Hoe leer je de generatie die op 11 september 2001 nog niet was geboren over de aanslagen en nasleep daarvan? Sommige docenten worstelen ermee. Leerlingen hebben 9/11-kennis nodig om elkaar te begrijpen, maar hun onderbuik, TikTok-filmpjes en "naïef redeneren" kunnen in de weg zitten.
"De nieuwe generatie kijkt vaak anders naar 9/11 dan wie de aanslagen destijds bewust heeft meegemaakt", vertelt Maxine Herinx aan NU.nl. Zij is projectmanager bij TerInfo, een door terrorisme-expert Beatrice de Graaf opgezet programma van de Universiteit Utrecht dat scholen helpt bij het lesgeven over politiek geweld, terrorisme en complottheorieën.
"Ze zijn kritischer op de VS, diens buitenlandbeleid en politiek. Ook door wat er in Gaza en Iran gebeurt. Bovendien groeien ze op in een tijd van beeldmanipulatie, waardoor ze eerder denken: klopt dat wel?" Exacte cijfers zijn daar niet van. Maar TerInfo 'waarschuwt' leraren in het lesmateriaal wel dat hun eigen standpunt niet per se dat van hun leerlingen hoeft te zijn.
Dat betekent heus niet dat Nederlandse scholieren bijvoorbeeld massaal in 9/11-complottheorieën geloven, al zijn die er wel. Maar er zijn ook leerlingen die kritische vragen stellen over 'sportvliegtuigjes' en specifieke details als smeltend staal, waar niet elke docent meteen een antwoord op heeft.
Er zijn scholieren voor wie 9/11 niet draait om 2.977 doden in de VS, maar om de 940.000 (veelal moslim)doden daarbuiten. En leerlingen die - al dan niet om te provoceren - begrip tonen voor Osama Bin Laden.
TerInfo raadt leraren aan niet te beginnen met een té open gesprek. "Dan kan het meteen alle kanten uitschieten", legt Herinx uit. "Begin met een gezamenlijk feitenkader: wat gebeurde er die dag? Laat leerlingen dat bijvoorbeeld opzoeken of leg het uit."
"Daarna kun je er een laag aan toevoegen: wat vinden ze daarvan? Was de reactie van de VS terecht? Is het terecht dat we zo veel privacy zijn gaan inleveren voor onze veiligheid? Natuurlijk mogen ze kritisch zijn, ook op de war on terror. Maar als leerlingen geweld en terrorisme gaan verheerlijken, moet je wel een grens stellen."
Ook mediawijsheid speelt een rol, vervolgt ze. "We zeggen tegen leerlingen: kritisch zijn is een mooie eigenschap, maar overschat jezelf niet. Je bent geen expert en een influencer is dat ook niet. Iemand die ervoor gestudeerd heeft, heeft logischerwijs veel meer kennis dan jij." Juist die expertise resulteert waarschijnlijk in een 'moeilijk' verhaal. "Terwijl een complottheorie een veel makkelijkere verklaring is."
"Scholieren praten graag over de wereld om hen heen, maar wel vaak vanuit hun onderbuik", ziet bestuurslid Thomas Klijnstra van de Nederlandse Vereniging van Leraren Maatschappijleer. Hij werkte jarenlang zelf in het voortgezet onderwijs en is nu docent en onderzoeker op de lerarenopleiding. "Ze redeneren nog vaak 'monocausaal', alsof gebeurtenissen maar één oorzaak hebben."
"Emoties spelen een belangrijke rol in de argumentatie en leerlingen baseren zich veelal op anekdotisch bewijs in plaats van wetenschappelijk bewijs", vervolgt hij. "En leerlingen gebruiken op internet heel andere bronnen dan jij, terwijl ze niet per se goed zijn in het beoordelen en kritisch gebruiken van die bronnen."
Het kost een docent weken tijd om dat "naïef redeneren" af te leren, zegt Klijnstra. Tijd die er niet altijd is, gezien die paar uurtjes maatschappijleer per week. Maar onvoorbereid vandaag 'even' tien minuutjes 9/11 bespreken in de klas werkt ook niet, denkt hij.
Wat wél kan werken: met bijvoorbeeld post-its of een digitale tool individueel in kaart brengen hoe leerlingen denken over 9/11, en ze dat standpunt vervolgens laten parkeren. "Je moet leerlingen meer als een sociale wetenschapper laten denken: hoe kijken sociologen, historici en antropologen naar 9/11? Welke gevolgen hadden de aanslagen en welke oorzaken lagen eraan ten grondslag? Welke bewijzen en perspectieven zijn er? Ze moeten leren dat gebeurtenissen vrijwel nooit maar één oorzaak hebben."
Die verschillende perspectieven zijn voor een leerling in een witte villawijk in Naarden net zo belangrijk als in een multiculturele wijk in Rotterdam, vindt Daan Krahmer, docent geschiedenis en maatschappijleer en schrijver. "Ze moeten 9/11 begrijpen om elkaar te begrijpen. Maar als je alleen 9/11 herdenkt, herdenk je niet het hele verhaal."
"Als je opa en oma uit Syrië, Jemen of Pakistan komen, kijk je echt anders naar de aanslagen. Musea, popartiesten en de literatuur zijn al best ver met al die verschillende perspectieven, maar het onderwijs blijft daar nog in achter."
Als leerlingen Bin Laden tot held uitroepen op basis van één TikTok-video, verdient dat meer dan alleen het weerwoord dat hij "een schurk en terrorist was", zegt Krahmer. "Dat was hij, maar je wil niet in een welles-nietesdiscussie belanden. Je wil juist bespreken: waarom deed hij dit? In welke tijd en welk regime groeide hij op? Kan dit weer gebeuren?"
Ondanks de soms extreme uitspraken mogen volwassenen best wat meer medeleven met pubers hebben, stelt hij. "Ze leren zulke inhoud voor het eerst. Sommige redeneringen zijn best lastig te begrijpen. Dan is het zielig als ze misleid worden met heel makkelijke claims."
En door "terug te spiegelen", door ze te wijzen op de bijna drieduizend Amerikaanse doden en al hun nabestaanden, komt een leerling algauw tot andere inzichten. Krahmer: "99,5 procent van de jongeren is vriendelijk, ondanks dat sommigen wat puberaal of baldadig gedrag kunnen laten zien. Maar je kunt uiteindelijk een prima gesprek met ze voeren. Misschien nog wel beter dan met volwassenen, omdat ze eerlijk zijn. En nog niet zo beïnvloed worden door geld, status, huizen en partners."
Source: Nu.nl algemeen