Serie | Kleine musea Nederland telt veel kleine, onbekende musea. NRC portretteert er deze zomer zes. Deel 4: het Flessenscheepjesmuseum in Enkhuizen. Hier huist de grootste collectie flessenscheepjes ter wereld. Bij elk stuk hoort een bijzonder verhaal, leert de bezoeker.
Het Flessenscheepjesmuseum in Enkhuizen.
Het zit hem in de details. Bij het ene stuk is de fles zelf bijzonder: van kraakhelder laboratoriumglas, waardoor het scheepje erin prachtig uitkomt, of geen fles maar een originele gaslamp die bij de aanleg van de Afsluitdijk is gebruikt.
Bij een ander is het gebruikte materiaal voor het bootje op z’n zachtst gezegd bijzonder: één schip is volledig gemaakt van barnsteen – zelfs de zeiltjes, die te groot lijken om door de hals van de fles te hebben kunnen passen – wat bijdraagt aan het mysterie van het flessenschip: hoe komt dat in een fles?
Flessenscheepjesmuseum, Zuiderspui 1 (het Spuihuisje), Enkhuizen. Open: Vr-ma 12-17 uur. Info: flessenscheepjesmuseum.nl
Verzameling: flessenschepen, flessen met allerlei andere voorstellingen, schepen in lampen, circa 1.200 exemplaren waarvan ongeveer de helft tentoongesteld, plus andere maritieme parafernalia
Favoriet object: iedere medewerker heeft wel een eigen favoriet. Voor een meerderheid is dat een flessenscheepje dat volledig van barnsteen is gemaakt. De favoriet van Marianne van Haandel is een VOC-schip in een op zijn hals staande bolle fles, gemaakt door een Amerikaanse flessenscheepjesbouwer: „De detaillering is zó verfijnd. Sommige collega’s dachten dat hij gewoon een modelscheepje had gebruikt, maar het is allemaal met de hand gemaakt.”
Vloeroppervlakte: circa 80 vierkante meter
Aantal bezoekers per jaar: circa 5.000
Aantal medewerkers: 17, allen vrijwilligers
In weer een andere fles is het de geschiedenis van het schip die fascinerend is: een lichtschip dat in Haarlem werd gebouwd om de monding van de Surinamerivier te markeren heette de Suriname-Rivier. Maar: een lichtschip heeft geen motor, dus hoe moest het naar Suriname? Het lichtbaken van de Suriname-Rivier ging het ruim in, de boot kreeg een mast met zeilen en kon zo naar de overkant van de Atlantische Oceaan. De piepkleine replica van het voltooide schip, inclusief het baken, dobbert nu als een rood object mét werkende verlichting in zijn fles. „Het echte schip ligt weg te roesten sinds het geen functie meer heeft”, zegt Marianne van Haandel.
Van Haandel is een van de zeventien vrijwilligers die samen het Flessenscheepjesmuseum in Enkhuizen runnen. Het rijksmonumentale pandje waarin het museum is gevestigd, is al heel bijzonder, vertelt ze: het zogeheten ‘Spuihuisje’ is in de 16de eeuw gebouwd over de schuif die vanaf de 14de eeuw de eerste binnenhaven van Enkhuizen bij hoog water beschermde. Later werd ten zuiden van de spui een grotere sluis aangelegd, waarna de schuif zijn functie als zeewering verloor. Tegenwoordig varen bewoners van het historische centrum van de stad met hun bootjes onder het Spuihuis door, „en in de zomer ook regelmatig suppers. Wil je het zien? Je kijkt onder het gebouw recht op het water.”
Het ‘Spuihuisje’ is in de 16de eeuw gebouwd over de loodzware zwartgeschilderde houten schuif die vanaf de veertiende eeuw de eerste binnenhaven van Enkhuizen bij hoog water beschermde.
