kameroen „het doden van een vrouw een banale daad is”. Hoe verklaart u dat?

„Allereerst bevinden we ons in een Afrikaanse context. Daarmee doel ik op gewoonten en sociale normen die de positie van de man en de vrouw bepalen, ook binnen het huwelijk [zo is volgens de wet in Kameroen de man nog altijd hoofd van het huishouden]. In gemeenschappen zien we dat de verantwoordelijkheid van de dader voor het geweld dat wij meemaken – geweld door mannen – onvoldoende ter discussie wordt gesteld.”

„In veel reacties hoor en lees ik dat het aantal gevallen van femicide hier toeneemt, omdat vrouwen zich minder onderwerpen. De mentaliteit is dus om vrouwen en meisjes op de één of andere manier de schuld te geven.”

„Er is ook een zwakke reactie op dat geweld. Er zijn in Kameroen wel instanties die slachtoffers opvangen en begeleiden, maar zij beschikken over te weinig middelen. Ook voor de vervolging van daders. Er is nog altijd geen wet specifiek gericht op geweld tegen vrouwen. En dan nog zullen er zijn die zeggen: zolang jullie niet terugkeren naar jullie plaats als Afrikaanse vrouw, zal dit niet stoppen.”

De minister benadrukt dat aan zo’n wet wordt gewerkt. Inmiddels al zo’n drie jaar. Waarom schiet het niet op?

„Met feministische organisaties en activisten oefenen we al jaren druk uit op onze autoriteiten om met strengere maatregelen te komen, waaronder een wet tegen femicide. Maar sommigen binnen de regering beschuldigen ons ervan dat dit een westers initiatief is. Alsof wij als Kameroense vrouwen zelf niet het vermogen hebben onze eigen ervaringen te analyseren en onder woorden te brengen.”

Tathi wijst op een recent Facebookbericht van de onderminister van Justitie waarin hij in kapitalen schrijft: „Praat over moordenaars, niet femicide”. Tathi: „Volgens hem zijn dit gewoon misdaden, daar hebben we in Kameroen de strafwet al voor. Er is een ontkenning van het verschil in geweld waar vrouwen mee te maken krijgen.”

„Een wetstekst ligt klaar. Maar als we het ministerie van Justitie ernaar vragen, krijgen we te horen dat ze deze nog ‘aan het bestuderen’ zijn. Wat valt er nog te bestuderen? Er zijn over deze wet bij mijn weten al tientallen bijeenkomsten georganiseerd, waaronder met ons. Daarin brengen ze het steeds weer terug tot semantiek. ‘Waarom gebruiken jullie dit woord?’, ‘Dit en dat moet eruit.’ Uiteindelijk is het gewoon een kwestie van politieke wil en die ontbreekt.”

Net zoals bij het familierecht, stelt Tathi. Pogingen tot het herschrijven van de huidige regels die raken aan de dominante rol van de man in het gezin en daarmee zijn zeggenschap over zaken als vermogen en onroerend goed, slepen al twintig jaar voort.

De Kameroense minister Marie-Thérèse Abena Ondoa (in het geel) werkt mee op een bananenplantage bij Nguibassal tijdens de Internationale Dag van de Plattelandsvrouw in 2022.

Wat zou de nieuwe wet gericht op geweld tegen vrouwen veranderen?

 „Allereerst: de strafrechtelijke erkenning van huiselijk geweld. In Kameroen wordt huiselijk geweld nu nog vooral beschouwd als fysiek geweld. Andere vormen van geweld, bijvoorbeeld psychisch geweld, worden niet of onvoldoende meegenomen. Dat maakt het voor rechters lastig beslissingen te nemen die aansluiten bij de ernst van de daden.”

Een geruchtmakende zaak is die van Diane Yangwo, een jonge moeder in een gewelddadig huwelijk die in 2023 werd doodgeslagen door haar man. Hij bekende, maar kreeg in eerste instantie slechts een voorwaardelijke celstraf van vijf jaar en een boete van omgerekend tachtig euro. Dat leidde tot grote ophef. In hoger beroep kreeg de man alsnog dertig jaar cel. Maar voor dodelijk geweld en níet voor moord, benadrukt Tathi, waar de familie van het slachtoffer om vroeg.

De nieuwe wet moet procedures versnellen, onder meer wat betreft de bescherming van slachtoffers van geweld, en het makkelijker voor hen maken hulp in te schakelen.

In juni werd aangekondigd dat er speciale noodopvanglocaties zouden komen voor vrouwen die geweld ontvluchten. Is daar al iets van te merken?

„Niks. Een paar jaar terug waren er wel projecten om binnen de politie en gendarmerie mensen op te leiden die dit soort zaken moesten behandelen. Misschien was het geld op of ze zijn overgeplaatst, maar deze mensen zien we niet meer. Hetzelfde geldt voor de speciale teams die zich in grote ziekenhuizen over verkrachtingsslachtoffers moesten ontfermen. Qua opvang zijn er wel enkele plekken, maar die worden gerund door ngo’s, niet de overheid.”

Wat er wel is: een speciaal telefoonnummer dat vrouwen kunnen bellen, 116. Maar die lijn is behoorlijk overbelast, zegt Tathi. „En ze komen ook niet ter plaatse. Slachtoffers moeten zelf bewijs van het geweld verzamelen en met hen delen. Pas dan ondernemen ze actie.”

Vooral in de meer afgelegen gebieden waar Tathi met haar eigen organisatie Sourires de Femmes komt, ontbreekt het vrouwen aan instanties tot wie ze zich kunnen keren. „Soms komen we in een dorp en horen we dat daar een paar dagen eerder een vrouw door haar man is vermoord. Maar de familie kon het lichaam nergens heen brengen voor onderzoek, dus hebben ze het maar begraven. Geen aanklacht, niets. En dat is het dan.”

Na de recente moorden werd opgeroepen tot online protest. Wat maakt het voor organisaties als die van jullie moeilijk de straat op te gaan?

„Onze politieke context is behoorlijk repressief [Kameroen wordt al ruim vier decennia geleid door de nu 93-jarige Paul Biya]. We vragen toestemming om te demonstreren, maar die wordt steeds geweigerd. Wat we soms als collectief doen, zijn flashmobs. We gaan naar drukke kruispunten met protestborden, roepen slogans en nemen wat foto’s. Maar er zijn agenten in burger die ingrijpen zodra ze samenscholingen zien. Online hebben we meer ruimte om ons uit te spreken.”

Gender

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next