Marjolein van Woerkom | promovenda Het nieuwe stikstofbeleid kan ertoe leiden dat sommige boeren hun bedrijf verliezen. Marjolein van Woerkom doet aan de universiteit van Wageningen onderzoek naar rouw bij boeren. „Ik sprak een uitgekochte boer. Die vroeg zich af: wie ben ik nog zonder mijn land?”
Onderzoeker Marjolein van Woerkom.
Nauwelijks was haar master antropologie begonnen, of het Malieveld stroomde vol met trekkers voor een van de grootste boerenprotesten van de afgelopen decennia. Met haar dochter ging Marjolein van Woerkom naar Den Haag. Ze kende veel boeren en loonwerkers op het Malieveld – ruim twintig jaar was ze landbouwjournalist voor vakbladen geweest, voordat ze weer ging studeren.
Daar, midden in de menigte, in oktober 2019, vroeg ze zich af waar toch al die frustratie, dat verdriet en die woede vandaan kwamen. Dát wordt mijn studieobject, besloot ze.
Inmiddels is de master afgerond en is Van Woerkom de eerste in Nederland die wil promoveren, aan de universiteit van Wageningen, op verliesgevoelens – zelf spreekt ze van ‘ecologische rouw’ – van Nederlandse boeren die hun bedrijf of land kwijtraken of drastisch zien veranderen. Het onderwerp boette de laatste jaren nooit aan actualiteitswaarde in, met alsmaar oplaaide protesten, die soms overgingen in bedreigende situaties. Zo werd VVD-minister Christianne van der Wal enkele jaren geleden thuis opgezocht door boeren met fakkels.
Sinds enkele weken protesteren de agrariërs opnieuw, tegen de nieuwe stikstofplannen van het kabinet. Ze vrezen hun bedrijf te verliezen – en dat is soms terecht, concludeerde het Planbureau voor de Leefomgeving afgelopen week. Krimp van de veestapel is vrijwel onontkoombaar en in regio’s met veel vee kunnen sommige boerenbedrijven niet worden voortgezet.
„Ik zag wel dat mensen problemen hadden, moeite met wetgeving, of om hun bedrijf overeind te houden. Maar tot dat moment bleef het vaak tussen de regels, werd er ook juist níét over gepraat. Dat ze daar zo eensgezind stonden, had ik niet verwacht en dat trof me.”
Als onderdeel van haar master liep ze mee bij boeren in een gemeenschap in Oost-Nederland. Om zes uur ’s ochtends de melkput in, de dieren voeren, het land op, maar ook de kinderen helpen met hun huiswerk. „Als je dat dag in, dag uit meemaakt, voel je veel beter hoezeer het boer-zijn een identiteit is”, vertelt ze achter een kop koffie in haar Haarlemse bovenwoning.
„Privéleven is volledig verweven met het werk. De babyfoon stond naast de melkmachine. Vaak boeren ze al generaties op dezelfde plek. Dat is misschien een cliché, maar het is ook belangrijk, want al die generaties kijken mee over de schouder van de boer. Soms letterlijk, als vader vindt dat niets mag veranderen. En vrijwel iedere boer ziet het als belangrijkste taak om het bedrijf door te geven. Als daaraan wordt getornd, maakt dat veel emotie los. Soms slaat die om in agressie, maar in het beste geval motiveert het de boer om het bedrijf toekomstbestendig te maken.”
„Heel lastig, ook omdat grote bedrijven vaak vastzitten aan contracten met voerleveranciers, bankleningen hebben. Ze hebben een schaalvergroting doorgemaakt die ooit door de overheid is gestimuleerd en kunnen niet zomaar minder produceren. Als jouw opa en vader decennia hebben geprobeerd steeds groter te worden, dan zit het ook niet in je systeem om het anders te doen.
„Natuurlijk, sommige boeren kijken wat wél kan, maar het ligt vaak aan de omstandigheden: hoe oud is de boer, heeft die een opvolger, is er beschermde natuur in de buurt, staat de bodem toe om van bedrijfsmodel te veranderen? En het ligt ook aan je persoonlijkheid: de een aanvaardt verandering makkelijker dan de ander.”
