Grondrecht Op aandringen van de Tweede Kamer kwam justitieminister David van Weel (VVD) met een voorstel om gezichtsbedekking bij demonstraties te verbieden. Van alle kanten volgde kritiek, ook van de eigen ambtenaren, zo blijkt uit onderzoek, maar de minister hield er aan vast. Nu lijkt het voorstel een zachte dood te sterven.
Pro-Palestina-demonstratie op het Binnengasthuisterrein van de Universiteit van Amsterdam, in 2024.
„Je wordt hier wóédend van.” Het is mei 2025 en justitieminister David van Weel (VVD) zit in een witleren fauteuil in de studio van de talkshow WNL op Zondag. Zojuist heeft hij samen met presentator Rick Nieman beelden bekeken van de bezetting van de Universiteit van Amsterdam (UvA) van een jaar eerder. Op het scherm beuken ME’ers in op demonstranten met keffiyehs voor hun mond die protesteren tegen Israël. Een agent vertelt in de camera dat een verdachte die met ammoniak naar de politie gooide nooit is opgepakt. De demonstrant kon niet worden geïdentificeerd, omdat die z’n gezicht had bedekt.
Dit heeft niets meer te maken met demonstreren, zegt Van Weel ontstemd. „Dit gaat over het aanvallen van onze hulpverleners” en dat „vanuit de lafheid van anonimiteit”.
Nieman: „U wil daar al heel lang van af, van die gezichtsbedekking bij demonstraties, maar dat duurt echt al heel lang.”
Van Weel: „Ja, je moet daar de Wet openbare manifestaties voor aanpassen, maar die stap hebben we nu wel gezet.” Hij heeft net samen met minister van Binnenlandse Zaken Judith Uitermark (NSC) een brief naar de Tweede Kamer gestuurd, vertelt hij. „Daarin zeggen we: dat verbod komt er.”
Nieman is ongeduldig: „Wanneer is er dan een wet? Ik bedoel, mensen zitten hier op te wachten.”
Donderdag, ruim een jaar na Van Weels optreden bij WNL op Zondag en een kabinet verder, debatteert de Kamer over wat resteert van het wetsvoorstel voor een verbod op gezichtsbedekkende kleding bij demonstraties.
Dat is niet veel. Afgelopen vrijdag stuurden Van Weel en de minister van Binnenlandse Zaken Pieter Heerma (CDA) een brief naar de Kamer, ter voorbereiding van het debat. Daarin gaan ze onder meer in op de felle kritiek van justitieel onderzoeksinstituut WODC op de plannen van Van Weel. In de brief hebben de ministers het nauwelijks meer over gezichtsbedekkende kleding.
Die uitkomst was onvermijdelijk, blijkt uit documenten die NRC met een beroep op de Wet open overheid (Woo) opvroeg bij de ministeries van Binnenlandse Zaken en Justitie. Al vanaf de conceptie van het verbod in 2024, en al helemaal op het moment dat Van Weel z’n woede uitsprak bij WNL op Zondag, was duidelijk dat geen enkele partij die met demonstraties te maken heeft op de wetswijziging zat te wachten: het Openbaar Ministerie en de politie niet, burgemeesters, veiligheidsregio’s en commissarissen van de koning niet, en justitiemedewerkers evenmin. In de woorden van Van Weels eigen ambtenaren: het voorstel was „onzalig en contraproductief”.
Toch duurde het twee jaar voordat de minister het losliet.
De formatie van het kabinet-Schoof is al 166 dagen aan de gang wanneer een groep UvA-studenten en -docenten op 6 mei 2024 een klein tentenkamp bouwt, op een grasveldje achter de collegezalen op het Roeterseiland in Amsterdam. Ze zijn van Studenten voor Rechtvaardigheid in Palestina en AUFreePalestine en protesteren tegen de banden van de universiteit met het Israëlische regime. Diezelfde nacht nog veegt de politie het kamp met veel machtsvertoon leeg.
Het is het begin van een aantal hete dagen van studentenprotest, waarbij verschillende UvA-gebouwen worden bezet en later weer door de politie ontruimd. Lokalen worden vernield, computers en meubilair sneuvelen.
Dilan Yesilgöz, op dat moment demissionair minister van Justitie (voor de VVD), noemt de demonstranten „puur tuig”. In het regeerprogramma van het kabinet-Schoof verschijnt een paragraaf over ‘maatschappelijke onrust en demonstraties’.
Eind september 2024 krijgt het demissionaire kabinet steun van de Tweede Kamer om het demonstratierecht in te perken. JA21-voorman Joost Eerdmans hekelt bij de NOS de gemaskerde pro-Palestina-demonstranten en in de Algemene Beschouwingen wijst hij op de A12-bezettingen van actiegroep Extinction Rebellion. Deelnemers daaraan noemt hij „drammers en ophitsers” en exponenten van een „slachtoffercultiverende wokecultuur”. „Begin nou bij voorkeur eens met het niet meer toestaan van gezichtsbedekking bij demonstraties”, zegt hij.
