Home

Arts handelde zorgvuldig bij levensbeëindiging van 1-jarig kind

De Nederlandse arts die vorig jaar het leven van een kind beëindigde, heeft daarbij zorgvuldig gehandeld, concludeert de commissie die zulke zaken beoordeelt. Het ging om een kind van bijna twee jaar met ernstige gezondheidsaandoeningen.

Nederland heeft sinds 2024 een regeling om het leven te beëindigen van kinderen tussen de één en twaalf jaar, die ondraaglijk en uitzichtloos lijden. In juni schreef minister Sophie Hermans (Volksgezondheid) in een brief aan de Tweede Kamer dat de eerste melding van een sterfgeval via die regeling eind 2025 binnenkwam.

Het wordt "actieve levensbeëindiging" genoemd, omdat een kind onder de twaalf niet zelf mag beslissen over het al dan niet beëindigen van het eigen leven. De ouders doen dit samen met de arts. Het heet officieel geen euthanasie en valt niet onder de euthanasiewet. Bij euthanasie moet de patiënt namelijk zelf het verzoek indienen.

In het rapport concludeert de commissie dat de arts correct heeft gehandeld. Het rapport geeft ook meer informatie over het overleden kind. Het werd na 26 weken zwangerschap geboren, waarna er meerdere "zeer ernstige complicaties optraden", schrijft de beoordelingscommissie. Zo had het kind een hersenbeschadiging en een vorm van epilepsie.

Het kind kreeg medicijnen voor de epileptische aanvallen, maar kreeg daardoor ook last van heftige bijwerkingen. Het sliep nauwelijks, had hoestaanvallen en kon niet goed slikken. "De kans op overlijden op zeer jonge leeftijd door complicaties werd zeer groot geacht."

De arts sprak met de ouders over verschillende behandelmogelijkheden, maar in de loop der tijd werd de toestand van het kind steeds slechter. De ouders vroegen de arts om het leven van hun kind te beëindigen en bleven daarbij na veelvuldige gesprekken.

Een van de criteria bij de nieuwe regeling is dat onafhankelijke artsen om een oordeel wordt gevraagd over het beëindigen van het leven van een kind bij ondraaglijk en uitzichtloos lijden. Bij een eerste second opinion concludeerden artsen van niet, omdat de epileptische aanvallen niet continu waren en andere medicijnen misschien beter konden helpen.

Maar de behandelend arts vond dat het kind nog steeds uitzichtloos en ondraaglijk leed, ook zonder epilepsie. Bij een tweede second opinion was een andere medicus het eens met de levensbeëindiging. Het lijden kwam niet door de epilepsie, maar door de hersenbeschadiging waar het kind niet van kon herstellen.

De commissie concludeert dat er geen redelijke andere oplossing was om het lijden van het kind weg te nemen. "Alle facetten van het 'mens zijn' op het gebied van motoriek, gedrag en persoonlijkheid waren in ernstige mate aangetast en dit zou niet verbeteren."

Na de beoordelingscommissie moet het Openbaar Ministerie bepalen of er volgens de wet is gehandeld, of dat de arts moet worden vervolgd. Dat oordeel komt later deze maand.

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next