Home

Een diersoort terugtoveren die met uitsterven is bedreigd ‘is een illusie’

Monica Vasile | milieuhistoricus Een uitgestorven soort opnieuw introduceren, hoe doe je dat? Monica Vasile werkte in Roemenië met Europese bizons en deed later promotieonderzoek naar dit onderwerp. „Het is in veel gevallen leren van mislukkingen.”

Monica Vasile thuis in de Finse stad Oulu.

De praktijk bij herintroducties van bedreigde diersoorten is een stuk weerbarstiger dan de theorie uit rapporten en vergaderverslagen vooraf. Begin er vooral aan, maar wees voorbereid op mislukkingen en een lange weg, stelt Monica Vasile in haar proefschrift Saving Species. A History of Wildlife Introductions and Recovery. De Roemeense milieuhistoricus promoveerde er in juni op aan de Universiteit Maastricht.

De mens neigt naar een overdreven gevoel van maakbaarheid, denkt soms voor God te kunnen spelen, constateert Vasile. „Maar bij de door mij onderzochte herintroductieprojecten kom je toch ook veel bescheiden mensen tegen. Die verschillend denken over de wenselijke mate van menselijk ingrijpen. En hoe langer mensen bij projecten betrokken zijn, hoe bescheidener ze worden. Doordat ze zien hoeveel ze niet onder controle hebben.”

Zo’n twaalf jaar geleden werkte Vasile voor een herintroductieproject, dat voor de terugkeer van de Europese bizon in het zuidwesten van de Karpaten in haar geboorteland Roemenië. „De projectorganisatie vroeg zich af in hoeverre de lokale bevolking de herintroductie zou accepteren. Er zouden vier- tot vijfhonderd bizons terugkomen. Dat is erg veel, zeker in een gebied met relatief veel dorpen. Ze waren daarom niet heel erg zeker van de reactie van de inwoners van de streek. De lokale gemeenschappen reageerden heel verrassend overwegend positief.”

Later bood een promotietraject in Maastricht Vasile de mogelijkheid om als wetenschapper in dit soort herintroducties te duiken.

Uw onderzoek focust op drie diersoorten: een vogel in Nieuw-Zeeland, een paard in Mongolië en een marmot in Canada. Hoe kwam u daarbij uit?

„Het aantal koos ik, omdat ik de diepte in wilde. Met veel meer dieren was dat lastiger geworden. De drie soorten moesten verschillend zijn en liefst wat verspreid over de wereld.

„Ik wist dat het przewalskipaard in Mongolië erbij moest zitten. Ik volgde dat project een beetje. In coronatijd zag ik dat daar online veel materiaal over te vinden was. Ik vond het ook zo boeiend, omdat het zo wijdverbreid was, met betrokkenheid van zoveel verschillende partijen en met tal van politieke aspecten.

„Daarna zocht ik een casus in Noord-Amerika. Die in de VS waren behoorlijk goed gedocumenteerd en al heel bekend. En ik wilde niet in herhaling vallen. Dus richtte ik me op Canada. Zo vond ik de Vancouver Island-marmotten. Die waren niet zo uitvoerig onderzocht, historisch al helemaal niet.

„En hoe dieper ik in de materie dook hoe duidelijker me ook werd dat Nieuw-Zeeland erg belangrijk was op het werkterrein van de natuurbescherming. Veel specialisten en kennis komen daar vandaan. Bij het zoeken naar een opnieuw geïntroduceerde soort kwam ik uit bij de takahe, een niet-vliegende vogelsoort op het Zuidereiland. Het project rondom hen begon al in de jaren veertig, heel vroeg. Ze werden in 1948 herontdekt, toen iedereen dacht dat ze al waren uitgestorven.”

U constateert dat herintroducties een lange adem vergen.

„Dat klopt. Achterhaal bijvoorbeeld maar eens wat de oorzaak van de achteruitgang van een soort is. Minder leefgebied? Chemische bestrijdingsmiddelen? Natuurlijke vijanden?