Samen met SGP-voorman Chris Stoffer dient Eerdmans een motie in. Beiden vinden de bevoegdheid van burgemeesters om – bij wijze van uitzondering – gezichtsbedekking te verbieden tijdens demonstraties te beperkt. Dat moet een standaardverbod worden. Daartoe moet justitieminister Van Weel de Wet openbare manifestaties (Wom) aanscherpen. De Tweede Kamer neemt de motie aan.
David van Weel, minister van Justitie en Veiligheid (VVD).
Die wetswijziging is geen detail. Demonstreren is een grondrecht, sterk verankerd in zowel de grondwet als het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Verdragsstaten moeten demonstraties actief beschermen en faciliteren. Vraag is of van een verbod op gezichtsbedekking niet een te groot afschrikkend effect uitgaat. Een demonstrant met gezichtsbedekking kan zich bovendien beroepen op een geloofsovertuiging of angst voor repercussies van dictatoriale regimes.
David van Weel weet dat het inperken van het demonstratierecht bestuurlijk en juridisch complex is en dat houden z’n ambtenaren hem ook herhaaldelijk voor, zo blijkt uit de documenten die NRC opvroeg. Hij kondigt een verkenning aan door het onderzoeksbureau van het ministerie, het WODC.
Daarnaast bestelt het ministerie een tweede, snel uit te voeren studie naar het demonstratierecht, niet door juristen of wetenschappers, maar door opinie-onderzoekers. Daarvoor wordt contact gezocht met MWM2, wat staat voor Meer Weten van Mensen en Markten. Dit Amsterdamse bedrijf doet vaker klussen voor ministeries die willen weten wat er leeft in de samenleving. Het bureau peilt het Volksempfinden via het ‘Nederland denkt mee panel’, waarvan de deelnemers dagelijks beschikbaar zijn om vragen te beantwoorden.
MWM2 kan gelijk aan de slag, laat het bureau weten. Op 23 september 2024 willen de onderzoekers van MWM2 de panelleden om te beginnen vragen voorleggen als „Wat vind jij van demonstraties in Nederland?”, „Hoe vind je dat er gedemonstreerd wordt?” en „Welk gevoel roept dit bij je op en waarom?” De dagen daarna moeten de deelnemers aan de slag met kwesties als „Zitten er voor jou beperkingen of grenzen aan het recht op demonstreren, of is dit onbeperkt?” en „Wat vind jij van de manier waarop er wordt opgetreden tegen demonstranten?”
MWM2 rekent voor het onderzoek 13.203,19 euro, exclusief btw, staat in de Woo-stukken.
Pro-Palestijnse demonstranten omringd door agenten in Amsterdam, in 2024.
De twee ministeries inventariseren intussen hoe het wetsvoorstel valt bij specialisten van politie, OM en andere vanuit de overheid betrokken partijen. Al in het vroege voorjaar van 2025 is de conclusie glashelder: de animo voor de plannen van Van Weel is nihil.
„Niemand van deze gesprekspartners is voorstander van een generiek verbod”, schrijft een ambtenaar aan een collega, nadat vanuit het departement navraag is gedaan bij de politie en het OM. Die vinden het een „onnodig” verbod dat „alleen tot escalatie tussen politie en demonstranten” leidt. Het verbod is „niet handhaafbaar” en zal „fors beslag” leggen op de capaciteit van de politie en de rechtspraak, zo staat in vrijgegeven e-mails.
Het OM laat de ministeries weten dat het „niet opportuun” is om overtreders van een gezichtsbedekkingsverbod te vervolgen. De rechter zal toetsen aan de grondwet en het mensenrechtenverdrag, waarna het dragen van een sjaal voor het gezicht waarschijnlijk zal worden toegestaan.
Ook het lokaal bestuur wil van geen verbod weten. Het is vrij duidelijk, schrijft een ambtenaar „dat gemeenten op dit moment van ons niets verwachten of ergens op zitten te wachten”.
Op 12 februari 2025 praat minister Van Weel met de burgemeesters, officieren van justitie en korpschefs van Arnhem, Velsen en Utrecht over zijn plan. In Velsen heeft burgemeester Frank Dales regelmatig te maken met demonstraties tegen staalfabrikant Tata; Sharon Dijksma moet als burgemeester acties tegen de abortuskliniek in Utrecht in goede banen leiden; Ahmed Marcouch, burgervader van Arnhem, heeft te maken gehad met koranverbrandingen door de anti-islambeweging Pegida.
