Home

Een hete en droge zomer vol records, maar het kabinet van premier Jetten (ooit klimaatminister) houdt zich stil. Vier verklaringen waarom

Klimaatcrisis Van voormalig ‘klimaatdrammer’ Rob Jetten viel deze zomer weinig te zien. Terwijl de hitte- en droogterecords zich voelbaar vestigden, hield het kabinet onder zijn leiding zich op de vlakte. Vooral uit politieke overwegingen.

Dronefoto van boten op het Twentekanaal. De sluizen bij het Gelderse dorp Eefde die toegang geven tot het Twentekanaal bleven een periode dicht voor scheepvaart wegens droogte.

Meer dan 600.000 hectare Europese natuur vloog dit jaar in brand. Met gemiddeld 19,3 graden in juni, juli en augustus was dit de heetste Nederlandse zomer ooit gemeten, met temperaturen tot bijna 40 graden. En op de recordhitte volgde historische droogte: de Rijn stond sinds 1947 niet zó laag.

Maar wie had verwacht dat door deze hete recordzomer de ‘klimaatdrammer’ in premier Rob Jetten weer zou ontvlammen, kwam bedrogen uit. De premier liet de afgelopen maanden weinig van zich horen over dit onderwerp, net als klimaatminister Stientje van Veldhoven (D66). Dat leidde tot kritiek van milieuorganisaties en de linkse oppositie. Zo stuurde de Partij voor de Dieren het kabinet afgelopen week een brandbrief met daarin de oproep zijn „eigen (oude) goede klimaatplannen” uit te voeren.

In de inleiding van de klimaatbegroting die dinsdag met Prinsjesdag openbaar wordt, schrijft Van Veldhoven namens het kabinet de gevolgen van klimaatverandering steeds zichtbaarder worden en dat „niets doen geen optie is”. Maar waarom zijn Jetten en het kabinet dan toch zo stil? Vier verklaringen waarom de regering deze zomer niet in de crisisstand is geschoten.

1. Afspraak is afspraak

Voorlopig koopt de coalitie tijd. Elk jaar rond Prinsjesdag rekent het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) door of Nederland opschiet met de klimaatplannen. Op maandag komt de nieuwste ‘klimaatdoorrekening’, en al een paar jaar op rij krijgen kabinetten van het PBL een onvoldoende. Als dat nu weer zo is, en Nederland niet op koers ligt om de klimaatdoelen van 2040 te halen (90 procent minder uitstoot dan in 1990), heeft de coalitie afgesproken om in het voorjaar van 2027 extra maatregelen te nemen. Dat lijkt nu al onontkoombaar.

Op de achtergrond speelt ook de baanbrekende uitspraak in de Bonaire-klimaatzaak van Greenpeace mee, die Nederland verplicht om de inwoners beter tegen klimaatverandering te beschermen. Het hoger beroep loopt nog, maar de staat is al wél verplicht om het vonnis uit te voeren. Ook daarvoor loopt de deadline komende lente af.

Minister-president Rob Jetten staat de pers te woord tijdens de wekelijkse persconferentie na afloop van de ministerraad.

De blik is dus op het voorjaar gericht. Na een zomer van interne onenigheid over de begroting komen die extra maanden kabinet en coalitie wel goed uit. Ook voor het klimaatbeleid geldt dat het nogal uitmaakt met welke partijen in de oppositie het kabinet-Jetten gaat samenwerken.

De twee voor de hand liggende samenwerkingspartners zijn elkaars tegenpolen als het gaat om verduurzamen. Volgens JA21, zo benadrukte Kamerlid Annabel Nanninga onlangs in een debat, kan „enorm” bezuinigd worden op „ineffectieve” klimaatmaatregelen zoals windmolens. Voor Pro, dat spreekt over een „klimaatcrisis”, schieten de kabinetsplannen ruimschoots tekort. Met wie het kabinet straks gaat samenwerken kan het verschil maken tussen méér of amper extra klimaatmaatregelen.

2. Pragmatisme boven idealisme

Premier Jetten lijkt zich ervan bewust hoe gepolariseerd het onderwerp klimaat is geworden. Op een persconferentie in augustus zei Jetten dat hij denkt dat „het ideologische debat in de Kamer” over klimaat en migratie „verder uit elkaar” ligt dan de discussies in het parlement over de begroting. Toen de premier deze zomer brandweerlieden bezocht bij de grote natuurbrand in Venray en een filmpje opnam, liet hij het woord ‘klimaatverandering’ niet vallen.

Als klimaatminister in het kabinet-Rutte IV (2022-2024) stond Jetten liever bekend als ‘klimaatdoener’ dan ‘drammer’. Die houding is ook zichtbaar bij dit eerste kabinet onder zijn leiding: klimaat wordt minder als een politiek-ideologisch dossier gezien, maar vooral als een uitvoeringskwestie. Netcongestie, energiekosten voor bedrijven en nieuwe windparken krijgen prioriteit. In een aantal opzichten zet het daarmee de lijn van het kabinet-Schoof voort, hoewel het kabinet-Jetten met 8 miljard euro aan garanties voor windparkenbouwers echt een stap extra zet.

