Goudkoorts Door de vondst van een goudklomp werd een afgelegen boerendorp in Kenia opeens overspoeld, ook door goudzoekers uit het nabijgelegen Oeganda. „Het beetje geld dat we hier verdienen met goud is een geschenk uit de hemel.”
Na een bericht op TikTok over een goudvondst brak de goudkoorts uit in Cheporor.
Ze waren op zoek naar een verloren geit. Ze vonden een klompje goud, ter grootte van een erwt. Nu, een maand later, raakt herder Manasse Lomachar (33) er nog steeds niet over uitgepraat. Over de vondst zelf, en over de goudkoorts die uitbrak toen hij op TikTok had verteld hoe hij en twee collega-herders op zoek naar een geit tegen „de jackpot” waren aangelopen.
Binnen een paar dagen kwamen goudzoekers uit de wijde omgeving op scooters aangereden, zelfs uit buurland Oeganda. De kleine boerengemeenschap in het westen van Kenia waar Manasse Lomachar deel van uitmaakt, groeide in één klap met tienduizend mensen: jonge mannen, vrouwen, soms zelfs met hun peuters en baby’s op de arm. In het beboste heuvellandschap verschenen diepe mijnschachten, heuvels van rode aarde, tenten en snel opgezette provisorische winkelstraten.
Manasse Lomachar (33) vond een goudklompje ter grootte van een erwt op zijn land.
De mensen hier uit de buurt leven vooral van landbouw, en dat zit nu niet mee. Dit jaar zijn veel maïsoogsten mislukt door de ongebruikelijke droogte. Onderweg naar het dorp zijn de verdorde velden niet te missen, soms vele kilometers achter elkaar. De boeren zien de hoge goudprijs als hun redding.
Op zijn terrein staat Lomachar, gestoken in een blauw T-shirt waarop een varken staat met een stropdas, met zijn hele gezin naar een grote schacht te kijken. Het ene na het andere emmertje met aarde komt naar boven. Lomachar verkocht zijn eerste goudklompje van 3 gram voor 36 duizend Keniaanse shilling, omgerekend 252 euro. Een enorm bedrag in deze contreien. Met een grote glimlach laat hij een nieuwe telefoon zien. „Deze kocht ik direct van dat geld.” Inmiddels is ook zijn huis opgeknapt en zijn er extra koeien en schapen gekocht.
Door uitzonderlijke droogte zijn de meeste maïsoogsten mislukt, terwijl mensen hier leven van de landbouw.
Dat er in zo’n korte tijd zoveel mensen naar zijn Cheporor zouden komen had Lomachar nooit verwacht. Als herder heeft hij helemaal geen verstand van het graven van mijnen. Zijn TikTok-bericht was dan ook vooral bedoeld om ervaren gouddelvers aan te trekken. Maar nu waren het er opeens heel veel, en ook een maand later is het nog druk op zijn stuk land. Richting de rivier staat een breekmachine, om stenen mee te vermalen. Van elke tien zakken die de delvers bij de machine brengen gaan er twee naar Lomachar en zijn familie.
De eerste paar dagen werd er veel gevonden. Opeengepakt waren mensen in de grond aan het hakken en in de rivier het goud aan het zeven. „In de eerste weken hoorden we mensen praten over bedragen van honderd tot zeshonderd dollar”, zegt lokaal bestuurshoofd Julius Rengono (38), leunend op zijn scooter. Cheporor was niet voorbereid op zo’n grote toestroom. Mensen sliepen in de open lucht, zonder tent en onder de bomen. Vrouwen en kinderen voelden zich onveilig. De politie ging ook ’s nachts patrouilleren. Er waren geen wc’s, geen water, geen douches. „Een onhoudbare situatie”, zegt Rengono. „En ’s avonds werd er flink gezopen.”
Behalve landbouwdorpen zijn er in West-Pokot, een West-Keniaanse provincie die aan Oeganda grenst, traditioneel ook veel mijndorpen. Naast goud zit er in de heuvels ook koper in de grond. Veel gouddelvers leiden hier een zwervend bestaan, afhankelijk van waar er iets te halen valt. De provincie noemt zichzelf trots „het land van verborgen schatten”. Aan het succes zit ook een keerzijde. Vorig jaar nog moesten verschillende illegale goudmijnen worden gesloten, vanwege instortingsgevaar.
In water worden de goudkorrels uit de aarde gezeefd. Maar de rivier is grotendeels opgedroogd.
Ook Lomachar maakt zich zorgen over te haastig gegraven schachten. Soms zitten ze maar een meter uit elkaar. Het zou goed zijn, zegt hij, als de autoriteiten de boel komen controleren. Maar vooralsnog lijkt het er niet op dat dit gaat gebeuren. „Niemand houdt bij hoe veilig de schachten zijn”, zegt bestuurshoofd Rengono. De onveiligheid houdt niemand tegen. „Het beetje geld dat we hier verdienen met goud is een geschenk uit de hemel”, klinkt het vanuit een groepje vrouwen naast een schacht. Door de mislukte oogsten kan er geen maïspap worden gemaakt voor de kinderen, maar nu kan er in ieder geval wel eten worden gekocht.
Wat er precies nog onder de grond van Cheporor zit, weet niemand zeker. Een officiële geologische bevestiging van winbare voorraden is er niet. Autoriteiten stuurden al een vrachtwagen vol zand naar een verwerkingsplek in de nabijgelegen stad Ortum voor onderzoek, maar wachten nog op de uitslag.
Schachten worden haastig gegraven, soms heel dicht naast elkaar. Niemand houdt bij hoe veilig het is, zegt lokaal bestuurshoofd Julius Rengono.
Gevonden goud wordt gewogen door een goudhandelaar.
Dat de goudkoorts inmiddels wat is gaan liggen, komt door het gebrek aan water. De rivier staat momenteel laag, en alleen daar kunnen de goudkorrels uit de aarde worden gezeefd. „Begin augustus stond er nog een beetje regenwater in de rivier”, vertelt boer Samuel Longurongyang (49), die wijdbeens en met opgestroopte broekspijpen in de bedding staat en naar zijn zeefschaal kijkt. ,,Zoals je ziet is de rivier nu grotendeels opgedroogd. En geen water, geen goud. Zo werkt dat hier.” Als het niet snel gaat regenen, zal de rest ook vertrekken, verwacht hij. Water kopen bij de winkel, 20 liter voor 60 eurocent, loont niet.
Veel goudzoekers zijn alweer verder getrokken, naar een grotere rivier niet ver van Cheporor vandaan. Die stroomt het hele jaar door, en niet zoals hier alleen als het regent. Ook Regina Achieng (32) en Sheila Cherstick (20), twee jonge Oegandese vrouwen, willen weg. Ze zijn op het gerucht afgekomen, maar hebben daar nu een beetje spijt van. „We hadden gehoopt het schoolgeld voor onze kinderen hier bij elkaar te verdienen, maar moeten nu met lege handen terug.” Zelfs voor de terugreis hebben ze eigenlijk onvoldoende geld.