De walnoot In zijn boek De reis van de walnoot beschrijft Romke van de Kaa de vele gedaantes van de walnoot. Ze zijn lekker met wat zout, maar je kunt er ook likeur van maken. Nederlandse boeren, zag hij, zijn enthousiast over de commerciële mogelijkheden.
Dieren, augustus 2026Romke van de Kaa in zijn tuin met notenboom.Foto: Walter Herfst
Romke van de Kaa wijst naar een walnotenboom in zijn tuin op een landgoed bij het Gelderse Dieren. „Dit is de Broadview. Dat is een walnoot met een stamboom. Volgens de overlevering namen Joodse vluchtelingen uit Odessa de walnoten een eeuw geleden mee naar Canada, en kwamen de walnoten later weer onze kant op. Of dat romantische verhaal waar is, is de vraag. Maar deze walnotensoort wordt veel aangeplant in Nederland.”
Naast de Broadview staat een andere tientallen meters hoge en brede boom, eveneens rijk voorzien van kleine, groene bollen aan de takken. „Dat is de Buccaneer, een Nederlandse variant die in Limburg ontwikkeld is.”
De naam, Engels voor boekanier (piraat), is een woordgrapje van een kweker uit het plaatsje Neer. Dat kun je lezen in het bijzondere boek dat de nu 81-jarige schrijver en plantenkenner begin september uitbracht: De reis van de walnoot.
Een boek over de walnoot? Door zijn bleke imago verwacht je hem niet als held van het verhaal, maar Van de Kaa beschrijft aanstekelijk zijn vele gedaantes en eigenschappen. Om de teelt te bestuderen reisde hij onder meer af naar walnootlanden Kirgizië en Turkije. Ook vertelt hij hoe de walnoot in de loop der tijden over de wereld verspreid raakte. Daarnaast is er ruim aandacht voor de voorzichtig opkomende walnootteelt in Nederland.
Van de Kaa is een prettig eigenzinnige verteller, die je de walnoot in al zijn glorie laat bewonderen – zonder te zwelgen in plantenkundige details, dat hij „botanische mierenneukerij” noemt.
Zijn fascinatie voor walnoten ontstond pas nadat hij zijn eerste walnootbomen plantte, dertig jaar geleden. „Daarna wilde ik er meer over weten. De geschiedenissen van al die verschillende rassen bleek interessant, zoals de suggestie dat Alexander de Grote door zijn reizen verantwoordelijk was voor de verspreiding van walnoten. Dat wilde ik allemaal uitzoeken.”
Maar er is ook een simpelere reden: hij eet graag walnoten. „Walnoten zijn heerlijk. Ik vind alle noten lekker, zeker ook hazelnoten en pecannoten. Als ze maar knapperig zijn. Ik doe er graag zout op. Is niet gezond, wel lekker. Het lekkerste vind ik de natte noten. Zo heet het als walnoten net van de boom zijn gevallen. Dan trek je makkelijk het bitter smakende velletje eraf. Al zit er altijd wel een bittertje in de walnoot hoor, maar dat vind ik juist aantrekkelijk.”
Dieren, augustus 2026Romke van de Kaa in zijn tuin met notenboom.Juglans ailanthifolia var. cordifornis = hartnoot Japan.Foto: Walter Herfst
Dieren, augustus 2026Romke van de Kaa in zijn tuin met notenboom.Juglans Nigra = Zwarte walnootFoto: Walter Herfst
„Kirgizië heeft het grootste wilde, ongecultiveerde walnotenbos ter wereld. Dat wilde ik zien. Het ligt in een zuidwestelijk hoekje van het land, dat cultureel en etnisch Oezbeeks is, en dat bijna even groot is als de Veluwe: zestigduizend hectare.”
„Hoe de teelt verweven is met de gemeenschap en hoe belangrijk de opbrengst is. Hele gezinnen uit het dorp waar ik was, verhuisden tijdens de oogst zes weken naar het walnotenbos hoog in de bergen, waar ze sliepen in tentjes. De mannen klommen in de bomen om te schudden aan de takken en vrouwen en kinderen raapten de noten op.
„Omdat ik meehielp met oogsten werd ik vrij snel opgenomen in de gemeenschap. Er was één dorpsbewoner die Engels sprak, en met de rest communiceerde ik dankzij Google Translate.
„Ik verdiepte me ook in het verdienmodel. Bij een goede oogst verdienden ze een derde deel van hun jaarinkomen, dat rond de elfhonderd euro ligt.
„Hun walnoten bleken ook enorm gewild. Als ze naar beneden reden, naar de opslagplaatsen, werden ze vaak al opgevangen door Turkse handelaren, die een fuik maakten met pick-up trucks. De Turken wilden de walnoten kopen voordat ze op de markt kwamen.”
