Home

‘De witte man’ is een antropologisch onderzoek naar ‘de Jan’

Zap In de scherpe en grappige docuserie ‘De witte man’ doet Qian van Binsbergen haast antropologisch onderzoek naar het machtsfenomeen de witte man. Hoe gaat hij om met zijn veranderende rol in de maatschappij? Spoiler: niet goed.

De Jannen in De witte man (Omroep Zwart).

Een vraag voor Reclame-Jan: „Wat is grensoverschrijdend gedrag?” Da’s een moeilijke. Jan peinst. Gelukkig zit hij in een ‘safe space’. In zijn „natuurlijke leefomgeving” zelfs: een bruine kroeg, Rob de Nijs op de jukebox. En hij is omringd door zijn „kudde”: elf andere witte mannen, allemaal genaamd ‘Jan’, want dat is „de meest voorkomende soort”.

„Als je het misschien filosofisch bekijkt”, begint Reclame-Jan, „dan is het: als je iets doet wat over de grens van die ander heengaat.” Dat is een redenering waar een punt achter kan. Maar, gaat hij verder, grenzen zijn ook subjectief. En onderhevig aan tijdsgrillen. „Misschien was er wel een tijd dat je trots was als je op een bangalijstje stond”, zegt hij. „Seks is natuurlijk per definitie grensoverschrijdend. Als je over alles wat je doet een vraag stelt, dan is de lol er op een gegeven moment gewoon af.” Sommige Jannen gniffelen, anderen knikken. Jan heeft gesproken.

Het panel der Jannen is de leukste vondst in De witte man (Omroep Zwart), een scherpe, grappige docuserie van Qian van Binsbergen. Na adoptie (De afhaalchinees: Thuisbezorgd) en seksueel racisme (Sexotisme) kraakt de Nipkowschijfwinnaar nu: de witte man.

Voorheen werden mensen van kleur als ‘exotische diersoort’ bestudeerd, nu krijgt de witte man zélf te maken met een antropologie uit een (niet zo ver) verleden van schedelmetingen. Een snelle montage versnijdt grappige sketches en interviews met kraakheldere wetenschappelijke uiteenzettingen. De boodschap is: de witte man mag blijven, maar moet wel veranderen.

Ja, Van Binsbergen heeft al die Jannen niet voor niks in Laatste Avondmaal-opstelling aan de bar gezet.

Taupe maatpak

Een witte man staat op de apenrots, trots en vanzelfsprekend aan de top. Maar dan verschijnen er mensen aan de voet van de berg. Vrouwen! Personen van kleur! De man kijkt nerveus om zich heen – zweet in zijn taupe maatpak.

De apexpredator is zich een bedreigde diersoort gaan voelen. In aflevering één (‘De man’) zagen we hoe de man zich de afgelopen decennia geconfronteerd zag met de opmars van de vrouw, in zijn paradijs van femicide en seksisme. En aflevering twee (‘De witte man’) toonde aan dat Jannen ‘onverdiende voordelen’ genieten dankzij hun witheid. Daar hoefden ze voorheen nooit over na te denken, en de meesten beginnen er liever ook niet mee.

Hoe gaat de witte man daarmee om? Daarover ging aflevering drie (‘De extreem witte man’), afgelopen vrijdag uitgezonden. Statusverlies stuurt de man op drift, en maakt hem vatbaar voor nieuwe rolmodellen die in de manosphere en bij extreemrechts met open armen staan te wachten. Daar zijn witheid en mannelijkheid nog een onbedreigd goed.

„Backlash”, noemt hoogleraar Gloria Wekker dat. Na een korte periode van vooruitgang spuiten traditionalisme en suprematisme weer op uit het diepste van de samenleving, alsof er een olieader is aangeboord.

Aflevering drie is de meest stuitende aflevering uit De witte man. Van Binsbergen zoekt de extremen op. Manosphere-gorilla Tibor Wouda praat haar in de sportschool bij over de betekenis van mannelijkheid: discipline, rationaliteit! Al geeft hij ook toe zijn conservatisme op sociale media nét iets te overdrijven om kliks te pakken.

Bij antimigratieprotesten vindt Van Binsbergen onverholen racisme. „Wie is een Nederlander?”, vraagt ze aan Richard van der Elst, die een boegbeeld van de beweging werd toen hij zich vastketende aan een azc. Ze varen op een bootje op de grachten – bitterballen met Nederlandse vlaggetjes op tafel. „Gewoon een hardwerkend iemand… die wit is en, ja, gewoon goeie normen en waarden, met respect. We harken onze tuintjes netjes aan…”

En ook de mildere witte man heeft niet zoveel met inclusie. Hij kan dat wel beweren, maar volgens sociaalpsycholoog Elena Bacchini zeggen hartslag- en spierspanningsmetingen wat anders. Zelfs Tim Hofman blijkt niet vrij van microagressies.

Kleurenblind

Er was al vóór de uitzendingen wat (humorloze) ophef over De witte man. Maar inhoudelijk kritiek ondervangt Van Binsbergen heel slim: ze laat de doorsnee witte man uitvoerig zélf aan het woord. Wat blijkt? Vaak maakt Jan haar punt onbedoeld zelf.

In één scène legt Gloria Wekker uit dat witte mensen heilig geloven in ‘witte onschuld’. Ze beginnen te briesen als ze worden aangesproken op racisme of privilege. Eén scène later bewijst Barbier-Jan precies haar punt. „Waarom moet ik dan een geprivilegieerde witte man worden genoemd?”, zegt hij. „Sodemieter op! Doe ’ns normaal! Ik ben kleurenblind!”

Al moet gezegd: de Jannen doen bijna allemaal sportief schuldbewust mee. En gedurende de serie zie je ook dat ze heel snel kunnen bijdraaien – mits een andere Jan het even uitlegt.

De witte man is een creatieve, humorvolle les in intersectionaliteit. Voor wie daarin al thuis is, zal de serie meer amusement dan educatie zijn. In de laatste aflevering voelt de nauwe focus van de serie een beetje beperkend. De serie illustreert goed hoe vermeend statusverlies de witte man vatbaar maakt voor extreemrechts, maar laat andere factoren van belang een beetje liggen. Er past maar zoveel in een halfuur.

Althans, zo zag ik de serie. Maar ik ben een witte man. Was er een perspectief dat ik miste? Een ironie die mij ontging? En moet ik mij die vraag hier wel stellen? Of maak ik mezelf dan weer de hoofdpersoon van dit verhaal? … Laat me even een Jan bellen.

Discriminatie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next