Punkoperette Steef de Jong boekte successen met zijn liefde voor het verguisde genre operette én zijn indrukwekkende kartonnen decors. Maar in ‘Tulip Town’ missen sommige hoofdrolspelers het prettige vleugje ironie, dat zijn voorstellingen normaal juist zo hebbelijk maakt.
Steef de Jong en Thor Braun in ‘Tulip Town’.
Steef de Jong komt in punk-outfit en met keytar voor het nog dichte doek staan: ‘er is een muziekgenre dat ontstond omdat jongeren zich wilden afzetten tegen de gevestigde orde, waarin genders fluïde werden, en dat door ouderen meteen werd bestempeld als herrie. Inderdaad: operette!’
Steef de Jong: Tulip Town.
Gezien: 5/9, Stadsschouwburg Haarlem.
Te zien t/m 8 november op diverse plekken in Nederland. Info: grootsenmeeslepend.nl
Regisseur en acteur Steef de Jong speelde zichzelf de laatste jaren in de kijker met zijn liefde voor het grotendeels verdwenen genre operette en zijn prachtige en ingenieuze met de handgeschilderde kartonnen decors: Steefs O. Show en Operetta Land waren allebei een komische lust.
Nu speelt hij een nieuwe voorstelling: Tulip Town, waarin hij een vrije ‘punkversie’ gemaakt heeft van Jacques Offenbachs L’île de Tulipatan (1868). Helaas komt die iets minder uit de verf dan zijn voorgangers.
Aan het verhaal ligt het niet: De Jong koos slim voor een operette waarin Offenbach speelt met opgelegde genderrollen. Een prins (Alexis) en een prinses (Hermosa) worden verliefd, maar de prins blijkt een prinses (probleem!), en de prinses blijkt een prins (toch geen probleem!): A) dolle pret. B) vernuftige kritiek op wat man- en vrouwzijn eigenlijk betekent. Dat laatste past nog steeds goed in 2026. De punkkleding en -make-up passen er uitstekend bij, en dat de acteurs juist daaroverheen hun 19de-eeuwse kostuums aantrekken, is behoorlijk grappig.
Het probleem zit ’m voor een belangrijk deel in de casting. Met name Ilse Warringa (moeder van Hermosa) en Rop Verheijen (Hermosa) lijken uit een ander hout gesneden dan Steef de Jong (vader van Alexis). Het sympathieke aan De Jongs liefde voor het genre operette is dat hij óók weet en omarmt wat er allemaal een beetje vreemd aan is. Dat probeert hij nooit weg te poetsen door eroverheen te acteren; sterker nog, hij benoemt het vaak even door de vierde wand heen. Er blijft altijd een randje ironie in zijn regies en zijn eigen kleine, subtiele spel; daardoor hoef je zelf je wenkbrauwen niet te fronsen, en is het heel makkelijk om van de leuke kanten van het impopulair geworden genre te genieten.
Rop Verheijen (rechts) naast Daniël Cornelissen.
Tulip Town.
In Operetta Land en eerder ook Steefs O. Show verzamelde De Jong vooral mensen om zich heen die hem daarin volgden. Maar Warringa, en met name Verheijen spelen zo in extremen, dat alle ironie vervalt, en dat voelt gek. Ineens snap je wel dat operette het niet heeft overleefd. Daniël Cornelissen (vader van Hermosa) en Thor Braun (Alexis) sluiten gelukkig beter aan.
Omdat iedereen hier een zingende acteur is (en geen acterende zanger, zoals in Operetta Land), overtuigt Tulip Town muzikaal net niet. Veel zang is half-parlando in de lagere registers gehouden, en waar het de hoogte in moet, is het duidelijk spannend. Vooral de verpunkte nummers moeten rauw overkomen, maar verzanden in doorschemerende twijfel. Mensen laten acteren dat ze gitaar of viool kunnen spelen, is nooit echt een goed idee.
Daar staat tegenover dat het verhaal ronduit hartverwarmend is. De kartonnen decors veroorzaken opnieuw voortdurend oeh- en ah-momenten, en er zitten genoeg De Jongiaanse droogkomische vondsten in de voorstelling. Daardoor kun je aan Tulip Town alsnog een vermakelijke avond hebben.
Ilse Warringa, Steef de Jong en Daniël Cornelissen in Tulip Town.