Home

Leesvaardigheid verbeteren vergt een lange adem, maar politiek ongeduld groeit

Onderwijs Uit het PISA-rapport van 2023 bleek dat het dramatisch gesteld was met de leesvaardigheid van Nederlandse jongeren. Dinsdag komt de nieuwe meting uit. Scholen kregen in de tussentijd extra geld voor taal- en rekenonderwijs. Effect daarvan is nog niet te zien.

Leerlingen van groep 7 van de Gelderlandschool in Den Haag lezen een boek in de klas.

Middelbare scholieren die in 2018 meededen aan het internationale PISA-onderzoek, kregen bij het onderdeel leesvaardigheid de volgende casus voorgelegd. Zij moesten een fictief internetforum bekijken over kippen en gezondheid. Een vrouw met een zieke kip stelde daar de vraag of zij haar kip aspirine mocht geven, omdat de dierenarts niet bereikbaar was en de kip veel pijn leek te hebben. De vraag die de scholieren kregen, was: „Waarom besluit Ivana_88 om haar vraag op een internetforum te plaatsen?” De volgende vraag: „Wie heeft het meest betrouwbare antwoord op de vraag van Ivana_88 geplaatst?”

PISA (Programme for International Student Assessment) is een wereldwijd onderzoek waarbij de kennis en vaardigheden van vijftienjarigen in bijna honderd landen worden vergeleken. Het wordt gecoördineerd door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). De vragen die de leerlingen krijgen, lijken niet op de toetsen op school.

PISA meet dan ook niet wat ze op school hebben geleerd. Waar het bij dit onderzoek om gaat, is of jongeren hun kennis en vaardigheden kunnen toepassen in het dagelijks leven. De achterliggende vraag is of ze in het onderwijs voldoende worden voorbereid om later als zelfstandige burgers te kunnen functioneren op de arbeidsmarkt en in de maatschappij. Goed kunnen lezen is daarvoor een van de voorwaarden.

Komende dinsdag komt het nieuwste PISA-rapport uit. In Nederland hebben zo’n zesduizend scholieren meegedaan. Zij zijn getest op drie deelgebieden: wiskunde, natuurwetenschappen en lezen. Vooral op dat laatste vlak gaat het niet goed met Nederland, bleek bij de vorige editie in 2023. En de kans dat dit nu veel beter is, is niet groot.

Onder het OESO-gemiddelde

Tot 2012 was Nederland in de PISA-onderzoeken op het gebied van leesvaardigheid nog een van de koplopers. Daarna daalden de resultaten van leerlingen hard. De vorige keer, in 2023, bleek dat Nederland bij lezen voor het eerst onder het gemiddelde van de OESO-landen was gezakt. En bij een vergelijking tussen veertien Europese landen die al langer meedoen aan het onderzoek, scoorde alleen Griekenland slechter dan Nederland.

Wat het PISA-rapport uit 2023 blootlegde, is dat een op de drie Nederlandse vijftienjarigen ‘onvoldoende geletterd’ is om zich te kunnen redden in de kennissamenleving. De reacties waren unaniem geschokt. Dat het niet goed ging met leesvaardigheid was al langer bekend. Ook nationale onderzoeken, zoals de zogenoemde Peil-onderzoeken, lieten een dalende lijn zien, waarschuwden onder meer de Inspectie van het Onderwijs en de Onderwijsraad al voor 2023. Maar het PISA-rapport uit dat jaar was wel een dieptepunt, omdat het toonde dat de daling in Nederland veel harder ging dan in andere Europese landen.

Oorzaken werden in PISA niet vastgesteld, al noemden de onderzoekers wel mogelijke verklaringen, zoals de schoolsluitingen tijdens de coronapandemie en de afleiding van digitale apparaten in de klas. Onderwijsbonden verwezen naar het lerarentekort, anderen legden de schuld bij de afgenomen leescultuur thuis en tekortschietend leesonderwijs. Wat de oorzaken ook waren, iedereen was het erover eens dat er ‘iets’ moest gebeuren.

Extra geld voor scholen

Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap richtte zijn hoop op het Masterplan Basisvaardigheden, een subsidieprogramma dat al in 2022 was begonnen. Scholen konden extra geld krijgen om het onderwijs in taal, rekenen, burgerschap en digitale geletterdheid te verbeteren. Ze besteedden het onder meer aan bijscholing van docenten, coaches die leerkrachten begeleidden, extra onderwijspersoneel of de aanschaf van nieuw lesmateriaal.

Aan dit programma werd in de periode 2022-2026 gemiddeld 376 miljoen euro per jaar uitgegeven. Op deelnemende scholen werd onderzocht of de extra investeringen hielpen. Zo’n 80 procent van de basisscholen en 70 procent van de middelbare scholen zag naar eigen zeggen vooruitgang bij taal en rekenen.

Het Centraal Planbureau (CPB) constateerde in december 2025 echter dat er nog geen aantoonbare effecten waren op de leerprestaties. Tegelijk benadrukten de onderzoekers dat het ging om een tussenevaluatie en dat het te vroeg was om definitieve conclusies te trekken. Volgens het CPB konden er op langere termijn nog steeds effecten optreden.

Als het PISA-rapport dinsdag uitkomt, zal het niet alleen worden gezien als een graadmeter van de kennis en vaardigheden van vijftienjarigen. Het kan ook worden gelezen als een voorlopig oordeel over het beleid om de leescrisis te keren.

Taal nu echt op de eerste plaats

Staatssecretaris Judith Tielen (Onderwijs, VVD) trok in juni zelf al conclusies. In een brief aan de Tweede Kamer schreef zij dat de inspanningen om de taal- en rekenvaardigheden van kinderen te verbeteren te weinig effect hebben gehad. Net als het CPB erkende zij wel dat het tijd kost „voordat de inzet van scholen en de impact van beleid volledig terug te zien zijn in de onderwijsprestaties”, maar „na vier jaar hadden de resultaten echt beter moeten zijn.”

Dat betekent niet dat zij het Masterplan wil beëindigen. Onder het vorige kabinet is al besloten dat scholen vanaf 2027 voor verbetering van de basisvaardigheden geen subsidie meer hoeven aan te vragen, zij krijgen hiervoor automatisch extra geld, dat ze achteraf moeten verantwoorden. Tielen wil wel een andere focus. Zij wil taal nu „echt op de eerste plaats” zetten. Zo moet taal op school niet alleen worden aangepakt in de taallessen maar worden „verweven in alles”. In het najaar komt ze met een uitgewerkt plan, kondigde ze aan.

Taal

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next