nieuwsbriefNRC Voorkennis
NRC Voorkennis Als het kabinet de aanbevelingen van Peter Wennink echt serieus neemt, dan zou het op Prinsjesdag in de miljoenennnota en de departementale begrotingen duidelijk moeten maken wat het voor plannen voor industriepolitiek heeft. In veel regio’s en bij veel bedrijven zal daar met spanning naar worden uitgekeken.
De premier zèlf reisde vorige week naar Eindhoven voor het slaan van de eerste paal van de nieuwe ASML-campus. Dat evenement was een soort van symbolische gebeurtenis waarin het Beethovenproject zichtbaar werd: het prestigieuze project waarin gemeente Eindhoven, rijk en bedrijven 2,5 miljard euro aan investeringen toezegden voor de Brainportregio.
Dit is een ingekorte versie van de NRC Voorkennis-nieuwsbrief. Twee keer per week schrijft de economieredactie van NRC daarin over economische ontwikkelingen die op de redactievloer tot opwinding leiden. Inschrijven (voor Plus-abonnees) doe je hier:
Inschrijven voor NRC Voorkennis
Dat ongekende staaltje Nederlandse industriepolitiek kwam op gang nadat toenmalig ASML-topman Peter Wennink begin maart 2024 had gedreigd dat zijn succesvolle bedrijf ook buiten Nederland kon uitbreiden. En sindsdien wordt er in de rest van Nederland bij industrie en overheden als voorbeeld naar gekeken.
Zo klonk Beethoven ook weer in mijn oren bij de rondgang door de IJmondregio, waar men niet meer gerust is op een goede afloop voor Tata Steel. Om werkgelegenheid te garanderen leeft er bij ondernemers en lokale overheden een plan om op een deel van het terrein van de staalfabrikant nieuwe bedrijvigheid te stimuleren. Voor een maakbaarindustrie gericht op duurzaamheid en dan met name op offshore-wind.
Zo leeft in meerdere regio’s de hoop op een flink staaltje industriepolitiek in Nederland, waar Den Haag lang voor heeft teruggeschrikt. Door Beethoven groeien de verwachtingen dat de politiek keuzes maakt op welke industrie Nederland moet inzetten voor zijn economische toekomst, welke technologie hier ontwikkeld moet worden en welke regio’s het voortouw moeten krijgen.
En wat gaat dit kabinet doen met dat andere advies van Peter Wennink, die vorig jaar pleitte voor onvervalste industriepolitiek? Dat advies kun je onderverdelen in meerdere elementen. Het verlagen van de regeldruk en voorstellen daartoe, het met hoge prioriteit oplossen van knelpunten als netcongestie, het stikstofslot en verouderde infrastructuur.
Maar zeker ook het voeren van een actieve industriepolitiek die nieuwe bedrijvigheid voor de toekomst moet stimuleren. In een bijlage beschreef Wennink 51 projecten in verschillende sectoren en regio’s in het land, waar markt en overheid samen 126 miljard euro in zouden moeten investeren.
Wennink’s rapport was de Nederlandse vertaalslag van het roemruchte rapport van Draghi hoe Europa zijn concurrentiepositie en productiviteit zou kunnen verhogen. In een tijd dat China en de Verenigde Staten ieder op hun eigen manier industriepolitiek voeren en de principes van de vrije markt met voeten treden, kan Europa niet achterblijven en de individuele lidstaten ook niet.
De adviezen van de voormalige ECB-president vierden afgelopen week hun tweede verjaardag. Verschillende onderzoeken bekeken welke voortgang met de uitvoering van zijn aanbevelingen is gemaakt.De resultaten stemden niet hoopvol. Van de 383 aanbevelingen is slechts 15,7 procent volledig doorgevoerd in de EU, rapporteerde de denktank European Policy Innovation Council. En ruim 41 procent zou gedeeltelijk ingevoerd zijn.