„Als een fokprogramma met dieren in gevangenschap nodig is, moet proefondervindelijk blijken hoe je ze daar grootbrengt en hoe en of ze in die situatie tot voortplanting komen. Is dat allemaal duidelijk en succesvol, dan volgen weer nieuwe, onvoorziene problemen bij het loslaten in de vrije natuur.

„Het is in veel gevallen leren van mislukkingen. En altijd waakzaam blijven, omdat er zomaar opeens iets kan gebeuren, kan veranderen. Tegelijkertijd is de urgentie vaak heel hoog en zijn de overgebleven aantallen van een soort relatief klein. Dat maakt dat je ook niet weer heel veel ruimte hebt voor drastische mislukkingen of experiment op experiment. Dat legt veel druk op de betrokken biologen en managers. Soorten zijn niet zeker voordat er weer duizenden, tienduizenden exemplaren van bestaan.”

Hoe belangrijk was het om zelf het veld in te gaan, om de projecten zelf te bezoeken?

„Voor mij ligt het voor de hand. Ik heb een achtergrond in de antropologie en ben het veldwerk dus gewend. Alleen al de moeite die de reis naar de paarden in Mongolië me kostte, zegt veel over de uitdagingen waar de herintroductieprojecten mee te maken krijgen. En bij het interviewen van de direct betrokkenen bij het programma in het veld, terwijl je de paarden ziet lopen, komen meer zaken boven dan bij normale gesprekken. Bovendien zie je het landschap en de verschillende dynamieken.”

U constateert dat herintroducties vrijwel per definitie te maken krijgen met ‘de mist van het onbekende’ en projecten van de lange adem zijn. Dat lijkt niet erg behulpzaam bij het verwerven van steun.

„Dat is het ook niet. Overheden en bedrijven werken graag met targets. Men verlangt meetbaarheid en heel precieze uitkomsten. Zulke businessmodellen infiltreren alles, ook natuurprojecten. Die lopen drie jaar en moeten dan al concrete resultaten tonen. Soms lukt dat niet. Dan is de belangrijkste bevinding dat er meer tijd nodig is of dat de deskundigen iets net een beetje beginnen te begrijpen maar het nog niet helemaal doorgronden.”

Hoe kweek je daar begrip voor?

„Dat is een uitdaging, zeker in een wereld die in een steeds hogere versnelling schakelt. Maar presenteer de tussentijdse, kleine successen. Vertel ook eerlijk wat niet lukt. Als de informatiestroom gaande wordt gehouden, ontstaat meestal vanzelf een soort betrokkenheid bij de herintroducties. Mensen gaan dan ook begrijpen dat het terugbrengen van een soort niet zo eenvoudig is.

„Bij de Vancouver Island-marmotten gebruikten ze daarvoor het buitengewoon interessante adopt-a-marmot-project. Het publiek voor een vast bedrag een marmot adopteren en dan kreeg je nieuws over jouw dier. Dat hield mensen heel direct betrokken en maakte verschil.”

Wilt u nog verder met het onderwerp van uw promotieonderzoek?

„Op dit moment werk ik in Finland voor een project dat veengebieden wil terugbrengen. Dat gaat vooral over natuurherstel. De complexiteit en het geduld dat dit vergt zijn wel vergelijkbaar met herintroducties. Indirect gaat het ook over dieren, want met het veen keren sommige vogel- en vleermuissoorten terug.

„De herintroducties van dieren blijven me wel fascineren. Er valt nog veel te onderzoeken. Ik zou bijvoorbeeld weleens dieper in het lot en het behoud van kleinere, onooglijkere soorten willen duiken. Projecten draaien toch vaak om charismatische dieren. Een iconische status en ogenschijnlijke aaibaarheid helpen bij het werven van steun. Hoe vergaat het soorten die veel minder de aandacht trekken?”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Wetenschap

Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin

Natuur en milieu

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next