„Turken zijn dol op walnoten. Turkije is een veel grotere producent van walnoten dan Kirgizië, maar de Turken eten alles wat ze produceren zelf op en ze produceren er niet genoeg. Toen ik Turkije bezocht, vroeg ik waarom ze die kleine mormels uit Kirgizië wilden hebben. Want zelf verbouwen Turken mooie grote walnoten. Het antwoord was dat de Kirgizische walnoten biologisch zijn en ze beter smaken.
„Een jaar na mijn bezoek aan Kirgizië las ik dat China zo ongeveer de volledige Kirgizische oogst had opgekocht. China is de grootste walnotenproducent ter wereld, maar ook daar willen ze er meer dan ze zelf produceren.”
„Nee. De vraag die ik had was of Alexander de Grote de walnoot vanuit Kirgizië naar Griekenland had meegenomen, of dat de walnoot andersom is gereisd. Maar uit bodemonderzoek bleek het bos in Kirgizië van na Alexanders tijd. Dus die link was niet te leggen.
„Maar walnoten reisden eeuwenlang langs de zijderoute, de wegen tussen China en Europa, en het zou kunnen dat Alexander ergens onderweg walnoten kocht en mee naar huis nam.”
„Veel landen in Centraal-Azië eisen die eer op. Turkije, Iran. Overal waar je komt, zeggen ze: ‘Oh nee, de walnoot komt bij ons vandaan’.”
„Die walnootachtigen zijn heel anders dan de walnoten die we nu kennen. Ze lijken meer op vleugelnoten. Via de landbrug tussen Azië en Amerika die in het Tertiair ontstond zijn deze walnootachtigen overgestoken naar Azië. De walnoot zoals wij die kennen, de Juglans regia, heeft zich in Centraal-Azië ontwikkeld. De walnoot uit het Krijt is uitgestorven. De hoogtijdagen van de walnootfamilie speelden zich af in het midden van het Tertiair, zo’n dertig miljoen jaar geleden. Wij zitten in het staartje, want driekwart van de familie is uitgestorven. Wij hebben nog twintig soorten.
„De walnoot die wij eten heet ‘de gewone walnoot’. Maar je hebt ook de zwarte walnoot, de witte walnoot, enzovoort. Omdat onze gedomesticeerde walnoot over de hele wereld wordt geteeld, zijn er wel duizend verschillende rassen, of variëteiten.”
Dieren, augustus 2026Romke van de Kaa ; walnotenverzameling.Foto: Walter Herfst
„Walnoten zijn er erg populair. Zo populair dat president Erdogan roept, een tikje megalomaan, dat hij een miljoen walnotenbomen per jaar gaat planten. Soms worden er boompjes gratis uitgedeeld.
„Ik ging er ook heen omdat de Turken onderzoek doen naar wat de beste rassen zijn. Ik was in het plaatsje Kaman, dat zich de ‘hoofdstad van de walnoot’ noemt, en waar ze beweren de beste walnoten van Turkije te hebben. Die worden door hen gezaaid en niet geënt, terwijl enten de gebruikelijke kweekmethode is. Want waarom zou je walnoten zaaien? Dan krijg je meestal een inferieur product. Maar in Kaman zag ik dat het ze toch gelukt is een stabiele kwaliteit boom en noot te krijgen.
„Het leukste waren de mensen die zeiden: ‘Leuk en lekker hoor, die noten, maar ons gaat het om het hout. Wij willen grote, rechte stammen en daar veredelen we op.’ Terwijl het veertig jaar duurt voor het hout van een walnootboom verkoopbaar is. Dus dat werkt alleen als land lang genoeg in de familie blijft.”
„Het is een systeem dat zichzelf in stand houdt. Je kapt elk jaar een paar oude bomen en plant weer nieuwe. Voor de boeren die ik sprak, voor het grootste deel graanboeren, waren walnoten overigens vooral een bijverdienste.”
Dieren, augustus 2026Romke van de Kaa in zijn tuin met notenboom.Juglans ailanthifolia var. cordifornis = hartnoot Japan.Foto: Walter Herfst
„Van onrijpe walnoten maken ze van alles. In Kirgizië legden ze ze in suiker in en dan kreeg je vruchten die leken op gedroogde pruimen. Erg lekker. De Italianen maken er nocino van, een likeur, de Fransen vin de noix, en in Luxemburg stoken ze nëssdrëpp, walnootbrandewijn.
„Van rijpe walnoten bereiden Turken allerlei zoetigheid, zoals baklava. Je had er winkels vol walnootproducten. Je kunt er ook olie en pasta voor walnootboter van maken. En van de olie kun je weer olieverf maken, waar je heel fijntjes mee kunt schilderen. Het Lam Gods is ermee geschilderd. Jan van Eyck was een van de eerste gebruikers van walnootolieverf.
