Home

Een parade van honderden heiligen vlak bij het Drielandenpunt in Vaals

Serie | Kleine musea Nederland telt veel kleine, onbekende musea, NRC portretteert er deze zomer zes. Deel 5: Museum Vaals in de Zuid-Limburgse heuvels, met honderden heiligenbeelden. „Ik verkocht ze dat Mariabeeld en verhip: een week later huilde het!”

Museum Vaals, museum voor religieuze kunst.

Museum Vaals is eerder een attractie dan een museum – maar er zijn uitbreidingsplannen. Het is nu gehuisvest in een kapel aan de Eschberg bij het Limburgse Vaals: onder gregoriaans gezang en zoete wierookgeur schrijd je richting altaar langs honderden Bijbelse figuren en heiligen, drie rijen dik. Maria naast Sint Franciscus, aartsengel Michael naast Jeanne d’Arc. Sommige heiligen zijn bijna 4 meter hoog, andere beelden komen tot je middel.

Het zijn pronkstukken van Gert de Weerd (67), die lang puzzelde met de juiste opstelling. De heiligen mogen niet allemaal dezelfde richting op kijken, afwisseling en kruisende zichtlijnen geven de heilige parade visuele dynamiek. Zelf woont hij op de zolder van het uit 1730 stammende buitenhuis ernaast, waar paters na 1890 eerst tbc-patiënten en daarna gehandicapte kinderen verzorgden. Toen hij het complex in 2007 kocht, was het een katholiek pensionaat. „De laatste bewoners verhuisden naar Roermond. De tien paters die op het terrein lagen begraven, gingen samen in één kist mee.”

Beeld van Jezus Christ Superstar in de tuin van het museum.

Seksueel misbruik in het nieuws

De Weerd verbouwde de villa tot een ontvangstruimte en woonhuis, opende het katholieke themarestaurant De Zwarte Madonna en in 2009 zijn museum als een plek van ‘rust, bezinning en religieuze kunst’. Dat bleek een ongelukkige timing: de publiciteit over seksueel misbruik binnen de kerk was op zijn hoogtepunt. De Weerd: „Je zag bezoekers met een scheef oog naar Don Bosco kijken die twee kindjes tegen zijn mantel drukt.”

Inmiddels is het museum een exotische trekpleister voor toerbussen op weg naar het Drielandenpunt in Vaals: lunchen tussen biechtstoel, altaar, glas-in-lood en heiligen. De Weerd ziet tegenwoordig meer vrome katholieken langskomen. Onder hen ultraconservatieven van het in juli door de paus geëxcommuniceerde broederschap Sint Pius X, die de Latijnse mis in ere willen herstellen. „Dat zijn opvallend vaak jonge mensen met kinderen, uit Utrecht of Antwerpen.”

Op een kwartier rijden, in Hoensbroek, runt De Weerd met een mede-verzamelaar de ‘Relimarkt’. Ruim 800 vierkante meter met ontzagwekkend veel kerk- en kloosterkunst: duizenden heiligenbeelden, altaarstukken, panelen, crucifixen, kelken, wijwaterbakjes, kroonluchters en kerststallen. Dat is handel: ze verkopen aan landen waar het katholicisme bloeit, variërend van Polen en Kroatië tot Vietnam. De Weerd: „Dat gaat heel concreet. Iemand zoekt een Jozef van één meter tien. Ja, die heb ik wel voor je.”

De heiligen mogen niet allemaal dezelfde richting op kijken, afwisseling en kruisende zichtlijnen geven de heilige parade visuele dynamiek.

Ronduit verschrikkelijk

Gert de Weerd is een zakenman uit Nieuw-Vennep en niet gelovig. Zijn verzamelwoede begon rond 1980 op een rommelmarkt bij Goirle, zegt hij, toen hij voor 200 gulden een kindeke Jezus van een meter op de kop tikte. Een leuk cadeautje voor oma, dacht hij. „Maar zij was een echte protestant en vond het ronduit verschrikkelijk! Ja, wist ik veel. Ik vond het gewoon mooi.”

Zijn interesse was gewekt, De Weerd sloeg aan het verzamelen. Zijn garage in Aalsmeer puilde al snel uit, toen hij in 2007 naar Vaals verhuisde, dichter bij de bron, had hij al zo’n driehonderd heiligen. En de collectie bleef zich uitbreiden. Deze week kocht hij nog een levensgrote houten Maria met glazen ogen. „Ze is best lelijk, vind je niet? Maar ook uniek.”

