nieuwsbriefMachtige Tijden
Machtige Tijden De chicken game in de coalitie over de Rijksbegroting onderstreept dat Nederland beweegt in de richting van een vechtdemocratie. Strijdbare leiders drukken constructieve stemmen weg. Veel gevecht, vooral verliezers. Is een partijencrisis aanstaande?
Een politieke strijdcultuur leidt al gauw tot harde ingrepen. Niet aanpappen. Aanpakken. Dus het is interessant als een krijger voor meedogenloze keuzes zelf ervaart hoe zijn pleidooien uitpakken.
De Brit Milo Yiannopoulos wordt in 2015 een radicaal-rechtse ster als Steve Bannon, later strateeg van Donald Trump, hem aantrekt bij Breitbart News. Milo is Trumpaanhanger en mag progressieve studenten graag jennen met zijn opvattingen: anti-migratie, anti-feminisme, anti-woke. „I knew right away he was going to be a fucking meteor”, zegt Bannon later.
Thierry Baudet is in 2016 trots op zijn innige contact met Milo. Die verdwijnt bij Breitbart na onthullingen over zijn rechtsextremisme en opvattingen over seks met kinderen. Maar hij blijft werken in Republikeinse kringen, onder meer voor stokebrand en toenmalig Congreslid Marjorie Taylor Greene. In 2025 schrijft hij: „We zullen miljoenen en miljoenen moeten deporteren.”
Dan wordt Milo – zijn visum is verlopen – eind vorige maand zelf opgepakt. Trumps immigratiepolitie ICE deporteert hem onvrijwillig naar het Verenigd Koninkrijk. Remigratie zoals hij en z’n extreemrechtse bondgenoten, ook FVD, dit idealiseren. In een interview met Piers Morgan zegt hij: „Ik werd behandeld als gangster.” En: „Als ik had geweten dat dit het resultaat is, had ik Trump nooit gesteund. Ik schaam me er nu voor.”
Het roept uiteraard leedvermaak op. Maar belangrijker lijkt me dat Milo’s ervaringen de kwetsbaarheid van een vechtdemocratie aantonen. In de Verenigde Staten is het politieke verlangen naar conflict zo dominant dat dit steeds radicaler beleid oplevert. Maatregelen waarvan pleitbezorgers ook zelf niet weten wat ze in de praktijk betekenen.
In Nederland zien we een vergelijkbaar manco bij radicaal-rechts. Partijen met een beperkte aanhang die doen alsof zij het land gaan verbouwen. Grenzen dicht, remigratie, de EU verlaten, de Koran verbieden, enzovoort. Zelfvergroting die school maakt in Den Haag. Je zag het bij de chaotische onderhandelingen deze zomer over de Rijksbegroting. Partijen met een aanhang van 10 à 20 procent die doen alsof zij de baas zijn. Die ongeremd aansturen op de realisatie van het eigen standpunt. Pakken wat je pakken kunt.
Premier Rob Jetten (D66) maakte een beginnersfout: hij gunde de regie mede aan minister van Financiën Eelco Heinen (VVD). Die stuurde in lijn met zijn partijbelang aan op een begroting die een goede kans maakte op steun van JA21 en SGP. Jetten zelf wilde in lijn met het D66-belang een begroting die steun van Pro kon krijgen. CDA-voorman Henri Bontenbal, die in het CDA-belang een middenpositie innam, steunde de premier maar soms ook de VVD – al lijkt zijn waardering voor die partij niet enorm.
Elke zaterdag ontleedt Tom-Jan Meeus in zijn nieuwsbrief de politieke week - en laat zien wat bijna niemand ziet
Zo bleven de drie coalitiepartners in meer of mindere mate dicht bij hun eigenbelang. Pas na Prinsjesdag zal blijken of het kabinet alsnog draagvlak in de Kamers kan organiseren. Of het kabinet, zo pijnlijk is het, eigenlijk wel bestaansrecht heeft.
Een constante in dit alles is dat bijna alle partijen zich nu groter maken dan ze zijn. Om te beginnen hebben de drie coalitiefracties zelf geen enorme aanhang. D66 haalde vorig jaar 17 procent van de stemmen. De VVD 14 procent. Het CDA bijna 12 procent. Geen van drieën kunnen in redelijkheid eisen dat ze hun zin krijgen. Daar is hun electoraat te klein voor.
En je begreep dat oppositiepartijen er de pest in hadden toen de afgesproken onderhandelingen niet doorgingen omdat de coalitie eerst met zichzelf moest onderhandelen. Lachend wandelde Jetten voorbij. „Finetunen”, zei Yesilgöz. Ik dacht: en in Overasselt werken ze aan wereldvrede.
Maar ook de oppositiepartijen maken zich belachelijk groot. JA21 (aanhang 6 procent) en de SGP (2 procent), voorkeurspartners van de VVD, eisen dat het kabinet eerst Pro afwijst voordat zij verder willen praten. Pro eist op zijn beurt namens een kleine 13 procent van de stemmen dat álle bezuinigingen op de sociale zekerheid „van tafel” gaan. Alsof ze de meerderheid hebben.
Aan het CDA kun je nog twijfelen. Alle andere partijen willen in deze vechtdemocratie vooral strijdbaarheid tonen. Met zelfvergroting als logische uitkomst: uitvergroting van hun aanhang, uitvergroting van het belang van hun standpunten. Een constructieve houding zit er dan niet meer in.
