In de rubriek De broeikas schrijft klimaatverslaggever Jeroen Kraan elke zondag over wat hem opvalt. Deze week: voelen we echt meer klimaaturgentie als we zelf last hebben van klimaatverandering? Dat is minder zeker dan je zou denken.
De hete zomer confronteert heel Europa met de gevolgen van klimaatverandering, schreef ik twee maanden geleden op deze plek. Nu de opwarming van de aarde duidelijker voelbaar wordt, is het ook steeds lastiger om het probleem te negeren.
Maar gaan we het klimaatprobleem ook echt serieuzer aanpakken als we er zelf mee in aanraking komen? Als je als boer je oogsten ziet verschrompelen op het veld, of als je dorp ineens onder water staat door extreem hevige regen?
Deze week schreef ik over het parlementaire onderzoek dat dertig jaar geleden werd gedaan naar klimaatverandering. De conclusie luidde toen al: dit kan een groot probleem worden, grijp zo snel mogelijk in. We weten dat het vervolgens nog wel even heeft geduurd.
Eimert van Middelkoop, toenmalig GPV-Kamerlid en voorzitter van de onderzoekscommissie, vertelde me dat klimaatverandering in de jaren negentig nog abstract voelde. Het probleem kwam duidelijk naar voren uit de wetenschappelijke modellen, maar was niet duidelijk merkbaar. "Het is lang een wetenschapszaak gebleven", zegt hij.
Dat er nu meer aandacht is voor klimaatverandering, heeft ongetwijfeld te maken met de gevolgen die we steeds duidelijker merken. Diederik Samsom, die als rechterhand van Frans Timmermans het EU-klimaatbeleid een flinke impuls gaf, denkt dat we het daardoor ook als een belangrijker vraagstuk zullen zien. "De volgende golf van klimaaturgentie zal door klimaatverandering zelf worden veroorzaakt", schreef hij vorig jaar in de Volkskrant.
Het klinkt logisch. Zeker waar we economische gevolgen voelen, zal er worden gezocht naar oplossingen. Bedrijven die door de droogte niet konden worden bevoorraad over het water, zullen vast zoeken naar andere opties. Overigens is dan natuurlijk nog maar de vraag of het alternatief ook duurzamer is.
Hoe zit dat bij burgers? Er zijn aardig wat studies verricht naar mensen die zelf klimaatrampen hebben meegemaakt. Het is niet duidelijk dat zij vervolgens ook positiever worden over klimaatbeleid, concludeerden wetenschappers vorig jaar na onderzoek in 68 landen.
Een kleinschaliger onderzoek in Australië kwam in 2014 al tot eenzelfde conclusie. Een derde onderzoek uit 2021 vond wel een (klein) effect voor orkanen, maar niet voor natuurbranden of overstromingen.
Goed om daarbij op te merken is dat verreweg de meeste mensen klimaatverandering ook zonder rampen al zien als probleem, en willen dat overheden er iets aan doen. Maar tegelijkertijd blijkt uit opinieonderzoek dat het klimaatprobleem niet altijd even urgent gevoeld wordt. Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2021 was het een belangrijk onderwerp, maar in 2025 hadden kiezers vooral aandacht voor andere onderwerpen.
Zelfs als het voelen van de gevolgen wél bijdraagt aan het willen oplossen van de klimaatcrisis, dan is er nog een bijkomend probleem: de ergste effecten van klimaatverandering zullen vaak voorkomen op plekken die het minst aan het probleem kunnen doen.
De Nepalezen die werden gedood door een ingestorte gletsjer, veroorzaakten tien keer minder CO2-uitstoot dan de gemiddelde Nederlander. Elektriciteit komt in Nepal vrijwel volledig uit groene energie, namelijk uit waterkracht. Diezelfde waterkrachtcentrales zijn overigens deels weggespoeld bij de overstromingen, waardoor nu weer meer fossiele brandstoffen nodig zijn.
Het oplossen van het klimaatprobleem vergt een blik ver in de toekomst en ver over onze grenzen. Bepaald niet waar politici - of mensen in het algemeen - erg goed in zijn.
Regeren is vooruitzien, luidt het oude cliché. De vraag is hoe we dat ook in de praktijk brengen. Dan hoeven we de klimaatrampen sowieso niet af te wachten.