Een andere denktank, het Institut Montaigne, kwam met een positievere inschatting dat ongeveer 30 procent van de aanbevelingen zou zijn doorgevoerd. Maar beide instituten zien dat de grootste hervormingen vooruitgeschoven worden. Waar de Europese Commissie zelf stappen kan zetten, zoals in deregulering en in het financieren van innovatieve ontwikkelingen, is de meeste voortgang geboekt. Waar de regeringen van lidstaten verantwoordelijkheden moeten afstaan, gaat het veel trager.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
In de zomer toonde het kersverse minderheidskabinet-Jetten zich in algemene zin enthousiast over het Plan Wennink in een eerste kabinetsreactie, zonder al te veel concrete voornemens te formuleren. Met de Miljoenennota en de departementale begrotingen zou het kabinet dinsdag met investeringbedragen en reserveringen kunnen laten zien wat het over heeft om die plannen ook echt inhoud te geven.
Twee jaar geleden toonde minister Eelco Heinen (Financiën, VVD) in zijn eerste inleiding van een Miljoenennota van het kabinet-Schoof zich nog vrij wars van een actieve industriepolitiek en bepleitte hij bovenal een vrije marktpolitiek. Dit jaar lijkt hij in de inmiddels uitgelekte Miljoenennota die reserves deels te hebben laten varen.
In een apart hoofdstuk in de Miljoenennota – over de gevolgen van groeiende mondiale onevenwichtigheden – analyseert Heinen dat zowel een „defensieve” als een „offensieve industriepolitiek” gerechtvaardigd kunnen zijn. Defensief betekent het afbouwen van afhankelijkheden van andere landen. Offensief doelt op het versterken van industrie die vooroploopt of kan lopen.
Daarbij uit de minister wel weer de waarschuwing dat de overheid de technologie van de toekomst niet goed kan voorspellen, maar wel innovatie kan stimuleren „die bijdraagt aan strategische doelen”. En dat voor de „meeste sectoren geldt dat het strategisch belang ervan beperkt is en dat de kosten van ingrijpen groter zijn dan de baten.”
Ook het Project Beethoven wordt in de Miljoenennota genoemd als voorbeeld „ hoe het verbeteren van randvoorwaarden voor industrieën comparatieve voordelen kan bestendigen”. Maar voorbeelden waar en hoe er nieuwe projecten à la Beethoven kunnen komen, geeft hij daarbij nog niet.
Vanaf dinsdag wordt het verder vlooien in de aparte departementale begrotingen in hoeverre er daadwerkelijk geld wordt vrij gemaakt voor investeringen in een actievere industriepolitiek. Uitgelekt is al dat er 3,3 miljard euro beschikbaar komt voor de nationale investeringsinstelling, die nog verder moet worden gevormd.
Dat zou bovenop de bovenop de 3,5 miljard komen die NL Invest en Invest International nu al opgeteld als kapitaal hebben, zo heb ik begrepen. Nog steeds is de bedoeling van het kabinet dat deze twee instellingen samen die grotere nieuwe nationale investeringsinstelling moeten vormen. En dat er dus niet een nieuwe investeringsbank komt waar aanvankelijke initiatiefnemers, ruim zestig ondernemers en wetenschappers, voor hebben gepleit. Onder wie (naast onder meer oud-bankier en –ambtenaar Jeroen Kremers) dezelfde Peter Wennink.
Ook heeft het kabinet geld vrijgemaakt voor het Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie, voor jonge bedrijven die nieuwe technologieën ontwikkelen om maatschappelijke problemen op te lossen. Ook daar had Wennink in zijn advies voor gepleit.
In de Algemene Politieke Beschouwingen, later deze week, zal het wel weer meer over koopkrachtplaatjes en over bescherming van sociale zekerheid gaan, dan over het verdienvermogen van de Nederlandse economie in de toekomst. Maar een stevig debat over industriepolitiek zou niet misstaan, zodat bedrijfsleven weet waar het wel op kan rekenen. En waarop niet.
Is een actievere industriepolitiek voor Nederland wel of niet een goed idee? Laat me weten via daan.vanlent@nrc.nl