Home

Hulp vragen is niet vanzelfsprekend bij vermoeden van jeugdcriminaliteit

Een kind dat plots veel geld heeft, met meerdere telefoons rondloopt of nieuwe vrienden heeft, kan in de jeugdcriminaliteit zijn beland. Bezorgde ouders kunnen zich sinds dinsdag anoniem melden bij Hulpplatform Keerpunt.

Op de eerste dag blijkt al dat ouders behoefte hebben aan de telefonische hulplijn. "We zijn dinsdag al dertien keer gebeld door een bezorgde ouder. Dat is aanzienlijk voor een eerste dag", zegt woordvoerder Sjoerd van Bemmel tegen NU.nl.

Er zijn steeds meer zorgen over jeugdcriminaliteit. Uit landelijke cijfers blijkt dat criminele jongeren niet steeds jonger worden. Wel is er tussen 2017 en 2023 een stijging te zien bij sommige vormen van ernstig geweld. Die stijging neemt sterker toe onder minderjarigen dan onder jongvolwassenen.

Pedagoog Ingeborg Dijkstra-Verbeek stelt dat ouders vaak eerst zullen ontkennen dat hun kind mogelijk iets crimineels doet. "Je bent met niemand zo verbonden als met je kind", zegt ze. Ouders kunnen daarom eerst denken: alle pubers doen dit. Of: ik heb vroeger ook geëxperimenteerd. Volgens Dijkstra-Verbeek kan dat een manier zijn om angst en schaamte even buiten de deur te houden. Pas later komt de vraag of hulp misschien toch nodig is.

Ook vragen ouders zich af of de situatie wel ernstig genoeg is. Moet er al iets zijn gebeurd voordat je om hulp mag vragen? Of is een slecht gevoel voldoende? Hulpplatform Keerpunt wil juist benadrukken dat ook twijfel een reden is om contact op te nemen.

Een kind kan zich ineens anders gedragen, maar dat hoeft niet meteen op criminaliteit te duiden. Tamar Shiboleth, associate lector Opvoeden en Opgroeien aan Hogeschool Saxion, wijst erop dat jongeren tussen ongeveer twaalf en twintig jaar veel veranderingen doormaken. Ze zoeken meer vrijheid, verleggen grenzen en richten zich meer op vrienden.

"Signalen zijn niet altijd zo duidelijk als een kind met drie telefoons. Subtiele signalen zoals ander gedrag kunnen ook komen door mentale problemen of gezinsproblematiek", zegt Shiboleth. Daardoor kan het voor ouders moeilijk zijn te herkennen of hun kind zich bezighoudt met criminele activiteiten of dat er wat anders speelt.

Daar komt bij dat een deel van het leven van jongeren zich online afspeelt. Ze kunnen daar ook in aanraking komen met criminaliteit. Voor ouders is het moeilijk om zicht te hebben op wat hun kind online doet.

Zodra een ouder toch merkt dat er iets mis is, volgt een nieuwe drempel: wat gebeurt er als ik hulp zoek? Ouders kunnen bang zijn dat de politie wordt ingeschakeld, dat jeugdzorg betrokken raakt of dat er een dossier wordt aangelegd. Ook kunnen ze vrezen dat hun kind door hulpverlening juist verder in de problemen komt. Daarnaast weten ouders niet altijd of hun verhaal daadwerkelijk anoniem blijft. Die onzekerheid kan ertoe leiden dat ze hun zorgen voor zich houden.

Ook taalvaardigheid en culturele opvattingen spelen een rol, zegt Dijkstra-Verbeek. "Bij bepaalde culturen vraag je alleen in je eigen kring om hulp bij opvoeding. En als je een taalbarrière hebt, begrijpt iemand je dan?"

Naast angst spelen schaamte en schuldgevoel een grote rol. Volgens Mike Loef, expert bij het Nederlands Jeugdinstituut, zijn we snel geneigd te wijzen naar de ouders als een kind in de jeugdcriminaliteit belandt. "Opvoeding is een belangrijke factor, maar niet de enige", zegt hij. Toch kunnen ouders het gevoel hebben dat ze hebben gefaald.

Jeugdcriminaliteit heeft volgens Loef veel verschillende oorzaken. Naast opvoeding spelen bijvoorbeeld criminaliteit in de buurt waarin het kind opgroeit, armoede en gebrek aan toekomstperspectief een rol. Daarnaast kunnen jongeren onder druk worden gezet of worden bedreigd om in het criminele circuit te blijven. "Er zijn dus veel factoren, waarvan een deel ook buiten de invloed van de ouders liggen. Het is dan ook niet realistisch om alleen de opvoeding de schuld te geven."

Die maatschappelijke druk op ouders kan de stap naar hulp juist moeilijker maken. "Ouders kunnen het gevoel hebben dat ze erop worden aangekeken. Dat ze niet goed hebben opgevoed", zegt Loef.

Carolien Gravesteijn, lector Ouderschap en Jeugd in Ontwikkeling aan de Hogeschool Leiden, sluit zich daarbij aan. "Als het niet goed gaat met je kind, denken mensen dat dat door de opvoeding komt. Dus ouders houden hun mond, omdat ze anders het gevoel hebben geen goede ouder te zijn." Daardoor kunnen ouders alleen komen te staan met hun zorgen.

Gravesteijn vindt dat de hulplijn daarom een goede aanvulling kan zijn. "In de ideale wereld heeft iedere ouder iemand naast zich om zorgen te delen en te ondersteunen waar nodig. Maar zolang dat nog niet helemaal lukt, bijvoorbeeld door gevoelens van schuld en schaamte, kan dit een mooie manier zijn om steun te vinden."

Wel vindt ze het belangrijk dat ouders ook bij de hulplijn niet worden veroordeeld. "De professional aan de telefoon moet vooral de ouder ondersteunen, niet een belerende vinger hebben."

Dat is ook de aanpak die Keerpunt zegt te hanteren. De professionals luisteren eerst en stellen vragen. Daarna kijken ze samen met de ouder wat er speelt en welke stap veilig is. Soms is één gesprek genoeg.

In andere gevallen kan Keerpunt helpen bij vragen over wat er gebeurt als ouders naar de politie stappen, hoe ze aan een advocaat komen of hoe ze het gesprek met het kind aangaan.

Ouders kunnen Keerpunt anoniem bellen via 088 - 208 00 90, van maandag tot en met vrijdag tussen 10.00 en 15.30 uur.

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next