Theo d’Ors Op 13 september zijn, tijdens het Gala van het Nederlands Theater, de prestigieuze VSCD-toneelprijzen uitgereikt, waaronder de drie ‘Oscars’ voor de Nederlandse toneelspeler: de Theo d’Ors. Heel verrassend was het niet dat Keja Klaasje Kwestro die voor de indrukwekkendste hoofdrol in de wacht sleepte.
Keja Klaasje Kwestro in ‘F*CK LOLITA’.
Je had bijna te doen met de andere genomineerden dit jaar. Want dat Keja Klaasje Kwestro ervandoor zou gaan met de Theo d’Or voor indrukwekkendste acteerprestatie in een dragende rol, na die weergaloze monoloog die ze afleverde als Dolores Haze in F*CK LOLITA… tja, dat kon eigenlijk niet anders.
„Met haar oorspronkelijkheid, moed en technische virtuositeit, belichaamt Keja Klaasje Kwestro onze schreeuwende behoefte aan een eigen stemgeluid”, aldus de Nederlandse Toneeljury, dit jaar bestaande uit Ernestine Comvalius, Peter Hendrikx, Han van Wieringen, Tommie van Eck, Jelle van der Meulen, Dana Kibbelaar, Daniëlle Kersten, Mina Etemad, and Naud van Geffen.
Kwestro, die in 2010 afstudeerde aan de Arnhemse toneelschool, ontwikkelde binnen de Nederlandse podiumkunsten een geheel eigen signatuur: fysiek, sappig, larger-than-life spel, waarmee ze haar personages steevast iets boven het realisme uit tilt. Acteurs die klein en naturel staan te spelen vindt ze maar ‘vlak en saai’, zei ze daarover in een interview met de Volkskrant in 2017: „Toneel gaat over grote thema’s. (…) Ik vind het vreemd als iemand dat niet met zijn hele hebben en houwen uitbeeldt.”
Kwestro’s hebben en houwen werd ondergebracht in rollen bij onder andere ITA, De Toneelmakerij, Frascati Producties, Het Nationale Theater, Ro Theater en Toneelschuur Producties en vond vervolgens een vruchtbare bodem bij Het Zuidelijk Toneel, het Brabantse gezelschap dat sinds 2023 onder leiding van Sarah Moeremans met veel succes een eigen vorm van satirisch, verhalend meta-theater aan het ontwikkelen is. Kwestro’s speelstijl leent zich er geweldig voor. Sinds 2025 maakt ze deel uit van het zeskoppige vaste ensemble van Moeremans’ gezelschap.
En in die functie speelde ze dus onder andere in F*CK LOLITA, die alom geprezen monoloog in regie van Silke van Kamp. Voor wie de voorstelling miste: bij aanvang werd je door Kwestro’s personage gegijzeld in de theaterzaal, waarna ze je twee uur lang dwong te luisteren naar haar verhaal. Het verhaal van Dolores Haze dus, het twaalfjarige personage uit de roman van Vladimir Nabokov, dat in die roman door de verteller – die haar verkrachter is – ‘Lolita’ wordt gedoopt. In de gedaante van Dolores maakte Kwestro voelbaar hoe ingrijpend fictie, een voorstelling, het ‘je een voorstelling maken’ kan zijn voor de manier waarop we de werkelijkheid beleven.
Het was de gedroomde rol voor Kwestro, wier gretige, fysieke spel hier van brandstof werd voorzien door een vlijmscherpe, slimme tekst van Annet Bremen, die met het stuk afgelopen vrijdag terecht de Toneelschrijfprijs won. Afwisselend grappig, onbevangen, bitter, wijs, kwetsbaar, woest en sardonisch liet Kwestro de bezoeker, als een prooidier, alle hoeken van de theaterzaal zien – en van het problematische misverstand dat Lolita heet.
Ook bij Samantha Cherish Wielkens was het een bepaald soort schaamteloosheid, een acteren-met-de-remmen-los, wat het zo’n feest maakte om naar haar te kijken, afgelopen seizoen. Met haar rol in de sprankelende montagevoorstelling Black Joy (Theater Oostpool en Dawn Collective) won ze de Theo d’Or voor de indrukwekkendste acteerprestatie in een bijdragende rol.
‘Black Joy’ van Theater Oostpool en Dawn Collective. Groot vooraan Samantha Cherish Wielkens.
Wielkens volgde acteursopleidingen aan theaterschool De Trap en de Film Actors Academy Amsterdam en werkte als presentatrice voor BNNVARA. In het theater was ze eerder te zien in producties van LostProject, Theatergroep Suburbia en Frascati Producties.
In de voorstelling Black Joy kon je haar afgelopen jaar, in regie van Priscilla Vaudelle, los zien gaan in allerlei verschillende gedaantes. De slissende ‘snorder’ (een clandestiene taxichauffeur), de twerkende tante, de vader die tijdens Lingo vijfletterwoorden naar zijn tv schreeuwt alsof z’n leven ervan afhangt. Maar ook: de zelfkritische actrice, die zich afvraagt of ‘black joy’ wel iets is waar ze aanspraak op mag maken. Wielkens speelt, in de woorden van de jury, „als een kameleonknuffeldier-kanon”.