De Haagse democratie vereist zelfbeheersing. Niek Jan van Kesteren van VNO-NCW, decennia de invloedrijkste lobbyist op het Binnenhof, vertelde me ooit waarom overvragen in Den Haag onverstandig is. „Ze moeten je niet als veelvraat zien.”
De werkelijkheid van nu is dat vrijwel elke partij zich als veelvraat gedraagt. Zo was het al in de campagne, toen vooral D66 en VVD uitblonken in vergaande beloften. Zo was het in de formatie, toen Jetten zozeer gehecht was aan beeldregie – een snelle formatie – dat de VVD aan het langste eind trok bij de besprekingen over beleid en coalitiesamenstelling. Die moeizame begrotingsgesprekken van de laatste weken waren daar weer een reactie op. Dus ik begrijp dat mensen de chaos primair interpreteren als het resultaat van de keuze voor deze minderheidscoalitie.
Maar het is helaas iets ingewikkelder. Ga maar na. Rutte IV, een meerderheidskabinet, viel na achttien maanden. Schoof, ook een meerderheidskabinet, sneuvelde na elf maanden. De zwakke bestuurbaarheid is vooral een gevolg van de vechtdemocratie – en die komt voort uit imitatie van het populisme en de manier waarop partijen deze eeuw campagne zijn gaan voeren.
Campagneteams weten: om te winnen moeten we het gevoel van kiezers raken. Ervaren politici weten: om bestuurlijke dilemma’s op te lossen moeten we rationeel opereren. De kloof tussen winst bij verkiezingen en vaardig bestuurlijk opereren is in relatief korte tijd sterk gegroeid. Jetten beloofde tien nieuwe steden en wist op voorhand dat hij er niet één kon waarmaken. Yesilgöz beloofde Pro uit te sluiten van coalitievorming en wist al vroeg in de formatie dat een vorm van samenwerking met die partij in de senaat vrijwel onvermijdelijk is.
Zo komen de politieke ongelukken in de wereld. Ik heb een paar jaar geleden in een boekje het verband gelegd tussen duidelijkheid vóór de verkiezingen en chaos daarna. Laat ik het zo zeggen: dit gevaar is duidelijk niet geweken.
De ongemakkelijke realiteit is dat partijen zo onzeker zijn, dat ze zichzelf voortdurend te groot moeten maken om overeind te blijven in de vechtdemocratie. Geen oog voor het landsbelang. Voor de samenbindende potentie van politiek. Zowel in de coalitie als in de oppositie.
En dus krijgen de constructieve stemmen in de eigen gelederen nog zelden ruimte. Ik ken genoeg VVD’ers die inzien dat er met Pro samengewerkt moet worden. Ze zitten alleen niet in de Kamer. Ik ken genoeg Pro-leden die begrijpen dat sommige ingrepen in de sociale zekerheid te verdedigen zijn. Idem. In een liberale democratie is een constructieve houding een elementaire vereiste. Rutte kon het, waarom Yesilgöz (of Brekelmans) niet? Kok kon het, waarom Klaver niet?
Het alternatief is dat iemand binnenkort de crisis van de politieke partijen uitroept, en daarmee ook de democratie ter discussie stelt. Die partijencrisis is helaas niet moeilijk te onderbouwen. In bijna elke partij is het contrast met de Haagse zelfvergroting nogal fors. FVD is de grootste stijger (plus zes zetels) in de Peilingwijzer. Oprichter Baudet verliet in januari de Kamer om nieuwe FVD-fracties in de gemeenten „stabiel in het zadel te helpen”. Sindsdien: chaos, afsplitsingen en nog eens afsplitsingen.
De andere grote stijger, Pro (plus vijf), heeft vijf jaar fusiebesprekingen tussen GroenLinks en PvdA achter de rug. Toch is ze er niet in geslaagd GL-Europarlementariërs te overtuigen dat een fusie ook vereist dat politici soms voorkeuren inslikken. Dit is geen Wikipedia-lemma, maar het zou niet moeilijk zijn dit soort gedoe over bijna elke partij te beschrijven.
Instabiele kabinetten, vechtdemocratie, verdwijning van constructieve stemmen: deze generatie politici dobbelt niet alleen met de reputatie van haar partijen, zij dobbelt met de reputatie van de democratie zelf.
Intussen staan er onverminderd grote vragen open. Poetin blijft Oekraïne bestoken. Trump is bereid de relatie met buurland (en NAVO-lid) Canada voor altijd te beschadigen. Over zijn solidariteit met de NAVO en de EU hoeft niemand illusies te hebben. Europa moet op eigen benen verder. Als de Canadese premier Mark Carney Trump durft te bekritiseren, waarom heeft Europa dan geen anti-Trump? Zo zijn er talloze existentiële dilemma’s die op het continent en het land afkomen.
Als politieke partijen onder deze omstandigheden niet inzien dat zij meer te doen hebben dan letten op de eigen peilingen, de eigen leden en de eigen zetels, zorgen zij er helaas zelf voor dat de vraag naar hun bestaansrecht een dwingend thema wordt.
Opmerkingen, aanmerkingen, observaties, tips? Elke reactie is van harte welkom. Mail me – t.meeus@nrc.nl – of stuur een persoonlijk bericht op mijn LinkedIn.