In het coalitieakkoord was de toon ook ambitieuzer dan onder het vorige kabinet. De overheid moest „de regie in handen nemen” nu de „verduurzaming stokt”. Het kabinet wilde het klimaatdoel van 2030 „vasthouden”, ook al werd dat „lastig”. In de praktijk slokten de hoge energieprijzen als gevolg van de oorlog tussen de VS en Iran de afgelopen maanden vaak de aandacht op. De groenere ambities van het kabinet-Jetten zijn nu nog vooral te zien bij het in juni gepresenteerde stikstofpakket.

Tegen journalisten zei de premier deze zomer dat „alles” erop gericht is om „uit te voeren wat al is afgesproken”. Over de vraag of ambitieuzere, groene plannen nodig zijn, hield Jetten zich op de vlakte: „Ik sluit dat niet uit.”

3. Niet strenger dan Europa

De partijleiders van deze coalitie kennen elkaar uit de tijd van het kabinet-Rutte IV, toen de Nederlandse klimaatambities werden aangescherpt. D66-leider Jetten (toen klimaatminister), VVD-leider Dilan Yesilgöz (toen justitieminister) en CDA-leider Henri Bontenbal (toen klimaatwoordvoerder) vonden elkaar in het idee dat Nederland op het gebied van klimaat een Europese koploper kon worden.

Nu waait een andere wind in Europa en ook in Nederland. Het klimaatoptimisme van grofweg vijf jaar geleden heeft plaatsgemaakt voor wat partijen zelf graag „realisme” noemen. Zorgen over het internationale concurrentievermogen van bedrijven en de industrie overheersen, vaak ten koste van groene ambities. In de coalitie wordt nu gezegd dat ambitieus klimaatbeleid eerder uit Brussel dan uit Den Haag moet komen, zodat Nederland niet zichzelf niet uit de markt prijst.

Stientje van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei (D66).

Minister Van Veldhoven schreef eerder in een Kamerbrief dat de Nederlandse klimaatkoers vooral „zonder onnodige nationale koppen” moest worden uitgestippeld. Oftewel, geen strengere groene regels dan in de landen om ons heen.

Het kabinet-Jetten probeert wél een belangrijk, Europees klimaatplan overeind te houden. Na kritiek wil Eurocommissaris Wopke Hoekstra de rechten die de grote industrie betaalt om CO2 te mogen uitstoten, een soort indirecte belasting, versoepelen. Het is dus de vraag of ambitieuze klimaatplannen uit Brussel te verwachten zijn. De Europese Commissie heeft met een vergelijkbaar politiek krachtenveld te maken als de nationale regeringen. Dat is nu rechtser en minder groen dan een aantal jaar geleden.

4. Zonder geld wordt het moeilijk

Al sinds het kabinet-Rutte IV verschillen de drie coalitiepartijen van mening over hoe ambitieuze groene doelstellingen behaald moeten worden. D66 ziet vaak meer in regels, de VVD en CDA geven liever subsidies om groen gedrag te bevorderen. Strengere CO2-belastingen voor bedrijven, minder vliegen of meer elektrische auto’s: bij zulke verplichtingen gingen bij CDA en VVD eerder de hakken in het zand. Zo kwam de maatregel om autogebruik te belasten per kilometer (rekeningrijden), opgenomen in coalitieakkoord van Rutte IV, er nooit vanwege weerstand bij met name autopartij VVD.

Deze verschillen zijn niet verdwenen en dat is in het huidige stemgedrag van de coalitie terug te zien. Zo stemden D66 en CDA mee met een recente motie om te onderzoeken hoe de verplichting om energie te besparen voor bedrijven kan worden aangescherpt, de VVD was tegen. Bij een oproep aan het kabinet om in Brussel te pleiten voor circulaire eisen voor windmolenbouwers, stemde D66 voor, CDA en VVD tegen. En toen de Kamer per motie aan het kabinet vroeg om een concreet plan te presenteren voor het verminderen van fossiele energie, was de VVD tegen en stemden CDA en D66 voor.

Dit soort politieke verschillen zijn normaliter te lijmen met geld. Subsidies voor bijvoorbeeld elektrisch rijden of het verduurzamen van je huis zijn minder controversieel dan verplichtingen. Alleen het benodigde geld voor dat soort plannen, dáár ontbreekt het vooralsnog in deze coalitie aan. Zonder extra geld van haar collega Eelco Heinen (Financiën, VVD) is de beweegruimte voor klimaatminister Van Veldhoven uiterst beperkt. Ook straks in het voorjaar.

Klimaatverandering

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next