Home

De enquêtecommissie moet een antwoord vinden op cruciale vragen over democratische controle

Parlementaire enquête corona

Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.

Na negen weken sloot de parlementaire enquêtecommissie corona vrijdag het openbare gedeelte van haar onderzoek af. Nu volgt de denk- en schrijffase, begin volgend jaar komt zij met conclusies.

Is er groot nieuws gekomen uit de verhoren? Nauwelijks. Eerdere rapporten van de Onderzoeksraad voor Veiligheid en de Algemene Rekenkamer hadden al veel onthuld, waaronder dat het kabinet onvoldoende rekening hield met de maatschappelijke schade van alle beperkingen.

Dat bleek nu opnieuw uit de verhoren: duidelijk werd hoe traumatisch voor sommige bewindspersonen de beelden uit het Italiaanse Bergamo in maart 2020 waren, waar mensen op de ziekenhuisgangen stierven. Dat werd allesbepalend bij het maken van beleid, en ook bij hoe het kabinet met meningsverschillen onderling omging of met advies en kritiek van buiten het Catshuis.

Waarheidsvinding is niet de functie van deze parlementaire enquête. Wel het trekken van lessen, en het inzicht krijgen in de structureel zwakke plekken van het openbaar bestuur. Lessen over hoe kabinet, Eerste en Tweede Kamer, en het lokale bestuur zich bij een volgende crisis – en dat hoeft geen pandemie te zijn – tot elkaar zouden moeten verhouden. Hoe dán voorkomen kan worden dat het contact met de burger, met de samenleving als geheel, wordt verloren.

De cruciale vragen waarop de commissie een antwoord moet vinden, gaan daarom over democratische controle. Over omgaan met tegenspraak en samenwerking, over de wisselwerking tussen politiek en deskundigen van buiten, en die tussen de landelijke en lokale overheid. Over het afwegen van grondrechten, en wie dat moet doen.

Zeker omdat de gevolgen van de ingrijpende maatregelen die in 2020, 2021 en 2022 werden genomen nog altijd doorwerken, doet de parlementaire enquêtecommissie ertoe.

De verhoren moeten dus leiden tot méér dan de „collectieve traumaverwerking” waarop commissievoorzitter Daan de Kort hoopte. Dat hád een functie van de openbare verhoren kunnen zijn, en duidelijk werd zeker hoe gepolitiseerd de lockdownperiode nog altijd is en hoe deze verhoren oude wonden openreten. Ronduit schandelijk is dat enkele van de getuigen naar aanleiding van hun verhoor opnieuw werden bedreigd.

Maar veel hoofdrolspelers bleven in hun eigen groef zitten. Sommigen, onder wie oud-premier Mark Rutte (VVD), toonden weinig zelfreflectie door te blijven hameren op het ‘onvermijdelijke’ van ingrijpende maatregelen. Duidelijk werd ook dat nog steeds niemand echt verantwoordelijkheid wil nemen voor wat er misging.

Daarbij hielp niet dat de commissie slecht doorvroeg. Het is haar ten dele aan te rekenen: drie van de vijf leden zitten nog geen jaar in de Tweede Kamer, andere partijen stapten uit de commissie en andere leden werden tussentijds vervangen. Niet alle vijf waren ze daardoor bij het vooronderzoek betrokken of bij de voorbereidende gesprekken. Hun voorgangers stonden bij de verkiezingen van 2025 niet meer op de kandidatenlijst van hun partij, ook voorzitter De Kort (VVD) stond op een lage plek.

Dat zegt iets over hoe partijen denken over het onzichtbare, maar noodzakelijke handwerk in het parlement. Het roept de vraag op hoe serieus de Tweede Kamer een parlementaire enquête nog vindt. Het is zijn zwaarste middel, de ondervraagden worden onder ede verhoord, moeten verschijnen. Daarvoor zou je, zeker omdat het hier om een crisis gaat die Nederland voorgoed heeft veranderd, meer interesse verwachten.

Commentaar

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next