Mijn zen-meditatieleraar vraagt de groep of we de graaf van Montecristo kennen. Is dat die van Dracula, vraag ik, waarop iedereen lacht. Als je iets onnozels hebt gezegd kun je maar beter meelachen, weet ik uit ervaring, dus dat doe ik, ook omdat ik me niet schaam. Maar dat verhaal ken je toch wel? zegt de vrouw naast me. Nee, zeg ik. Echt niet? Ze heeft zo’n toontje in haar stem. Nee, zeg ik weer, nu ook op een toontje. Wat is dat toch voor reactie, vraag ik me af. Misschien denkt ze dat ik me graag onnozel voordoe. Of wil ze dat ik me alsnog ga schamen. Geef het op, wil ik zeggen. Ik schaam me uit mezelf al vaak genoeg.
Even later gebeurt dat inderdaad, wanneer mijn leraar het over openheid heeft. Ik maak een opmerking waarop hij niet echt reageert en plotseling schaam ik me verschrikkelijk. Terwijl hij uitlegt dat openheid een houding is die je steeds opnieuw kunt aannemen, ook als je die nog niet voelt, en dat het helpt om jezelf daarbij niet al te serieus te nemen, ga ik steeds verder op slot. Totaal gesloten en humorloos word ik.
Op de fiets naar huis, in mijn straat, zie ik de acteur Vincent Croiset met zijn hond. Sinds kort woon ik met mijn man en zoon in een soort bejaardenbuurt midden in Amsterdam. Mensen onder de zestig, zoals wij, en Vincent Croiset, vallen hier op. En vergeleken met De Pijp, waar we eerst woonden, is het er doodstil. Van mij zou het wel iets levendiger mogen, maar mijn man rust hier enorm uit, want hij hoeft niet meer steeds kwaad uit het raam te hangen omdat er een scooteralarm afgaat.
Vincent kent mij niet maar ik hem wel. Met mijn zoon keek ik vorig jaar naar Expeditie Robinson en we vonden het allebei jammer toen hij eruit ging. Nu staat hij te wachten tot ik voorbij ben gefietst, zodat hij over kan steken. Van ver kijkt hij me al vriendelijk glimlachend aan, een belangeloze open houding die ik moeilijk kan verdragen, omdat ik nog steeds gesloten en humorloos ben. En omdat ik terugdenk aan een avond, nog niet zo lang geleden, toen ik op zijn Instagram-account belandde en dit buiten mijn macht om, leek het wel, uitmondde in een grondig online onderzoek, waardoor ik nu een Vincent Croiset-kenner ben. Dus kijk ik glazig over hem heen en zak nog iets dieper weg in zelfverwijt.
Thuis ga ik weer een beetje open. Mijn man lacht als ik hem vertel wat er zojuist gebeurde, waarna het gesprek op Jelka van Houten komt, die tijdens mijn Croiset-onderzoek ook voorbij was gekomen. Uit een Instagram-story begreep ik dat ze een grote musicalrol binnen een dag had ingestudeerd omdat een van de hoofdrolspelers plotseling was uitgevallen. Met een rood hoofd nam ze het applaus in ontvangst. Dapper vind ik dat, zeg ik. Wie is Jelka van Houten, vraagt mijn man. Wat? zeg ik. Weet je niet wie Jelka van Houten is? Nee, zegt hij. Maar je kent Jelka van Houten toch wel? Nee, zegt hij weer. Jelka van Houten! roep ik. Ken ik niet! schreeuwt hij. Zo blijven we nog even tegen elkaar schreeuwen. Dan gaan we allebei iets anders doen en keert de rust in de buurt weer terug.