Veel van Wielkens’ personages hebben het ontbreken van gêne met elkaar gemeen, ze zijn, in goed Nederlands, ‘unapologetically’ zichzelf – maar nooit zit er spot in de manier waarop de actrice ze vormgeeft. Daarin zit hem de kracht van haar performance: haar personages zijn hilarisch, maar je lacht ze niet uit. Haar virtuoze spel, waarin humor en ongemakkelijke, pijnlijke vragen elkaar razendsnel afwisselen, maakt haar in deze rol, aldus de jury, tot een „intergenerationele spiegel voor veel vrouwen”.
Met Superdrum (een voorstelling van muziektheatergezelschap De Veenfabriek en kunstenaarscollectief Touki Delphine) onderzocht regisseur en schrijver Joeri Vos de grensvervaging tussen mens en machine. Best geinig dus dat actrice Jacobien Elffers, die in Engeland aan de Guildford School of Acting studeerde en in het afgelopen decennium uitgroeide tot Vos’ muze, haar prijs voor meest grensverleggende podiumprestatie officieel mag delen met de machine (de ‘superdrum’) die in de voorstelling het toneelbeeld vormt. „Mens en machine vervloeien in een intrigerend samenspel”, zo verklaart de jury deze keuze, „waarbij niet te zeggen valt wie of wat hier de bovenhand heeft”.
Jacobien Elffers in ‘Superdrum’, een voorstelling van De Veenfabriek en Touki Delphine.
De machine waar het hier om gaat is een computergestuurde installatie van honderd trommels, ontworpen door John van Oostrum, die de versmelting van analoog en digitaal, trommelvel en bits, tot een fysieke ervaring maakt. In dat landschap van trommels speelt Elffers een mens, de laatste mens op aarde misschien. Of nou ja, mens – ze is een hybride wezen; er is een AI-stem in haar hoofd ingeplugd, een ‘NeuroSpeech Co-Pilot’, die haar helpt zich uit te drukken.
De tekst van Vos is fascinerend en raakt, naast gedachten over het grijze gebied tussen mens en computer, aan universele thema’s als autonomie, eenzaamheid, waanzin en rouw. Hoe rijk die tekst ook is, tamelijk onspeelbaar is-ie ook, vol codetaal en intertekstuele verwijzingen. Maar dat is buiten Jacobien Elffers gerekend. Virtuoos schakelend tussen robot en mens, bits en keuzes, weet zij binnen deze weerbarstige denkoefening zowaar een hart aan het kloppen te brengen.
Op donderdag 17 en vrijdag 18 september is Superdrum nog te zien in De Goudse Schouwburg. Meer info: veenfabriek.nl
Cherish Menzo, die in 2023 al eens genomineerd werd voor de VSCD Mime/Performance Prijs met haar performance DARKMATTER, won die prijs dit jaar met haar productie FRANK. „Met FRANK maakte Cherish Menzo een meeslepende voorstelling geïnspireerd op onze blik op het monsterlijke, die je achterlaat in ontzag en ongemak”, aldus de jury.
De hiphop/muziektheatervoorstelling DONNIE (Poldertheater in samenwerking met de Nationale Opera) won de Gouden Krekel voor meest indrukwekkende jeugdproductie van het seizoen. In deze vrije bewerking van Mozarts Don Giovanni onderzocht regisseur Robbie Wallin de giftige sociale dynamiek in een middelbare-schoolklas. „De consequenties van daden worden in DONNIE niet weggepoetst”, schrijft de jury, „de pijn blijft, en toch eindigt de voorstelling op een hoopvolle noot – wat als we ervoor kiezen om op te staan tegen onrecht, in plaats van erin mee te gaan?”
De Gouden Krekel voor meest indrukwekkende podiumprestatie in een jeugdproductie werd dit jaar gewonnen door Sue-Ann Bel en Hali Neto, voor hun spel in Let’s go Barbie (Maas Theater en Dans). „Het ijzersterke aan hun spel”, aldus de jury, „is hoe ze cartooneske mime combineren met een onderliggende kwetsbaarheid die steeds meer wordt afgepeld, en hoe ze hun initiële animositeit langzaam ombuigen tot een gezamenlijke zoektocht.”
De Ontwerpersprijs ging dit jaar naar Samuel Baidoo en co. voor hun gezamenlijke ontwerp van de videogame/performance Plum Road Tea Dream_The Performance. De jury noemt het ontwerp „een eigentijds, niet-westers story-sharing ritueel dat uitnodigt tot een oer-menselijke zoektocht naar connectie en collectieve verbeelding”.
De VSCD Prosceniumprijs, die jaarlijks wordt uitgereikt aan een persoon of instantie die achter de schermen een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan de podiumkunsten, gaat naar Vereniging Motorisch Moment, de vakvereniging voor dramaturgen, die op 1 januari 2026 werd opgericht.
De eerste editie van de Muziektheaterprijs werd gewonnen door All the Lonely People, een coproductie van Silbersee en Martin Fondse Music, in regie van Mart van Berckel, over mensen die in eenzaamheid overlijden. „De uitvoering is indrukwekkend precies”, aldus het juryrapport. „[Jacqueline] Blom en de musici van Silbersee spelen met een waarachtigheid die nergens sentimenteel wordt en juist daarom diep raakt.”
Eerder deze week werden tijdens de Avond van de Regie al de Regieprijs en de Erik Vos Prijs uitgereikt, aan respectievelijk Jetse Batelaan en Nina Spijkers.