Home

‘We hebben een perfect leefgebied gecreëerd voor de mug – en nu dus ook voor het virus’

Arnold van Vliet | Muggen-onderzoeker Door de warme en droge zomer was de muggenoverlast laag, blijkt uit meldingen van Muggenradar. Dat betekent niet dat het gevaar op overdraagbare virussen als westnijl afneemt, zegt onderzoeker Arnold van Vliet.

Een mug maakt zich klaar om te steken

Fijn, een zomer zonder muggenoverlast. De meldingen van muggenoverlast op muggenradar.nl schieten normaliter eind juli omhoog, maar die piek bleef dit jaar uit. En dat was de rest van de zomer ook zo: de muggenoverlast lag zelfs zo’n 16 procent lager dan het gemiddelde van de jaren daarvoor, meldde de site zondag.

Oorzaak: een hete en droge zomer, legt betrokken onderzoeker Arnold van Vliet (Wageningen University & Research) uit. Muggenlarven gedijen in stilstaande poeltjes water zoals het putje onder de buitenkraan, de regenton en plantenbakken in en om het huis. De larve wordt een mug en dan volgt de prik. „Maar deze zomer had de mug het moeilijk. Het regende amper en het was warm. Het water in die bakjes verdampte voordat de nieuwe muggen konden uitvliegen.”

Desondanks zette de opmars van het door huissteekmuggen overdraagbare westnijlvirus door. Het virus is inmiddels bij achttien mensen vastgesteld, meldde het RIVM. Westnijl wordt traditioneel door trekvogels meegenomen uit Afrika. Muggen dragen het daarna over van de vogels op zoogdieren, zoals de mens. Ouderen en mensen met een verzwakt immuunsysteem kunnen ernstig ziek worden, en in sommige gevallen zelfs overlijden. Tot nu toe stierven drie personen dit jaar aan het virus.

Nederland heeft deze zomer geluk gehad, denkt Van Vliet. „Op plekken waar wel voldoende water was, profiteren zowel de mug als het virus van de warmte.” Als het warm is, ontwikkelen de larven zich sneller. Door de opwarming passen er inmiddels zes generaties muggen in het zomerseizoen – vijftig jaar geleden waren dat er nog vier. Hoe meer muggen voeden, hoe groter de kans op virusoverdracht is. „Als er voldoende broedplaatsen waren geweest, had de mug zich veel meer kunnen ontwikkelen”, zegt Van Vliet. „Mijn inschatting, en dit kan ik dus niet onderbouwen, is dat de circulatie van het virus dan op veel grotere schaal had kunnen plaatsvinden.”

Steekmuggen per post opsturen

De „onvermijdelijke komst” van het westnijlvirus was zelfs de reden om in 2016 muggenradar.nl op te richten om onderzoek te doen naar muggen via meldingen van burgers. In 2021 gaven deelnemers massaal gehoor aan een oproep om doodgeslagen steekmuggen per post op te sturen. „Muggen doden voor de wetenschap, dat was natuurlijk ultiem”, zegt Van Vliet. „We hebben ‘t geweten. De post kwam overal binnen in Wageningen, zelfs bij het gemeentehuis en de openbare bibliotheek.” Deze zomer publiceerden Van Vliet en collega’s het resultaat van het onderzoek dat ze uitvoerden op basis van de inzendingen. Op de website deelde Van Vliet een foto van een poststuk dat binnenkwam: „Succes ermee, ik hoef hem niet meer terug”, staat op de envelop.

Er komt nog meer op ons af, zegt Van Vliet. Hij spotte twee jaar geleden zelf de tijgermug in zijn achtertuin en meldde dat bij de NVWA. Die stelde een onderzoek in, zijn wijk bleek dat jaar de hotspot van Nederland te zijn. „Die bijt ook overdag, dus dat wordt echt niet fijn. Maar niemand herkent zo’n beest natuurlijk.” Het is een kwestie van tijd voor de tijgermug ook in Nederland veel voorkomt, denkt Van Vliet. De tijgermug kan weer andere virussen overdragen. In Frankrijk verspreidt de mug inmiddels de tropische ziekte Chikungunya. „We hielden zo’n snelle en wijde verspreiding van deze ziekte door Frankrijk eigenlijk heel lang voor onmogelijk.”

Aan de mug ligt het niet, zegt Van Vliet. „Dat is gewoon een opportunist. We hebben niet door dat we deze problemen zelf veroorzaken. Door het klimaat en ons leefgebied te veranderen, hebben we prachtige broedplaatsen voor de mug gecreëerd – en nu dus ook voor het virus.”

Vergroenen en meer regenwater vasthouden is óók noodzakelijk, zegt Van Vliet. „Maar laten we dat wel verstandig doen en geen gigantische broedplaatsen voor muggen creëren in onze directe leefomgeving. In één onafgedekte regenton zitten zo een- á tweeduizend larven per liter water.”

Klimaatverandering

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next