Klimaatwetenschap Terwijl het zeewater in hoog tempo opwarmt, blijkt financiering van oceaanwetenschap onzeker. Vertrekkend NIOZ-directeur Han Dolman: „Ik denk dat we van de oceaan eigenlijk nog veel meer ellende kunnen verwachten.”
Han Dolman in de haven van het NIOZ op Texel.
Als Han Dolman eind augustus een interview geeft in zijn kantoor, heeft hij zijn persoonlijke spullen al ingepakt. De afgelopen vijf jaar was hij directeur van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ), dat dit jaar honderdvijftig jaar bestaat. Nu gaat hij met pensioen.
Elders in het lage bakstenen gebouw op Texel zijn voorbereidingen gaande voor zijn afscheid. Bij de ingang staan grote flessen speciaalbier op een tafel, die speciaal voor het jubileum van het NIOZ zijn gebrouwen door brouwerij Texels. Het biertje kreeg de naam Skelpeteller, Texels dialect voor schelpenteller.
Zo noemen eilandbewoners de onderzoekers van het NIOZ, die hier al decennia de zeewatertemperatuur registreren, de lengte van haringen meten en schelpen tellen op het strand. Aanvankelijk was die informatie vooral van waarde voor de visserij, tegenwoordig zijn het onmisbare gegevens om de effecten van klimaatverandering in kaart te brengen.
De oceanen warmen in een zorgwekkend tempo op, de Noordzee bereikte afgelopen zomer de hoogste temperatuur ooit gemeten. Daarmee groeit ook het belang van het NIOZ, als één van de oudste oceanografische instituten ter wereld.
Toen de Amerikaanse president Donald Trump enkele maanden geleden plotseling de ontmanteling aankondigde van meetinstrumenten in de Atlantische Oceaan, werkte het NIOZ halsoverkop aan een tijdelijke oplossing. Het Amerikaanse congres blokkeerde de ontmanteling enkele weken later, maar de zoektocht naar een structurele Europese oplossing gaat ondertussen door.
„Ik heb gisteren nog met Brussel gebeld, met het kabinet van Eurocommissaris [voor Visserij en Oceanen] Costas Kadis”, zegt Dolman. „De helft van de boeien die daar liggen wordt op dit moment door het [Amerikaanse wetenschapsfonds] NSF gefinancierd. We verwachten dat ze daar maximaal 50 procent van kunnen blijven financieren. Dus die andere 50 procent moeten we Europees zien op te vangen. Daar ging het gesprek met de medewerkers van Kadis grotendeels over: hoe doen we dat?”
De Europese Commissie presenteerde afgelopen juni een plan om in 2035 verantwoordelijk te zijn voor 35 procent van alle oceaanobservatie ter wereld, nu is dat nog ongeveer een kwart. „Maar dat wordt dan een project van 50 miljoen uitgesmeerd over vier jaar”, zegt Dolman. „Er wordt op dit moment vanuit Europa 160 miljoen per jaar besteed aan oceaanobservaties en dat is al te weinig. Laat daar geen twijfel over bestaan. Dat zou minstens verdubbeld of verdrievoudigd moeten worden.”
„De oceaan neemt ruim 90 procent van alle hitte op die door het broeikasgaseffect wordt veroorzaakt. Dat is echt enorm. Als je kijkt naar Nederland, die hoge oppervlaktetemperaturen in de Noordzee, dat krijgen we in het najaar terug in de vorm van extreme buien. Daar kun je donder op zeggen.
„Ik denk dat we van de oceaan eigenlijk nog veel meer ellende kunnen verwachten. De oceaan heeft, naast hitte, een hele hoop CO₂ opgevangen. Maar het begint erop te lijken dat daar grenzen aan zitten. Die opgebouwde hitte heeft nu al ecologische gevolgen en uiteindelijk komt dat ook allemaal weer een keer eruit. Dat kan honderden jaren duren, duizenden jaren misschien wel, maar het gebeurt.”
„Nee, toen Trump aantrad waren er natuurlijk al de eerste tekenen, hoe hij als een malle tekeerging in de porseleinkast van de wetenschap. Dit zijn klimaatmonitoringssystemen en als ergens het woord klimaat staat, dan is dat net als met het woord diversiteit: dan schrappen ze dat gewoon. Ze zijn zo dom.”