„Tussen boeren en de overheid zie ik een flink gat. De overheid heeft een doel: transitie, maar is weinig bezig met hoeveel aanpassingsvermogen dat vraagt van boeren. En ze beseft onvoldoende dat die afscheid moeten nemen van hun werkwijze, soms ook van flinke stukken land. Dat raakt aan hun manier van leven, aan hun identiteit.”
„Ik zat eens aan tafel met een ambtenaar van de provincie. Dat ging over een gebiedsproces in een deel van het land waar 150 boeren zaten. Die man zei: joh, waarom kopen we niet gewoon al die boeren uit? Laten we de natuurorganisaties het gebied beheren en klaar. Ik dacht: heb je wel in de gaten dat je het over 150 gezinnen hebt? Zo kán je daar niet over praten.
„Ik wil juist aandacht voor het verdriet dat bij verandering hoort. Ik sprak een boer van wie het land onder water was gezet voor natuurherstel. Hij had die grond jaren beheerd en nu veranderde het voor z’n ogen in een moeras. Die man kon nog maar moeilijk naar dat stuk grond kijken.”
„In de wetenschap noem je het ‘ecologische rouw’, als je verdriet hebt over plekken die verdwijnen waarmee je je verbonden voelt. Dat is niet alleen zo bij boeren. Een plek waar veel vogelaars komen waar vervolgens woningen worden gebouwd, daar heb je hetzelfde. In Moerdijk – een dorp dat moet verdwijnen – zie je het ook heel sterk.”
„Ja, toch wel, want die boer ontleent z’n identiteit ook aan het werken op dat land. In de wetenschap spreken we over solastalgia, een soort heimwee naar het gevoel dat bij een plek hoort. Ik sprak een boer die was uitgekocht en nu in een mooi nieuwbouwhuis woonde. Die vroeg zich af: wie ben ik nu nog, zonder mijn land?”
„Klopt, die pijn zit aan meerdere kanten. En die partijen moeten samen aan tafel om oplossingen te bedenken. Daar vraagt het kabinet nu ook om bij de nieuwe stikstofplannen. Werk samen, kijk wat mogelijk is.”
„Wij gaan vaak op excursie. Landbouw en natuur zijn zeker niet altijd elkaars vijanden, ze kunnen juist ook samen gaan. Dat beseffen mensen soms wanneer ze samen op pad gaan. Maar vertrouwen opbouwen kost tijd.”
„Verdriet zie je – denk ik – sowieso minder in de publieke ruimte. Maar als de overheid meer aandacht heeft voor de ‘zachte’, emotionele kant van boeren, dan gaat dat veel helpen om de omslag naar een landbouw van de toekomst te maken. Je kunt wel zeggen: de boer is een ondernemer, het kan tegenzitten, maar dat blijkt al lang niet voldoende om de emoties tot bedaren te brengen.”
„Misschien, maar ze moeten wel perspectief krijgen. Het kabinet is eind juni met stikstofmaatregelen gekomen, maar voor veel mensen is het nog totaal onduidelijk wat dat voor hun bedrijf en gezin betekent. Moeten ze grond bijkopen omdat ze minder dieren per hectare mogen houden? Is het zinnig te investeren in duurzame techniek? Heeft hun grond überhaupt een toekomst? Dat zegt de minister allemaal niet, wat hen begrijpelijkerwijs onrustig maakt. Dat bedoel ik met het voorbijgaan aan gevoelens.”
„In Australië is onderzoek gedaan naar boeren in de Wheatbelt, die hebben in die regio grote landbouwgebieden met graanvelden. Door klimaatverandering kampen ze met extreme droogte. De werkwijze die de Wheatbelt-boeren generatie op generatie hebben doorgegeven, functioneert niet meer. Ze kunnen de weersomstandigheden niet meer aanvoelen en proberen alles uit apps te halen. Voor die boeren voelen hun kennis en kunde als waardeloos en daarmee verliezen ze hun eigenwaarde.”
„Vooral begrip. Dat boeren mentale nood ervaren, is overduidelijk. Je ziet dat terug in onderzoeken, niet alleen in Nederland, maar in heel Europa. Ik hoorde van een vrouw die regelmatig bij haar man achter in de stal gaat kijken. Is hij nog wel aan het werk? Heeft hij zichzelf niks aangedaan? Als het even stil is, maakt ze zich zorgen. Het zou al helpen als mensen, ook politici en beleidsmakers, iets meer oog hebben voor die situatie. Dan ga je anders met elkaar om.”