Ze opent een deur: erachter de loodzware zwartgeschilderde houten constructie, de sluisdeur of ‘schuif’, die een aantal meters boven het water hangt dat de haven met de Zuiderhavendijk verbindt. „We vermoeden dat die schuif eerst met paarden omhoog werd getrokken, maar dat weten we niet zeker. Toen het huis er later overheen werd gebouwd, kon dat niet meer, en toen moest dat worden gedaan door mannen. Zwaar werk natuurlijk. Uiteindelijk kwam er begin 1800 op de bovenverdieping een gietijzeren takelmechanisme. Dat is er nog steeds, zul je straks zien.”
Het oudste exemplaar van de collectie.
Een lichtschip dat in Haarlem werd gebouwd om de monding van de Surinamerivier te markeren heette de Suriname-Rivier.
Maar eerst de tentoonstellingsruimte op de begane grond. „Het is waarschijnlijk begonnen bij monniken”, vertelt Van Haandel. „Vanaf ongeveer 1850, toen de eerste flessen van helder glas in de fabriek werden gemaakt – daarvoor waren flessen altijd groen.” In een hoek van de ruimte staat een verzameling ‘geduld- of votiefflessen’: in fles gevatte christelijke verbeeldingen, variërend van de kerststal tot de kruisiging. „Voor zeelieden werd het daarna een hobby: als er geen wind was, kon een zeilschip soms weken stilliggen, en tegen de verveling gingen de zeelieden scheepjes in flessen stoppen. Lege flessen hadden ze wel.”
Ze loopt naar een vitrine en wijst het oudste exemplaar van de collectie aan: „Deze is gemaakt door een veertienjarige scheepsjongen. Zonder zeilen – dat was toen heel gewoon, want zeelieden hadden in die tijd meestal niet meer dan de kleding die ze droegen.” De verfijnd uitgevoerde driemaster ligt afgemeerd bij een dorpje. ‘Op de rede van Formerum 1879’ staat eronder op het sokkeltje. „Die jongen mocht van zijn vader niet van de boot af, want er werd veel geronseld in die tijd. Dus ging hij flessenscheepjes maken. Dat weten we allemaal omdat de fles hier is gebracht door een familielid.” Veel van de collectie – de grootste ter wereld – is geschonken door verzamelaars en bouwers.
Van Haandel weet bij iedere fles in elke vitrine de details te noemen die het een bijzondere ervaring maken om het object te bekijken. Zo leert een bezoeker niet alleen over de kunst van het flessenscheepjesbouwen, maar en passant ook over scheepvaartgeschiedenis. „De vrijwilligers hier weten veel verhalen achter de flessenscheepjes”, zegt ze. Maar zelfs zonder verhalen is het museum een evenement op zich: niet alleen zijn de vitrines vol, overal waar je kijkt zijn aan en tussen balken planken aangebracht waar weer een schip opduikt dat met veel oog voor detail, geduld en liefde in zijn eeuwige bescherming van glas is geplaatst.
Planken vol met flessenscheepjes.
Of meerdere schepen: sommige grote flessen herbergen een complete vloot. Of een beroemd schip: de Rainbow Warrior van Greenpeace, het zendschip van Radio Veronica en uiteraard vinden we hier de Titanic. Of een flessenscheepjesbouwer in een fles: dat exemplaar toont een bouwer aan het werk aan een tafel, om hem heen miniflesjes met daarin weer een mini-minischeepje: een adembenemend droste-effect. Tijdens de zomervakantie zijn er regelmatig echte bouwers aanwezig, die kunnen laten zien hoe zo’n schip nou precies in zo’n fles terechtkomt.
Flessenscheepjesbouwer
De gefascineerde bezoeker verdwijnt met de ongeveer 600 geëxposeerde objecten zo een paar uur in de tijd. Op weg naar de uitgang brengt een art-decoklok je terug in het nu, met boven het uurwerk een prachtige driemaster, die subtiel rolt op de golven. Een klokkenscheepje.
Nederland telt veel kleine, minder bekende musea. NRC portretteert er iedere zomer een aantal. Lees hier eerdere afleveringen van de serie Kleine musea.