Home

De digitale dataverzameling van jeugdvoetballers: het nieuwe normaal voor amateurverenigingen?

Voetbal Apps om statistieken bij te houden van jeugdvoetballers worden snel populairder. Ook bij amateurverenigingen, die dit weekend zijn begonnen aan de competitie.

Awi Mohabiér, hoofd voetbalontwikkeling, op het complex van BFC (Bussumsche Footballclub).

De kunstgrasvelden van BFC (Bussumsche Footballclub), gelegen aan een villawijk in het Gooi, zijn begin juni druk bezet met jonge voetballertjes. Onder hen is de zevenjarige Bodi van der Lans. Over een paar weken hoort hij van BFC in welk team hij volgend jaar zal spelen. Deze maand moet hij bewijzen dat hij een plekje verdient in de selectie.

Van een afstandje, onder het afdakje bij de kantine, kijkt vader Billy van der Lans (39) rustig toe. Het is begonnen te regenen. „Ik denk dat het voor de kinderen af en toe beter is als de ouders niet meekijken”, zegt de Bussumer. „Selectie… daar komt toch een hoop druk bij kijken.” Bodi vindt voetbal nu erg leuk, zegt zijn vader. „En zo moeten we het ook houden.”

Tot en met afgelopen seizoen speelde Bodi nog in „de bak”, de mini-veldjes. Het komende jaar zal – zeker als Bodi in de selectie komt – veel veranderen; op het veld, maar ook daarbuiten. De selectie-elftallen van BFC werken met twee zogeheten ‘spelervolgsystemen’. Met deze apps wordt van iedere selectiespeler data bijgehouden: aanwezigheid, goals, assists én hoe goed ze iedere week hebben gespeeld.

BFC denkt, net als veel andere amateurclubs, door de statistieken een duidelijker beeld van de ontwikkeling van haar spelers te krijgen en objectievere keuzes te kunnen maken. Maar wat doen deze apps met de ‘prestatiecultuur’ binnen de amateursport?

Dataverzameling

Hoeveel spelervolgsystemen er in Nederland worden gebruikt is onduidelijk. Ook de KNVB heeft hier geen zicht op, blijkt desgevraagd.

Vier jaar geleden begon BFC met het verzamelen van spelersdata. Inmiddels gebruikt de club voor alle selectieteams en een paar breedteteams in de middenbouw twee nieuwe systemen: KeDo en Mingle.

In Mingle kunnen ouders met elkaar communiceren, bijvoorbeeld over logistieke zaken zoals vervoer naar uitwedstrijden. Ook worden goals, assists en aanwezigheid bijgehouden. En er kunnen ‘awards’ worden uitgereikt, bijvoorbeeld voor de hardste werker, de meest creatieve speler, de beste aanwezigheid. Bij 60 procent van de Nederlandse verenigingen wordt Mingle door minimaal één team gebruikt, stelt het bedrijf.

Bij BFC zijn alle gegevens, afgezien van de aanwezigheid, voor ouders afgeschermd. „Ouders horen zich niet bezig te houden met goals en assists, vooral niet bij de jongste teams”, zegt Awi Mohabiér, hoofd voetbalontwikkeling bij BFC. Toen Mingle in gebruik werd genomen bij de club, waren de gegevens nog voor iedereen zichtbaar. Totdat Mohabiér een post op Instagram zag van ouders waarin ze pronkten met het feit dat hun kind topscorer was.

In KeDo, een dienst die normaal gesproken vooral wordt gebruikt door gemeenten en zorginstellingen, beoordeelt BFC spelers na iedere wedstrijd met sterren (één tot vijf). Ook wedstrijdverslagen en het ‘persoonlijk ontwikkelingsplan’ staan in de app. Dit wordt drie keer per jaar besproken tijdens ‘functioneringsgesprekken’, waar ook een ouder bij is. BFC is vooralsnog de enige voetbalclub in Nederland die KeDo gebruikt voor sportieve doeleinden, vertelt Xlab, het bedrijf achter de software.

‘Staat het kind centraal?’

„Wel even wennen, hoor”, zegt Billy van der Lans over de spelervolgsytemen. Toch ziet hij „zo’n soort database gewoon als iets van 2026”. De datacollectie van zijn zevenjarige zoontje „schaadt niet”, vindt hij. „De kinderen houden zelf toch alles bij. Wie er goed heeft gespeeld, wie niet.”

Sportpsycholoog en orthopedagoog Danielle van der Klein-Driesen, die werkt met (jeugd-)spelers van verschillende profclubs, vindt het bijhouden van gegevens bij jonge spelers risicovol. Het zorgt voor onrust en geeft snel een oneigenlijke weergave van de realiteit, denkt ze. Zeker wanneer de resultaten geïnterpreteerd worden door trainers met beperkte pedagogische kennis. Klein-Driesen vindt dat een kind de kans moet krijgen zich in zijn of haar eigen tempo te ontwikkelen: fysiek, cognitief, sociaal en emotioneel. Volgens haar is het gebruik van de spelervolgsystemen in beginsel geen onlogisch idee, want het is meetbaar en geeft houvast. „Maar”, vraagt ze zich af, „staat het kind hierbij centraal, of dient het vooral de club?”

Mohabiér ziet het plezier en de ontwikkeling van zijn spelers als zijn belangrijkste taken. Ontwikkeling is volgens hem makkelijker bij te houden door middel van de spelervolgsystemen. „Het ligt er aan wat voor ontwikkeling hiermee bedoeld wordt”, zegt Van der Klein-Driesen. Volgens haar is ontwikkeling niet meetbaar met aanwezigheid, goals, assists en wedstrijdbeoordelingen. „Ontwikkeling hoort te gaan over cognitieve vaardigheden, hoe je met anderen omgaat en het ontdekken van je eigen identiteit als sporter en als kind.”

Jeugdspelers op de velden van BFC in Bussum.

Van der Klein-Driesen denkt dat spelervolgsystemen niet bijdragen aan het spelplezier, vooral in de jongste leeftijdscategorieën. Zij noemt de dataverzameling vooral „resultaatgericht”. Ook „verhoogt het zeker de prestatiedruk” bij de selectie-elftallen en werken waardeoordelen „averechts op de vrije kindergeest”, vindt ze. „Kinderen onder de tien jaar zijn van nature nog erg speels en nieuwsgierig, dit moeten niet ingeperkt worden door de nadruk op statistieken.”

Volgens Mohabiér maken KeDo en Mingle de teamindeling makkelijker, vooral met het oog op eventuele kritiek van ouders. Zo wijst hij de ouders vaak op de afwezigheid van spelers bij trainingen, die netjes in het systeem staat. Volgens hem is dit de voornaamste reden dat BFC-spelers afvallen bij de selectieteams. „Omdat je deze feiten ter beschikking hebt, gaan ouders niet meer in discussie”, zegt hij.

Bijdrage aan spelplezier

Freek Bijl, mede-oprichter van Mingle, denkt wel dat het bijhouden van de sportieve statistieken bijdragen aan het spelplezier. Hij vindt de app „ideaal voor spelers tussen de dertien en 24 jaar”. Hoe kijkt hij naar het feit dat statistieken van zevenjarigen worden bijgehouden met zijn app? „Ik proef een beetje oordeel in deze vraag. Ik zou het niet aanmoedigen”, antwoordt hij.

Adam Almarini, ontwikkelaar van KeDo, vindt het goed dat er aan jonge spelers sterrenwaarderingen worden gegeven. Als ouder vond hij vroeger de voetbalclubs van zijn destijds jonge kinderen „erg vrijblijvend”. „Topsport is een competitieve wereld – een sterrenbeoordeling hoort erbij”, vindt hij. „Of dat al vanaf zeven jaar oud moet, weet ik niet.”

Vorig jaar benaderde Almarini BFC met de vraag of de club gebruik wilde maken van KeDo. Het idee is om in de komende jaren ook naar andere verenigingen te stappen. „Als andere clubs zien wat wij hebben gedaan met Awi [Mohabiér], zullen zij ook geneigd zijn om KeDo uit te proberen”.

Voetbal

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next