„Nou, toen ik begon bij het NIOZ was ik ook nog voorzitter van het Global Climate Observing System (GCOS). Daar brachten we iedere vijf jaar rapportages uit en daarin zag je ook al dat oceaanonderzoek uit allemaal kortlopende projecten bestond waarvan de financiering heel erg onzeker was. We hebben te lang gedacht dat de Amerikanen toch wel die 50 procent zouden financieren. We hebben het ons laten aanleunen, een beetje als de NAVO, zou je kunnen zeggen.”
De kortlopende, onzekere financiering is juist voor de oceaanwetenschap een probleem, legt Dolman uit, omdat die afhankelijk is van stabiele metingen over lange periodes. Als Dolman later door de haven van het NIOZ loopt voor de foto’s bij dit interview, wijst hij op een klein schip dat daar aan de kade ligt. „Dat is ons kleinste schip. Dat gebruiken we om de fuik leeg te halen, voor onderzoek naar vissen. Op dit moment zitten er vooral krabbetjes in. De visstand is nogal naar beneden gegaan in de loop der jaren. Maar dat onderzoek loopt sinds de jaren zestig, dat is een hele lange reeks en daarin zien we bijvoorbeeld dat de haringen steeds kleiner worden door de stijgende temperaturen.”
Voor het onderzoek met de fuik moest het NIOZ de afgelopen zestig jaar telkens opnieuw geld voor vrijmaken. Pas dit jaar wordt het voor het eerst uit „structurele middelen” gefinancierd. Ook nam het NIOZ de afgelopen vijf jaar drie nieuwe onderzoeksschepen in gebruik. Het grootste schip, de RV Anna Weber-van Bosse, dat begin dit jaar werd gedoopt, behoort volgens het instituut zelf tot „de modernste onderzoeksschepen ter wereld”.
„Ik denk dat we er iets beter voor staan. We krijgen ongeveer de helft van onze financiering via allerlei competitieve mechanismes en daar zijn we redelijk succesvol in. Ook de contacten met de ministeries zijn de laatste jaren wel verstevigd. Daar heb ik ook wel zelf hard aan gewerkt eerlijk gezegd.”
„Ik had graag gezien dat we de financiering van de oceaanobservatie in de Atlantische Oceaan echt zwart op wit hadden. Maar ik snap ook dat dat gewoon niet altijd lukt. Sommige dingen gaan gewoon wat trager dan dat je wil.” Ook een aanvraag voor een groot onderzoek naar methaan werd afgewezen door NWO, zegt Dolman. „Dat is een van mijn grootste wetenschappelijke teleurstellingen.”
„Kijk, een ander ding dat gewoon moeizaam is: veranderingen binnen de academische cultuur. Er ligt toch nog altijd een heel hoge druk op mensen en je ziet dat die druk door senior wetenschappers, grotendeels onbewust op meer kwetsbare groepen wordt afgewenteld, zoals postdocs en promovendi. En in sommige gevallen gaat dat gewoon echt helemaal mis.”
„Dat gaat om werkdruk en onbegrip en micromanagement. Te weinig ruimte laten voor de promovendi die zich moeten ontwikkelen. Dat zijn cultuurdingen en het is heel moeilijk om daar iets aan te doen. Dus we hebben bij het NIOZ wel een code of conduct ingevoerd, die onderzoekers van tevoren tekenen. Dit zijn onze gedragsnormen, daar houden we je aan. Als mensen zich daar niet aan houden, spreken we hen daarop aan en nemen we waar nodig maatregelen. Dat is de afgelopen jaren in een paar gevallen ook gebeurd.” Dolman kan verder niet op individuele gevallen ingaan.
„Ja, ik had liever gezien dat we het proces van consultaties en dergelijke allemaal achter de rug hadden, op het moment dat het was uitonderhandeld. Ik snap dat dat volgens het Nederlandse systeem moet, maar andere landen waren gewoon veel sneller met ratificeren.”
„Op het moment niet, met deze regering. Maar ik denk dat de vorige regering daar ook gewoon geen prioriteit aan gaf. Bij de huidige regering is het makkelijker om bescherming van de oceanen op de agenda te zetten.”
„Ik heb een heleboel interviews gegeven, dus ik hoop dat dat wel zo is. Vorig jaar genereerde de oceaanconferentie in Nice ook heel veel aandacht. De kranten stonden er vol van. En je ziet wel, met de El Niño en de oppervlaktetemperaturen die de pan uit rijzen, dat steeds meer mensen zien wat het belang van de oceaan is.”
Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin