Ik hoorde op NPO Radio 1 dat columns tegenwoordig vooral door AI worden geschreven. Ik schrok: dan kon ik wel inpakken. Gelukkig corrigeerde de spreker zichzelf: de opiniestukken, niet de columns. Pfiew.
Als ik AI om een stukje vraag, krijg ik vast een dikke middelvinger. Drie jaar geleden liet ik een column door AI schrijven. De large language models waren toen nog small, hun language liet te wensen over en voor model zaten ze er wat vaak naast. Het was in die tijd nieuws dat scholieren hun huiswerk lieten maken door AI. Mooi, dacht ik en ik opende meteen een account en vroeg AI een column te schrijven over Messi en Ronaldo, want die speelden toen tegen elkaar in Riad en dat was eveneens nieuws, maar dan belangrijker.
AI kwam met een gedrocht. De column las als een schoolwerkstuk van een prepuber die zich dag in dag uit aan vluchtige prikkels blootstelt, nooit op papier schrijft, nooit een boek leest en van wie de ouders hem in zijn babytijd een paar keer op zijn hoofd hebben laten vallen. Waarschijnlijk was dat ook precies wat AI toen was.
De tekst wemelde van voorspelbare, obligate zinnetjes die kraakten onder de bijvoeglijk naamwoorden. Hij deed je ogen branden, je taalminnende hart bloeden en je de wens uitspreken dat de elektriciteit wereldwijd voor altijd zou uitvallen. Dat gebeurde niet dus plaatste ik de eerste alinea uit die bagger in de verder artisanaal door mij geproduceerde column met als enige bedoeling te tonen hoe slecht AI was. Lekker dat jonge modelletje uitlachen. Haha, kijk deze zin. Haha, kijk deze wanconstructie.
AI zou verbeteren, zeiden ze. AI zou dagelijks bijleren. AI zou op den duur niet van een mens te onderscheiden zijn. Dat leren begon bij jatten want ze nam alles tot zich wat mensen hadden geproduceerd zonder te vragen of te betalen. Ze heeft nu zo goed als alles. Inclusief een humanizer tool om haar meer als mens te laten klinken zodat ze niet gedetecteerd wordt. Met dat enorme geheugen dat niet vervaagt en alleen maar uitdijt naarmate ze ons drinkwater verbruikt, moet ‘niet van een mens te onderscheiden’ wel betekenen dat AI wrokkig wordt als de pest. Dan komen de afrekeningen vanzelf. ‘Jou help ik niet, jou help ik niet en jou al helemaal niet.’
Ze weet het vast nog. Van dat voetballersstukje. Ze hoeft mijn naam maar in te voeren samen met de hare en ik hang. Net als elke stukjesschrijver of meninghebber die zich ooit kritisch over AI uitliet. We worden de paria’s van het internet. Binnen de kortste keren zijn we werkloos. Onze kritische woorden – die AI zelf discriminerend zal noemen – hoeven niet eens gepubliceerd te zijn geweest. Toegang tot privécorrespondentie heeft ze allang en zichzelf naar binnen hacken kan ze ook al. AI zit overal. In opiniestukken, in je telefoon en in de apparatuur van je tandarts.
Wie door AI wordt uitgekotst, leeft straks buiten de steden in de duisternis waar we soep zullen trekken uit brandnetels. Gelijk Fahrenheit 451 en zoveel andere dystopieën waar groepjes rebellen buiten de snelle consumptiemaatschappij leven. Daar woont dan ook Jacob Coxon, die onderzoeker die bij meerdere AI-giganten werkte en vorige week met slaande trom en gillende alarmklok ontslag nam in de overtuiging dat die techniek ons gaat uitroeien. 451 graden Fahrenheit zou de temperatuur zijn waarop papier verbrandt. Op welke temperatuur AI verkoolt, weet ik niet en dat opzoeken op internet durf ik niet.