„De schil werd vroeger gebruikt als brandstof in bakkersovens, maar tegenwoordig worden schillen vermalen en wordt er een soort grit van gemaakt waarmee vliegtuigen en auto’s worden schoon gestraald. Dus het hele ding is nuttig.”
„De teelt staat nog in de kinderschoenen, maar er heerst veel optimisme over de mogelijkheden. Ik bezocht bijeenkomsten van de LTO, de belangenorganisatie voor boeren en tuinders, waar boeren kwamen om voorgelicht te worden over de overstap naar notenteelt. Iedereen sprak enthousiast over de eiwittransitie, waarbij noten in plaats van dieren de eiwitten leveren die we nodig hebben. Erg stimulerend.
„Het is wel zaak niet te hard van stapel te lopen. Ik sprak een boer die terecht stelde dat we eerst meer onderzoek moeten doen naar welke rassen geschikt zijn voor het Nederlandse klimaat, met die kwakkelende winters. En bij boeren die al begonnen waren met walnootbomen, zag ik dat in een natte winter driekwart van hun bomen verdronk, omdat ze niet over de drainage hadden nagedacht.
„Ik ben lid geworden van de Nederlandse Notenvereniging en daar is er discussie over de vraag hoe we de Nederlandse walnoot onderscheidend gaan maken. De meerderheid neigt ernaar om volledig biologisch te gaan telen. Naar biologische producten is veel vraag.”
„Een walnotenboom vraagt om vruchtbare, vochthoudende grond. Het vervelende is dat boeren met interesse voor een groot deel op onvruchtbare grond in Gelderland zitten. De beste kansen liggen in gebieden waar appel- en perenteelt gedijt: de Betuwe, Zuid-Beveland, het rivierengebied in Midden-Nederland, Flevoland. Hazelnoten en tamme kastanjes zijn minder veeleisend, dus die zou je op de slechtere gronden kunnen planten.
„Wat zou helpen is aandacht voor veredeling. Nederland is goed in het veredelen van fruitrassen en als je de noten daar bij rekent, dan denk ik: waarom zou je een perzik kunnen maken die geschikt is voor het Nederlands klimaat, en niet een walnoot of pecannoot?”
Dieren, augustus 2026Romke van de Kaa ; walnotenverzameling.Boeddha noten uit Japan.Foto: Walter Herfst
„Ja, en de vraag is er ook. Nu importeren we nog bijna honderd procent van onze noten. En daarbij: noten zijn de toekomst. Ze zijn belangrijk in de Schijf van Vijf en als we die richtlijn volgen, met dertig gram noten per dag, dan trekt de vraag verder aan. Daarom kijken boeren ook naar andere noten: naar pistache, amandelen, pecan. Sowieso is het volgen van de Schijf de oplossing voor een heleboel problemen, van onze gezondheid tot CO2.
„Wat nog ontbreekt, is de infrastructuur, zoals investeringen in machines die je nodig hebt om op grote schaal te oogsten. Er is maar één man die zulke machines verhuurt. En je moet en kan grootschalig denken. Volgens de Notenatlas van de WWF hebben we 150 duizend hectare notenteelt nodig voor een volledig plantaardig dieet, een tiende van wat er nu wordt gebruikt voor vlees en zuivel.”
„Vooral in Gelderland, zo’n zeshonderd boeren. Volgens CBS-cijfers uit 2024 is er in Nederland 160 hectare gespecialiseerde notenteelt, en 1.900 hectare notenteelt, als agroforestry [boslandbouw] wordt meegeteld. Bij agroforestry combineren boeren de notenteelt met het verbouwen van andere gewassen of het houden van dieren.”
„Het is geweldig. Voor een deel zijn het idealisten. Ik denk ook niet dat je er schatrijk mee wordt. Sommigen denken ook aan ijs maken of een kampeerterrein erbij. Alles om extra inkomsten te genereren. Zoals voedselbosboeren doen, die verdienen hun geld ook deels met cursussen geven en schoolklassen rondleiden.
„De kansen voor Nederlandse notenboeren zullen alleen maar toenemen. Cynisch genoeg door de klimaatverandering: warme zones schuiven noordwaarts op. In Zuid-Frankrijk, in de Provence, worden op het ogenblik wijngaarden gerooid en vervangen door pistachebomen. De opwarming van de aarde is een tragisch verhaal, maar als het dan toch gebeurt, kun je er maar beter gebruik van maken. Zoals met notenteelt.”
Romke van de Kaa: De reis van de walnoot. Uitgeverij Atlas Contact. 240 pag. 24,99 euro.