Het zijn vooral afdankertjes van het Tweede Vaticaans Concilie (Vaticanum II) van 1962-1965, toen het katholicisme zichzelf moderniseerde, kerken wit werden gekalkt, kloosters leegliepen en heiligenbeelden in de ramsj belandden. „Monstransen en zilveren kelken werden gratis weggegeven”, zegt De Weerd. In de 21ste eeuw volgde een sluitingsgolf van kerken na het nieuws over seksueel misbruik. „Dat was voor veel katholieken de druppel die de emmer deed overlopen en ook een mooi excuus om zondag iets anders te doen. Er moest smartengeld worden betaald, dus sloot het bisdom kerken en moest het van de beelden af.” Beelden komen ook uit België en Frankrijk, zelden uit Duitsland. De Weerd: „Daar houdt de overheid de kloosters en kerken open, met of zonder parochie.”

Massaproductie van heiligenbeelden

Van antieke sacrale kunst zag de kerk het belang, maar van heiligenbeelden en altaarstukken uit de 19de-eeuwse neogotiek niet. Na 1848 vertaalde de emancipatie van het katholieke volksdeel in Nederland zich in een bouwgolf van neogotische kerken en de massaproductie van heiligenbeelden. De beste kwamen uit het Atelier Cuypers-Stoltzenberg (1847-1952) te Roermond, zegt De Weerd: van architect Pierre Cuypers, die naast het Rijksmuseum en het Centraal Station van Amsterdam talloze kerken ontwierp. De beste heiligen zijn van hout; goedkoper en minder gedetailleerd zijn heiligen van terracotta en gips. „Die komen uit een mal, maar werden wel met de hand beschilderd. Dat was letterlijk monnikenwerk, er zit veel kwaliteitsverschil tussen.”

Inmiddels weet iedereen dat ook moderne religieuze kunst waarde heeft: een heilige kost tussen de zeshonderd en zesduizend euro. Duur zijn heiligen als Sint Nicolaas, Sebastiaan, Christoffel of Hubertus: vaak gevraagd, weinig gemaakt. En ‘lokale helden’ als Sint Gerardus (katholieke patroonheilige van zwangere vrouwen, moeders, ongeboren kinderen en een voorspoedige bevalling) of de Belg Jan Berchmans (van scholieren, studenten en misdienaren). Jezus of Maria zijn goedkoop, die zie je overal. En moderne types als Pater Pio of internet-heilige Carlo Acutis laat De Weerd links liggen. „Die worden fabrieksmatig van polyester of kunsthars vervaardigd, niks voor mij. Sowieso worden heiligenbeelden met de tijd vlakker, meer in IKEA-stijl.”

 Zijn complex staat nu te koop. Sinds corona is het lastig personeel te vinden voor het restaurant, en als zestiger trekt hij de horeca niet langer. Dat betekent niet het eind van het museum. In Hoensbroek heeft hij een mijnwerkerskerk uit de jaren vijftig op de kop getikt van 40 bij 15 meter, drie keer zo groot als de huidige kapel. Een elegant gebouw met een fraai houten plafond, niet zo’n modernistische kubuskerk „die je zonder veel moeite tot een Lidl ombouwt”. 

Beeld van Jezus Christus in de tuin van het museum.

Dicht bij een mirakel

De verbouwing blijkt ter plekke al in gang gezet: met zijn vrouw wil Gert de Weerd in de sacristie trekken. En ook deze kerk slibt al aardig dicht met heiligen, gouden engelen, schapen en wijzen uit het oosten. Naast de parade van heiligen denkt hij aan horeca, religieuze wisselexposities en een katholiek draaiorgel, met moeder Maria die op het belletje slaat. „Leuke dingen, maar met respect hè!”

Of hij met al die duizenden heiligenbeelden ooit zelf een mirakel beleefde? Dat niet helaas. Wel was De Weerd er dichtbij, toen hij een beeld verkocht aan een familie uit Brunssum bij wie in 1995 al een Mariabeeld aan het huilen sloeg. Dat maakte de wijk Egge tot een bedevaartsoord. De Weerd: „Ik verkocht ze dat beeld en verhip: een week later huilde het! Dat liep ik dan weer net mis. Zonde.”

Serie Kleine musea Over dit museum

Wat: Museum Vaals

Waar: Vaals, Eschberg 5-7

Geopend: zaterdag en zondag, 10.30 – 17.00 uur

Verzameld wordt: katholieke religieuze kunst uit Nederland, België en Frankrijk uit de neogotische periode (1850-1920)

Pronkstuk: Jezus in de tuin der Olijven met Engel Gabriël, een Frans gipsen kerkbeeld met glazen ogen uit 1870 van 3,5 meter hoog.

Oppervlakte: 87 vierkante meter nu, 400 vierkante meter na verhuizing van het museum naar Hoensbroek

Aantal medewerkers/vrijwilligers: 2 medewerkers en 2 vrijwilligers

https://museumvaals.nl/contact/

Zomerserie Kleine musea

Nederland telt veel kleine, minder bekende musea. NRC portretteert er iedere zomer een aantal. Lees hier eerdere afleveringen van de serie Kleine musea.

Religie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next