De ambtenaren zetten alvast de inbreng van de burgemeesters op een rij voor de minister. Die is: verander niets. „Geen gemorrel aan de Wom”, is de stelling van Marcouch. „Geen inperking van grondrechten naar aanleiding van incidenten.” De huidige wet voldoet.
Volgens het nieuwe wetsvoorstel mogen burgemeesters uitzonderingen maken op het generieke verbod op gezichtsbedekking, maar die willen zich daar helemaal niet aan branden. „ledere inperking van de Wet openbare manifestaties vergroot het risico dat lokaal bestuur zich gaat bemoeien met de inhoud van demonstraties”, staat in de documenten.
Dijksma wil het ook niet. Ze „zal aangeven dat extra wettelijke regels over gezichtsbedekkende kleding niet nodig zijn”, schrijven ambtenaren voor het gesprek met Van Weel. Burgemeesters mogen al maskers en sjaals verbieden. Handhaving van een totaalverbod „kan in de praktijk echter wel een probleem zijn, zeker wanneer sprake is van dreigende escalatie”.
Op het departement heerst evenmin enthousiasme. „De Kamer denkt het te willen”, verzucht een justitiemedewerker tegen een collega in een mail, maar de experts rechtshandhaving op het justitiedepartement zien er echt niets in, noteert de ambtenaar: „Het is een onzalig en contraproductief voorstel.”
Ondanks alle bezwaren houdt Van Weel vast aan het plan. Het negeren van de roep vanuit de Tweede Kamer om op te treden „vindt hij een politieke doodzonde”, noteert een ambtenaar dat voorjaar. Van Weel wil niet terug naar de Kamer met de mededeling dat direct betrokkenen het verbod niets vinden. Politici bepalen het beleid, niet ambtenaren die „het nog 1x uitleggen”. En dus zet hij zijn voornemen door, om de „nadrukkelijke wens van de Kamer uit te voeren en dus een wet aan te kondigen”.
Op 11 mei 2025 zegt hij op tv tegen Rick Nieman dat het verbod er echt komt.
Anti-immigratieprotest in Den Haag in september 2025.
Drie weken later valt het kabinet-Schoof, maar Van Weel keert terug als justitieminister in het kabinet-Jetten. De look and feel van demonstrerend Nederland is onderwijl flink veranderd. Op de journaals en in de talkshows gaat het niet meer over linkse demonstranten met maskers en keffiyehs, maar vaker over boerenprotesten en anti-azc-bijeenkomsten waarbij demonstranten hun gezicht bedekken.
In september 2025 is op de televisie te zien hoe extreemrechtse demonstranten met zwarte nekwarmers en balaclava’s politieauto’s vernielen en de ME bekogelen tijdens het zogenoemde ‘Elsfest’ op het Malieveld in Den Haag. VVD-leider Dilan Yesilgöz, die zich in een Kamerdebat moet verdedigen tegen het feit dat haar partijgenoten het geweld niet rechtsextremistisch hebben genoemd, maant de minister om haast te maken met het verbod.
Intussen krijgt het wetsvoorstel dreun na dreun te verduren. Eind 2025 concludeert het WODC dat het verbod overbodig is. De kritiek is hard. Zo klopt de stelling van politici dat demonstraties vaak uit de hand lopen al niet, schrijft het onderzoeksinstituut. Ondanks de heftige incidenten verlopen veruit de meeste demonstraties vreedzaam.
In het voorjaar is de internetconsultatie, waarin het ministerie de buitenwereld om reacties op het wetsvoorstel vraagt, afgerond. Die levert „veel kritische reacties” op, schrijven Heerma en Van Weel vlak voor het zomerreces in een Kamerbrief. De ministers beraden zich nu op het voorstel van de politie om gezichtsbedekking dan maar te laten dienen als strafverzwarende grond, schrijven ze. Toch willen ze een verbod nog steeds niet helemaal uitsluiten.
Wat het burgerpanel in het marktonderzoek van MWM2 vindt van demonstreren, blijft onduidelijk. In tegenstelling tot de offerte maken de resultaten geen deel uit van de Woo-documenten. Een woordvoerder van het ministerie kan niet achterhalen waarom het onderzoek, dat „wel is uitgevoerd”, niet is verstrekt.
Voor een reactie van de minister over de gang van zaken verwijst ze naar de brief die vrijdag naar de Kamer is gegaan. Daaruit blijkt dat het gros van de plannen om te morrelen aan het demonstratierecht stilletjes is geschrapt. De huidige Wet openbare manifestaties biedt „in beginsel voldoende ruimte” om het demonstratierecht te faciliteren en beperken, schrijven de ministers. Het kabinet zal het stelsel dan ook „niet ingrijpend hervormen”.
Van het verbod op gezichtsbedekkende kleding resteert één zinnetje. Het kabinet gaat daarover „graag in gesprek” met de Kamer.